VROM ontdekt geknoei met scheepsdiesel

In brandstof voor schepen worden regelmatig illegaal gevaarlijke chemische stoffen gemengd. Dit staat in een rapport van het ministerie van VROM en de regionale milieudienst in Rijnmond, de DCMR....

Van onze verslaggever

ROTTERDAM

Het mengen van brandstof is volgens het onderzoek riskant voor de volksgezondheid, het milieu en de motoren van schepen. Ongewenste stoffen zijn moeilijk in scheepsbrandstof te ontdekken. Ze zijn bij de controle van diverse bedrijven in Nederlandse havens toch aangetroffen. Het gaat om pak's (polycyclische aromatische koolwaterstoffen), naftaleen en fenol. De regels van de overheid en de controle moeten worden aangepast om geknoei met scheepsbrandstoffen te voorkomen, luidt een van de conclusies.

Het rapport van het ministerie is een inventarisatie van de ondoorzichtige brandstofsector. Verschillende bedrijven leveren elkaar stoffen en mengen die tot dieselolie voor schepen. 'Er gaan al jaren geruchten dat het niet deugt. Daarom is onderzocht wat er aan de hand is. Het ministerie en DCMR controleren brandstof op de aanwezigheid van pcb's en organisch chloor. Aan de hand van dit rapport moet overwogen worden ook te kijken naar andere schadelijke stoffen', aldus het ministerie van VROM.

De grote oliemaatschappijen zijn belangrijke producenten van scheepsbrandstof. Stookolie blijft over bij het raffinageproces, waarbij van ruwe olie benzine, kerosine en halffabrikaten voor de chemische industrie worden gemaakt. Voordat stookolie kan dienen als brandstof voor schepen moet hij worden gemengd met andere olieproducten. De oliemaatschappijen hebben ongeveer 65 procent van de markt voor scheepsbrandstof in handen.

In de Rotterdamse haven zijn raffinaderijen van Shell, Esso, Texaco, BP en Koeweit Petroleum gevestigd. Het ministerie meldt dat 'enkele grote oliemaatschappijen' zijn onderzocht, maar wil geen namen noemen. Behalve de oliemaatschappijen zijn transporteurs, oliehandelaren en mengbedrijven bezocht door de rapporteurs van VROM en DCMR .

Vier jaar geleden deed zich een aantal incidenten voor met de brandstof. De motoren van zeeschepen hielden er plotseling mee op. De stookolie bleek gemengd met gevaarlijke stoffen en daardoor was de motor vastgelopen. Het kamerlid R. Poppe van de Socialistische Partij verzocht minister De Boer van VROM in 1994 om strengere normen voor de controle op brandstof. De minister zegde dat toe, maar wilde het onderzoek afwachten.

Poppe: 'Het duurt schandelijk lang. Voor het einde van het jaar moeten er normen zijn.' Hij zegt dat bedrijven chemische stoffen uit Oost-Europa toevoegen aan de brandstof die zij aan schepen verkopen. 'Op die manier worden schepen illegale chemische afvalverbrandingsinstallaties.'

In de helft van de monsters die controleurs van VROM en DCMR namen, werden de chemische stoffen aangetroffen, zegt Poppe. 'Daarbij gaat het niet alleen om de kleine onafhankelijke oliehandelaren, maar ook om de grote oliemaatschappijen.' Het ministerie verklaart: 'In het rapport staat niet bij welke bedrijven de gevaarlijke mengsels zijn aangetroffen. De onderzoekers weten dat vast, maar hebben dat niet opgeschreven.'

Meer over