Vrije wil: Bewuste keuze is een illusie

De filosofen Evers en Van Miltenburg (Opinie & Debat, 15 september) hebben gelijk als ze stellen dat je niet aan een hersenscan kunt aflezen dat de vrije wil niet bestaat. Neurowetenschappers als Swaab overschatten wat dat betreft inderdaad hun mogelijkheden. Hersenactiviteit zal altijd moeten worden geïnterpreteerd.

Maar op hun beurt overschatten zij de praktische relevantie van het filosofische probleem van de vrije wil. Stel nu dat wél overtuigend zou kunnen worden aangetoond dat de vrije wil niet bestaat. Wat zou dat dan betekenen voor het leven van alle dag?

Ik ben ervan overtuigd dat we elkaar dan toch gewoon op verantwoordelijkheden blijven aanspreken, die het bestaan van een vrije wil veronderstellen.

Ik voorspel dat we ons strafrechtssysteem niet zullen afschaffen, omdat we daders van misdrijven niet langer verantwoordelijk kunnen houden voor hun daden. Ook als werkelijk mocht blijken dat de vrije wil een illusie is, blijven we het leven er gewoon naar inrichten.

Bas Levering, Tilburg, lector algemene pedagogiek, Fontys Hogescholen.

Bewuste of onbewuste wil

In het debat over het al dan niet bestaan van de vrije wil wordt vaak dezelfde fout gemaakt. Het gaat in de discussie namelijk niet over de vraag of er een vrije wil bestaat, maar over de vraag of de oorsprong van de vrije wil van bewuste aard is of onbewust.

De wetenschap brengt vanuit uiteenlopende disciplines steeds meer kennis en inzichten aan het licht die sterke aanwijzingen vormen voor de stelling dat de bewuste keuze voor gedrag een illusie is.

Voorbeelden: (evolutionaire) psychologie (o.a. David Buss), de primatologie (Frans de Waal), cognitieve neurowetenschappen (Victor Lamme), neurologie (Antonio Damasio), biologie (Richard Dawkins), gedragsgenetica (Matt Ridley) en zelfs ook de neurofilosofie (Thomas Metzinger).

Inderdaad hebben hersenonderzoeken aangetoond (niet alleen die van Libet en Wegner) dat de voorbereiding van een motorische handeling in het onbewuste plaatsvindt en dat het bewustzijn achteraf een rechtvaardiging van de handeling geeft.

Die eigenschap - het vermogen om achteraf een rationalisatie te geven van het gedrag en daarmee de illusie te creëren van een bewuste keuze - is typisch menselijk en heeft waarschijnlijk een evolutionair voordeel gehad.

Om de vraag 'bestaat er een vrije wil?' vanuit filosofisch standpunt te benaderen zou het onderzoeksobject niet de mens moeten zijn.

Maar het zou het dier moeten zijn: kiest een hert er uit vrije wil voor om weg te rennen als er een leeuw nadert?

Henk Vermeulen, Almere ontwikkelingspsycholoog

undefined

Meer over