Vrolijk zwaaien naar de ‘wrede gangster’

Kosovaren steunen Ramush Haradinaj bij het Joegoslavië-Tribunaal...

Van onze verslaggeefster Charlotte Huisman

Een Kosovaarse vluchteling, thans Nederlands ambtenaar, heeft maandag vrijgenomen van zijn werk voor de eerste zittingsdag van het proces tegen de voormalige Kosovaarse premier Ramush Haradinaj. ‘Als je zijn misdaden afzet tegen die van de Serviërs in Kosovo, stellen ze niets voor’, zegt hij die middag in het Joegoslavië-Tribunaal.

Dat vinden ook de andere Kosovo-Albanezen en hun sympathisanten op de publieke tribune. Sommigen zwaaien enthousiast naar Haradinaj en de twee andere voormalige kopstukken van het Kosovo Bevrijdingsleger UCK, Idriz Balaj en Lahi Brahimaj. Ze zitten op de beklaagdenbank achter het glas, alle drie gekleed in donker pak.

Hoofdaanklager Carla Del Ponte doet tegen de rechter haar beklag over ‘de voortdurende bedreigingen en intimidaties waaraan de getuigen in deze zaak blootstaan’. Ze noemt Haradinaj ‘een wrede gangster in uniform’.

Del Ponte weet dat veel Kosovaren dat anders zien en bovendien de timing ongelukkig vinden van het proces, dat gaat over wreedheden van Albanezen tegen Serviërs.

Want juist deze maanden stevent de nu nog Servische provincie Kosovo af op voorwaardelijke onafhankelijkheid; mede door de geschiedenis van de hardhandige Servische onderdrukking van de Kosovo-Albanese meerderheid in de jaren negentig. ‘Dit is een strafproces dat volledig los staat van de huidige politieke ontwikkelingen’, benadrukt Del Ponte. ‘Deze mannen hebben het bloed van onschuldigen aan hun handen.’ Del Ponte klaagt ‘bendeleider’ Haradinaj (38), ‘zijn rechterhand’ Balaj (35) en ‘zijn gevangenenbewaarder’ Brahimaj (37) aan wegens oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. In 1998 zouden zij zich schuldig hebben gemaakt aan onder meer moord, marteling, ontvoering, deportatie en etnische zuivering.

Het gebied rond het kanaal dat leidt naar het Radonjic-meer diende volgens de aanklagers als een executieplek voor Balaj en andere leden van zijn beruchte Zwarte Adelaars, een gewelddadige uitvoerende groep binnen het UCK. In deze omgeving werden in september 1998 32 lijken gevonden, volgens de aanklagers allen slachtoffers van het UCK. Een aantal van hen zou zijn dood gemarteld in het detentiecentrum niet ver van de vindplaats van de lichamen.

Niet alleen Serviërs die weigerden het destijds door het UCK gecontroleerde gebied in het westen van Kosovo te verlaten, werden slachtoffer, aldus de aanklagers. Ook Albanezen die slechts de schijn wekten met de Serviërs te collaboreren – bijvoorbeeld omdat ze goed contact hadden met de Montenegrijnse buren – zouden zijn vermoord.

Volgens zijn advocaat Ben Emmerson echter, vocht Haradinaj een eervolle oorlog tegen de Servische overmacht. Hij heeft volgens de advocaat niet meer gedaan dan de verdediging van de Albanezen organiseren. De drie aangeklaagden, die zeggen onschuldig te zijn, kunnen tot maximaal levenslang worden veroordeeld op grond van deze aanklacht. In onder meer de geboorteplaats van Haradinaj demonstreerden maandag duizenden Kosovo-Albanezen voor de vrijlating van hun leider.

Haradinaj ging na de Kosovo-oorlog de politiek in. Hij was net honderd dagen premier toen hij in maart 2005 werd aangeklaagd. Hij gaf zich over aan het Tribunaal, maar mocht het begin van zijn proces afwachten in Kosovo, waar hij zich bezig bleef houden met de politiek. Als politicus werd hij juist geroemd om zijn vermogen de gemoederen te bedaren. Zo riep hij vorige maand op de Kosovaarse tv op tot kalmte nadat twee demonstrerende Kosovaren waren gedood in Pristina in een treffen met de VN-politie en vervolgens twee VN-voertuigen werden opgeblazen. Veel Kosovaren ergeren zich echter aan zijn protserige levensstijl met Cubaanse sigaren, dure horloges en grote huizen, van geld dat hij met onder meer drugshandel zou hebben verdiend.

Meer over