nieuws

Vrijspraak in ‘shredderzaak’ wegens omstreden undercovermethode

Verdachten Ad K. en Fred T. zijn vrijgesproken in de ‘shredderzaak’. Volgens de rechtbank is de gebruikte undercovermethode in deze coldcase-zaak onvoldoende te controleren.

null Beeld ANP XTRA
Beeld ANP XTRA

De strafzaak draait om de verdwijning van de vermeende drugshandelaar Patrick van Dillenburg in 2002. Van zijn lichaam is nooit een spoor gevonden. Volgens het Openbaar Ministerie moet Van Dillenburg op ‘zeer gewelddadige wijze’ om het leven zijn gekomen, en zijn Ad K. en medeverdachte Fred T. daarvoor verantwoordelijk. In december eiste het OM een celstraf van 17 jaar tegen Ad K. en Fred T.

Het belangrijkste bewijs in de coldcase-zaak is afkomstig van Ad K. zelf. De Brabander werd vanaf 2017 ingepalmd door een undercoveragent die – net als het slachtoffer – Patrick heette. Ad K. raakte bevriend met de undercoveragent. Hij was in de veronderstelling deze ‘Patrick’ een crimineel was en dat hij via hem lucratieve opdrachten kon krijgen. Uiteindelijk bekende Ad K. in het najaar van 2018 aan de undercoveragent dat hij in 2002, samen met Fred T., Van Dillenburg op een gruwelijke wijze om het leven had gebracht. Ze zouden Van Dillenburg hebben neergeschoten, geslagen en hebben begraven onder een lading beton. Later zouden ze het lichaam hebben opgegraven, door een shredder hebben gehaald en uitgestrooid hebben over een bloembollenveld. Aanleiding zou een drugsruzie zijn geweest.

Na zijn arrestatie zei Ad K. dat zijn bekentenis een onzinverhaal was. Volgens hem was het stoerdoenerij, en wilde hij indruk te maken op zijn nieuwe vriend. Hij hoopte via hem ‘bakken met geld’ te verdienen zodat hij zijn droom – een krokettenrestaurant in Cambodja – waar kon maken.

Ongeoorloofde druk

De rechtbank oordeelde dinsdag dat er aanwijzingen zijn dat de verdachten op een of andere manier betrokken zijn geweest bij de dood van Van Dillenburg. Maar, zo stellen de rechters: ‘Deze aanwijzingen vormen onvoldoende bewijs om wettig en overtuigend vast te kunnen stellen dat de twee mannen Van Dillenburg daadwerkelijk om het leven hebben gebracht.’

Volgens de Amsterdamse rechtbank kan de bekentenis die de verslaafde Ad K. deed aan de undercoveragent niet gebruikt worden als bewijs. De rechters stellen dat het OM deze undercovermethode mag inzetten, maar dan moet wel voldoende te controleren zijn hoe de verdachte precies misleid wordt en welke beloften worden gedaan. Volgens de rechters is in deze zaak niet te achterhalen in hoeverre de verklaringsvrijheid van Ad K. werd beperkt tijdens het undercovertraject. Ook oefende de undercoveragent volgens de rechtbank in één van de gesprekken ongeoorloofde druk uit op de verdachte.

De gebruikte undercovermethode is omstreden en wordt de mr. Big-methode genoemd. Volgens rechtspsychologen vergroot deze werkwijze de kans op een valse bekentenis. In een andere Mr. Big-zaak oordeelde een deskundige onlangs dat de kans op een valse bekentenis kan oplopen tot 43 procent. Het Haagse gerechtshof deed in deze zogenoemde Posbank-moord vrijdag uitspraak. In die zaak werd de bekentenis die de verdachte aan een undercoveragent had gedaan, uiteindelijk niet gebruikt als bewijs. De verdachte werd wel veroordeeld, omdat er volgens het gerechtshof genoeg ander bewijs was.

Opschepper of koelbloedige moordenaar?

Ad K. biechtte in het najaar van 2018 een gruwelijke moord op. Maar was het waar? Of was hij het slachtoffer van een ‘psychologisch’ spel van justitie, en deed hij zijn verhaal alleen maar omdat hij indruk wilde maken op de undercoveragent die zich voordeed als vriend. Lees hier de reconstructie van het undercovertraject waarbij Ad verstrikt raakte in een web van leugens en bedrog. Volgens Ad vertelde hij een ‘onzin-verhaal’, lees hier het rechtbankverslag.

Deze undercoverwerkwijze wordt de zogenoemde mr Big-methode genoemd en is niet onomstreden. Lees hier een interview dat de baas van de undercoveragenten in 2018 aan de Volkskrant gaf.

Verbetering: In een eerdere versie van dit artikel stond ten onrechte dat het Haagse gerechtshof de bekentenis in de Posbank-zaak uitsloot als bewijs vanwege het risico op een valse bekentenis. Het hof heeft de bekentenis überhaupt niet gebruikt als bewijs, en geen oordeel gegeven over de vraag of het mogelijk een valse bekentenis betrof.

Meer over