Vrijheid, de trots van Amerika, staat onder druk

Er is in de VS nogal wat kritiek op de behandeling van de honderden mensen die werden opgepakt op verdenking van betrokkenheid bij de aanslagen op 11 september....

Van onze correspondent Bert Lanting

'We kunnen niet toestaan dat de mensen die Amerika willen vernietigen onze vrijheden als wapens tegen ons gebruiken', zei de Amerikaanse minister van Justitie John Ashcroft onlangs tegen een gehoor van rechters in Minnesota. 'Om te zorgen dat er vrijheid in Amerika blijft, moet er wel een Amerika blijven.'

Onder dat motto heeft de regering-Bush sinds de aanslagen van 11 september een reeks maatregelen genomen die volgens Ashcroft de VS hebben behoed voor nieuwe aanslagen. Maar mensenrechtenorganisaties klagen dat de stappen een bedreiging vormen voor de vrijheid waarop Amerika zo trots is.

Al meteen na de elfde september pakten de autoriteiten in het hele land honderden mensen op, voornamelijk uit het Midden-Oosten. Sommigen van hen werden verdacht van plannen voor terreuraanslagen, maar de meesten werden vastgehouden wegens geringe overtredingen, zoals het laten verlopen van hun visum.

Ashcroft beriep zich op het voorbeeld van Robert Kennedy, die als minister van Justitie de maffia het leven zuur maakte door maffiosi wegens allerlei onbenullige overtredingen vast te zetten.

'De meesten hebben echter inderdaad niets meer misdaan dan dat er iets mis is met hun papieren', zegt Monami Maulik van DRUM, een organisatie uit New York die zich inzet voor de gedetineerden. Dat lijkt te worden bevestigd door het feit dat er maar tegen een paar van de 1200 arrestanten een aanklacht is ingediend wegens terrorisme. Maar volgens medewerkers van Ashcroft wil dat nog niet zeggen dat ze allemaal zo onschuldig als een lammetje waren; het is nu eenmaal moeilijk te bewijzen dat iemand plannen voor terreuraanslagen heeft.

Volgens de autoriteiten zitten nog ongeveer tweehonderd mensen vast. Veel van de mensen die zijn vrijgelaten, werden volgens Maulik direct op het vliegtuig gezet en naar hun land van herkomst gedeporteerd.

Al een paar dagen na de aanslagen drong Ashcroft bij het Congres aan op extra bevoegdheden om op te treden tegen mogelijke terroristen, maar sommige Congresleden vonden de voorstellen te ver gaan, met in het achterhoofd de ervaringen van het McCarthy-tijdperk. Uiteindelijk duurde het ruim twee maanden voordat het Congres akkoord ging met een ietwat verdunde versie van de Patriot Act.

Mensenrechtengroeperingen hebben echter nog steeds kritiek op sommige onderdelen van de wet, vooral op de verruimde bevoegdheden van de CIA en de FBI om verdachte groeperingen in de gaten te houden. 'Kennelijk wil minister Ashcroft de FBI weer de taak geven om religieuze en politieke organisaties te bespioneren', schamperde Margaret Ratner van het Center for Constitutional Rights.

Maar volgens medestanders van Ashcroft, zoals ex-FBI-agent Michael Miller, was het absoluut nodig de regels aan te scherpen. 'Al Qa'ida heeft niet voor niets Duitsland als basis uitgekozen. Ze wisten dat Duitsland, met de geschiedenis van de Gestapo, hen niet zou bespioneren', aldus Miller.

Ook Ruth Wedgwood, die rechten doceert aan Yale, wijst erop dat de grondwet nu eenmaal 'geen zelfmoordpact' is. Zij vindt echter dat de regering-Bush tot nog toe tamelijk terughoudend is geweest. 'Hoewel de regering-Bush wel eens moeite heeft gehad de juiste argumenten voor haar maatregelen aan te dragen, neigt ze er over het algemeen toe bestaande wetten te gebruiken in plaats van speciale noodmaatregelen uit te vaardigen', luidt haar oordeel.

Niettemin is er veel kritiek op de weigering van de autoriteiten de namen vrij te geven van de arrestanten die na de elfde september in het vangnet van de FBI zijn beland. Ex-president Jimmy Carter vergeleek de arrestanten zelfs met de mensen die onder de militaire junta in Argentinië verdwenen.

Volgens onderminister van Justitie Viet Dinh is dat overdreven. Hij wijst erop dat de arrestanten allemaal het recht hebben contact op te nemen met een advocaat. Volgens hem zijn de autoriteiten echter niet verplicht de namen van de arrestanten vrij te geven.

De regering-Bush werd onlangs echter op de vingers getikt door een rechter in Washington. Zij bepaalde dat de autoriteiten wel degelijk de namen moeten vrijgeven van alle arrestanten. 'Geheime aanhoudingen zijn een idee dat bedreigend is voor een democratische maatschappij', zei rechter Gladys Kessler. Het ministerie is echter in beroep gegaan tegen de uitspraak.

De regering-Bush leed nog een nederlaag, toen een hof van beroep in Cincinnati vorige maand kritiek leverde op het feit dat de hoorzittingen over het al dan niet deporteren van arrestanten meestal achter gesloten deuren worden gehouden.

'Democratieën sterven achter gesloten deuren', waarschuwden de drie rechters.

De meest omstreden maatregel is wel het besluit van de regering-Bush Al-Qa'ida-leden en Taliban-strijders vast te zetten als 'vijandelijke strijders', waarmee zij buiten de normale rechtsbescherming vallen en voor onbepaalde tijd kunnen worden vastgehouden.

Een rechter in Virginia bepaalde onlangs dat de gevangen Taliban-strijders Yasser Ezam Hamdi een advocaat moet krijgen en dat hij niet voor onbepaalde tijd mag worden gevangen gehouden. Hamdi, die op de marinebasis Guantanamo Bay vastzat, werd naar een basis in de VS overgebracht nadat was gebleken dat hij een Amerikaans paspoort had.

Volgens rechter Robert Doumar ging het te ver dat president Bush in zijn hoedanigheid van opperbevelhebber bepaalt welke arrestanten wel onder het Amerikaanse recht vallen en wie niet. Zijn vonnis werd echter vernietigd door een hogere rechtbank, zodat het Hooggerechtshof waarschijnlijk het laatste woord zal moeten spreken over de vraag inhoeverre Bush het recht heeft hun vrijheid te beperken omwille van de veiligheid.

Meer over