Nieuws

Vrije Universiteit stort Chinees geld voor onderzoek naar mensenrechten terug

De Vrije Universiteit in Amsterdam (VU) gaat de Chinese subsidie die zij kreeg voor mensenrechtenonderzoek stopzetten. Dat heeft de universiteit woensdagavond bekendgemaakt.

Pepijn de Lange
De Vrije Universiteit in Amsterdam heeft een mensenrechtencentrum dat subsidie ontving van China. Om de ‘schijn van afhankelijkheid’ te vermijden, is die nu stopgezet. Beeld Simon Lenskens
De Vrije Universiteit in Amsterdam heeft een mensenrechtencentrum dat subsidie ontving van China. Om de ‘schijn van afhankelijkheid’ te vermijden, is die nu stopgezet.Beeld Simon Lenskens

Het onderzoekscentrum in kwestie had tot dit jaar een universiteit uit de Chinese stad Chongqing als enige geldschieter. Uit stukken die de NOS woensdag publiceerde, blijkt dat het Amsterdamse Cross Cultural Human Rights Centre (CCHRC) tussen 2018 en 2021 jaarlijks een subsidie tot 300 duizend euro ontving.

In een reactie maakte de VU bekend de Chinese subsidie terug te zullen storten, om zo ‘de schijn van afhankelijkheid’ weg te nemen. De universiteit noemt universele mensenrechten en onafhankelijkheid van onderzoekers ‘onvoorwaardelijke kernwaarden’. De VU zal daarnaast uitzoeken ‘of de onafhankelijkheid van het onderzoek van het instituut op alle fronten gewaarborgd is gebleven’. Op basis van dat onderzoek wordt besloten of ook subsidie uit eerdere jaren wordt teruggestort.

Bredere visie op mensenrechten

China krijgt de afgelopen jaren steeds meer kritiek op de manier waarop het land met mensenrechten omspringt. De internationale verontwaardiging richt zich met name op de manier waarop de regering van president Xi Jinping de Oeigoeren behandelt. Volgens schattingen van de Verenigde Naties zijn sinds 2016 tot een miljoen mensen die tot deze islamitische minderheid behoren, vastgezet in heropvoedingskampen.

In december oordeelde het Oeigoerentribunaal in Londen – geleid door oud-aanklager van het Joegoslaviëtribunaal Geoffrey Nice – dat de Chinese regering zich schuldig maakt aan misdaden tegen de menselijkheid. Getuigen verklaarden hoe Oeigoeren in de kampen werden gemarteld, verkracht, of tegen hun wil gesteriliseerd werden.

Het CCHRC werd in 2014 opgericht om de mensenrechtenvisies van landen uit Afrika, Zuid-Amerika en Azië onder de aandacht te brengen. Voor de geldschieter, de Southwest University of Political Science and Law uit het Chinese Chongqing, was dat reden om het centrum op te nemen in het ‘internationaal academisch uitwisselingsbeleid’. In ruil voor de subsidie besteedt het CCHRC aandacht aan ‘het hele spectrum van mensenrechtenvisies en -perspectieven, met name die in de Global South (ontwikkelingslanden, red.), die vanwege bestaande machtsverhoudingen niet de aandacht krijgen die ze verdienen’.

Voor 2018 was ruim 80 duizend euro beschikbaar voor het ontwikkelen van zo’n ‘globale visie op mensenrechten’. In de twee jaar daarna werd steeds zo’n 30 duizend euro gereserveerd om de aandacht te richten op mensenrechten en concepten van ontwikkelingslanden. Ook kreeg het centrum geld om conferenties organiseren en een wetenschappelijk tijdschrift uit te geven.

Prominente hoogleraren van het centrum spraken ondertussen regelmatig in positieve bewoordingen over mensenrechten in China. Soms weerspiegelen hun uitspraken letterlijk de officiële lijn van de Chinese communistische partij. Zo zei hoogleraar en CCHRC-directeur Tom Zwart in een interview met de Chinese staatstelevisie dat men ‘het denken van mensenrechten niet moet overlaten aan politici, vooral niet aan westerse politici’. Volgens Zwart waren zijn citaten door de staatstelevisie ‘in een frame’ geplaatst. Hoogleraar Peter Peverelli, die ook aan het centrum is verbonden, noemt op LinkedIn berichten over dwangarbeid in de Oeigoerse regio Xinjiang ‘leugens’ van westerse media.

Regeringsstrategie

De financiering van het Nederlandse mensenrechtencentrum past in de Chinese regeringsstrategie om het Chinese wereldbeeld luider te laten doorklinken in het internationale politieke en academische discours. Universiteiten zijn in China gebonden aan de wil van de staat. ‘De regering, het leger, de samenleving en het onderwijs: oost en west, zuid en noord, de partij is overal leidend’, aldus Xi Jinping in 2017.

De invloed die China op de academische wereld tracht uit te oefenen, leidt vaker tot problemen. In 2018 strandde een project van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) om een Chinese dependance te openen, na zorgen over censuur en inperking van de academische vrijheid.

Ook buitenlandse universiteiten worstelen soms met hun omgang met China. In 2017 haalde Cambridge University Press onder druk zo’n drieduizend artikelen over onder meer de Culturele Revolutie van Mao Zedong van hun Chinese website. De beslissing werd na internationale kritiek teruggedraaid.

Verbetering: in een eerdere versie van dit artikel stond dat de Rijksuniversiteit Groningen vorig jaar haar samenwerking met het Groningen Confucius Instituut had stopgezet. Dat was onjuist. Het betreft enkel de overeenkomst over de leerstoel Chinese taal- en letterkunde.

Meer over