Vrijplaats

Vijftien jaar geleden stond fotograaf Thomas Manneke achter de bar in een klein Amsterdams bordeel. Hij wilde die wereld laten zien en maakte een boekje zonder één foto van Le Château.

DOOR SJORS KOEVOETS

Midden jaren negentig zocht beginnend fotograaf Thomas Manneke (43) een bijbaantje. 'Le Château, kleine, gezellige club zoekt barman', zag hij in een krant staan en hij besloot te reageren.

Achter de advertentie bleek de verborgen wereld van een noodlijdend Amsterdams bordeeltje schuil te gaan. Het interieur was er sinds de jaren zeventig niet meer veranderd. Het kalk kwam van de donkerrood geverfde muren. De voornamelijk Surinaamse meisjes die er werkten, wachtten op de komst van 'De Miljonair'. Intussen doodden ze de tijd met het maken van kruiswoordpuzzels.

Het liefste had Manneke alles gefotografeerd. Maar: 'Wat daar gebeurde, hoorde daar te blijven. Het leek wel een beroepsgeheim.' Op de laatste avond dat hij er werkte, schoot hij snel één rolletje vol, voor zijn eigen herinnering.

Nu, vijftien jaar later, wil hij het verhaal toch verder vertellen. Inmiddels heeft hij goed ontvangen fotoboeken gemaakt over de steden Luik, Vilnius en Odessa. De beelden van het bordeeltje staan hem nog altijd helder voor de geest. Hij heeft daarom geprobeerd ze in woorden te vatten. Het resultaat is het boekje Le Château, dat hij onlangs in eigen beheer uitbracht.

Hoe had het boek eruit gezien als je wel foto's had kunnen maken?

'In wat zich in de kamers afspeelde, in pornografische beelden, was ik niet geïnteresseerd. Wat ik had willen vastleggen, was het spel dat aan de bar werd gespeeld. De gesprekjes die er plaatsvonden en de relatie tussen de meisjes onderling als ze een klant voor zich probeerden te winnen. Het zou een beetje lijken op het beroemde fotoboek Café Lehmitz, over de bezoekers van een Oost-Duits café. Fotograaf Anders Petersen kwam daar zo vaak dat zijn aanwezigheid het gedrag van de gasten niet meer beïnvloedde. Als ik achter de bar stond van Le Château droomde ik weleens dat ik daar ook zo uitgebreid kon fotograferen.'

Wat maakt Le Château zonder foto's de moeite waard?

'Ik vond het een mooi verhaal en ik wilde proberen of ik de sfeer, het gevoel dat ik bij die plek had, ook in tekst kon overbrengen. Ik beschrijf ook een wereld die niet meer bestaat. Le Château was ooit een chique club geweest. De eigenaar zei ook altijd: deze club is voor nette mensen, je bent hier niet op de Walletjes. Toen ik er werkte, was het al vergane glorie en inmiddels bestaat de club niet meer.'

Hoe vervang je foto's door woorden?

'Ik probeer dat door details te beschrijven. Hoe zag de club eruit, de bar en de kamers? Hoe zagen de mensen eruit, welke gesprekjes hadden ze en hoe gedroegen ze zich? Het verbaasde me dat ik me nog zo veel kon herinneren. De foto's die ik de laatste avond maakte, hielpen daarbij.'

Die foto's heb je in besloten kring vertoond. De meisjes leken het niet erg te vinden dat je ze fotografeerde. Waarom is tekst toch veiliger?

'Ik denk de betrokkenen zich in het boekje wel zullen herkennen, maar het mij niet kwalijk zullen nemen. Ik heb alle namen veranderd, ook van de club. Voor een verhaal in tekst maakt dat niet uit.

'Maar fotografie legt nu eenmaal vast wat je ziet. Ik had in de foto's kunnen knippen en plakken, maar zo wil ik niet met het medium omgaan. Daarnaast is beeld heel makkelijk te verspreiden. De moeite die iemand moet doen om een tekst te lezen is al een filter.'

Zijn er dan geen grenzen wat je mag opschrijven?

'Er staan wel confronterende dingen in het boekje. Ik beschrijf bijvoorbeeld hoe een man die daar werkt kwaad spreekt over een van de meisjes. Hij zegt dat ze zich opzettelijk door een klant heeft laten bezwangeren om hem te chanteren. Dat is het enige moment waarvan ik dacht: ik begeef me op glad ijs. Ik ervaar met schrijven meer vrijheid dan met fotograferen.

Wat is het verband tussen je fotoboeken en je eerste geschreven boek?

'Mijn fotoboeken zijn voor een belangrijk deel persoonlijke ontdekkingstochten. Ik kom in een onbekende stad en leer die stad al fotograferend kennen. In Le Château is die stad een bordeel en is het medium tekst. Ik kwam net van de fotoacademie, wist niet zo goed wat ik moest met mijn leven en kwam per toeval op die plek terecht. Dit boekje is een persoonlijke verbeelding van een bepaalde plek gedurende een bepaalde periode.'

Je beschrijft de vriendschappelijke manier waarop je met de meisjes omging. Schets je niet een te romantisch beeld?

'Le Château was absoluut wel sleazy. Er bestond een echte schaduweconomie. Voor alles belden ze wel een mannetje: roti's, sigaretten, dure kleding. Alles was illegaal, maar wel vriendelijk. Ik had ook niet het idee dat de meisjes daar gedwongen zaten. Ze hadden wel vaak een problematisch leven. Toch had ik geen medelijden met ze. Daarvoor waren ze te trots en te vrolijk.'

Heb je een van de meisjes ooit nog gezien?

'Een jaar nadat ik was vertrokken, kwam ik Leonora, het meisje op wie ik het meest gesteld was, op straat tegen. Ze liep samen met een man van in de 60 achter een kinderwagen. Ze had De Miljonair gevonden. Of het stand heeft gehouden weet ik niet.'

Thomas Manneke, in de tijd dat hij werkte in het bordeel in Amsterdam (links) en nu (foto Vytautas Kumza).

Plas

'De man zag er goed verzorgd uit. Hij had licht grijs haar, droeg een Burberry regenjas, corduroy broek en glanzende leren schoenen. Hij liep op Leonora af, die achter de gokkast zat. Hij mompelde iets tegen haar en Leonora mompelde wat terug, waarna ze haar hoofd naar Izaäk toedraaide en vroeg: 'Kan je mij dat longdrinkglas even aangeven, schatje?' Hij gaf haar het glas, waarna ze achteloos haar slip opzijtrok en het vol plaste. De man zette het glas aan zijn lippen en dronk het met grote, gulzige teugen leeg. Hij betaalde haar tien gulden, liep terug naar de buitendeur en verliet het pand. Leonora schaterde van het lachen.'

undefined

Meer over