Vrouw gidst reuzenschip de haven in

Rotterdam wil meer vrouwen in de haven. Loods Jenny Hulsegge vindt haar werk fantastisch en maakt er als Port Angel graag reclame voor. 'Als ik aan boord kom, kijken ze achter me of er nog iemand komt.' Door

NANDA TROOST

De sportschool is de enige concessie die Jenny Hulsegge (38) doet voor haar werk. Want je zal als loods maar in zee vallen omdat je armen niet sterk genoeg zijn om via de touwladder aan boord te klimmen van de supertanker die je de haven van Rotterdam moet binnenloodsen. Spierballen kweken dus. Maar verder vindt Hulsegge het heel gewoon om deel uit te maken van de Rotterdamse haven. Ze is een van de vier vrouwelijke loodsen in Nederland op een totaal van ruim vierhonderd.

Rotterdam zet Port Angels in die vrouwen moeten verleiden in de haven te gaan werken. Jenny Hulsegge is een van hen. Van de 91 duizend werkenden in de Rotterdamse haven is 17 procent vrouw. Dat is te weinig, vindt Korrie Louwes, wethouder arbeidsmarkt, hoger onderwijs, innovatie en participatie (D66). Voor de 50 duizend banen die nog eens indirect verbonden zijn met het water zijn de cijfers niet veel beter. 'Daardoor worden belangrijke talenten over het hoofd gezien en dat is slecht voor de bedrijven.'

Port Angels is niet een zoveelste project, maar een informeel circuit waardoor vrouwen elkaar bijvoorbeeld op vacatures attenderen en in hun eigen netwerk belangstelling bij vrouwen proberen te wekken. 'De aantrekkelijkheid van werken in de haven begint bij onszelf, bij onze verhalen en bij wat wij voor elkaar kunnen betekenen. Dat moet je als overheid niet willen afdwingen', zegt Louwes.

'Tegelijkertijd proberen de Port Angels het gezicht van de haven te veranderen', zegt Matty van den Berg van Watertalent, een carrièresite voor de Rotterdamse (en Amsterdamse) haven en industrie. Ze wil het niet hebben over het stereotiepe ouderwetse beeld van mannen die met zakken kolen op hun rug van een schip lopen. 'De moderne haven is steeds meer een kenniseconomie, met veel banen in de ict bijvoorbeeld. Laatst hadden we een vacature voor een verpleegkundige, maar mensen die in de zorg werken, denken niet aan de haven.'

Jongeren die in de haven werken, kennen de haven via een vader, oom of neef. Van den Berg: 'Die jongeren moeten op scholen vertellen over het werk in de haven. Als je uit eten gaat, of met vakantie, kies je voor iets waarover je via via hebt gehoord. Zo werkt dat tegenwoordig. Dan moeten dus jongeren hun verhaal vertellen, of leuke vrouwelijke vrouwen met een leuke carrière in de haven.'

Zij kunnen ook het belang van technisch onderwijs duidelijk maken, zegt Van den Berg. 'Je vergroot je mogelijkheden. Met een technische opleiding kan je altijd naar een algemene baan, omgekeerd kan dat niet. Je hebt dus gewoon meer mogelijkheden.'

Maar Nederland loopt internationaal nog steeds achter als het gaat om vrouwen die een technische studie volgen op hbo- of universitair niveau. Scoort Nederland gemiddeld 19 procent in science, mathematics and computing, in Turkije is dat 41,5 procent en in Italië 52,1 procent. In engineering, manufacturing and construction scoort Nederland 16,1 procent en Denemarken 34,5 procent.

Jenny Hulsegge wilde varen en ging daarom naar de hogere zeevaartschool op Terschelling. Ze loodst schepen van 150 meter binnen, vanaf volgende maand wordt dat 175 meter. Negen maanden later stapt ze over naar die van 200 meter, een kwestie van ervaring opdoen. 'Tegen iedere vrouw die wil varen, zeg ik: doen. Maar als loods moet je fulltime werken, ik denk dat dat wel meespeelt. Parttime kan niet. We zijn allemaal als zelfstandig ondernemer lid van de maatschap. Het is wel eens een voorstel geweest, maar dat heeft het niet gehaald. Het rooster maakt het werk moeilijk te combineren met een gezin, zegt Hulsegge, die een partner heeft maar geen kinderen. Tijdens het gesprek kijkt ze af en toe op de beurtrol op haar mobieltje. Ze staat 23ste, ze heeft nog even. 'Anderhalf uur voordat ik aan boord moet zijn, krijg ik bericht. Dat is lastig te combineren met een gezin.'

Maar varen is het mooiste wat er is, zegt Hulsegge. Als ze aan boord komt, vindt de bemanning dat vaak erg grappig. 'Ze kijken achter me of er nog iemand komt. Maar daarna gaan we over tot de orde van de dag. Ik zeg ze wat ze moeten doen, maar natuurlijk doe je het allemaal samen. Een kwestie van veel communiceren. Iets wat vrouwen goed kunnen. De contacten met al die verschillende culturen vind ik leuk. Ik probeer ook altijd mee te eten aan boord. Af en toe wil ik niet weten wat ze opscheppen, maar het is altijd heerlijk. Ik snap niet dat niet meer vrouwen varen.'

undefined

Meer over