Vrije burger is ook verantwoordelijke burger

Analyses over de verhouding tussen overheid en burger blijven vaak steken in algemene klachten over de machteloosheid van het bestuur en de complexiteit van de samenleving....

DIT verhaal gaat over de grootste maatschappelijke ontwikkeling van deze eeuw: de toegenomen vrijheid van burgers. Het is het liberaliseringsproces dat inhoud heeft weten te geven aan het recht op zelfbeschikking. Dat recht berust bij individuen en groepen burgers. Maar het is een recht dat gepaard hoort te gaan met een nieuwe verdeling van verantwoordelijkheden. Of dat afdoende gebeurt, is een cruciale vraag die ik te weinig terug zie in actuele beschouwingen.

De hedendaagse politieke strijd gaat niet meer over gelijkheid of over vrijheid, maar over het stimuleren en toekennen van verantwoordelijkheid. Veel analyses blijven steken in algemene klachten over de machteloosheid van het bestuur en de complexiteit van de samenleving. Er worden termen gebruikt als individualisering, vergruizing en mondialisering. De samenleving is zo ingewikkeld geworden, is de boodschap. Vervolgens komt men niet aan het onderwerp eigen verantwoordelijkheid toe.

De opiniepagina's zingen zich op die wijze los van de problemen die in het parlement dienen te worden opgelost. Hoe stel je nieuwe regels op voor een agrarische sector die jarenlang niet meewerkte aan oplossingen van problemen? Hoe voorkom je dat werknemers- en werkgeversorganisaties het welbegrepen eigenbelang voorop stellen maar problemen afwentelen? Hoe stimuleer je dat mensen die klagen over files een bijdrage leveren aan de oplossing daarvan door vaker het openbaar vervoer te gebruiken?

Voor liberalen gaat het streven naar de ontwikkeling van vrijheden gelijk op met de overdracht van verantwoordelijkheden. Een vrij mens is een verantwoordelijk mens die kan worden aangesproken op zijn verantwoordelijkheden. Ieder mens heeft de taak het beste uit zichzelf te halen. Niet alleen voor zichzelf, maar ook voor de samenleving. Vrijheid brengt een zware verantwoordelijkheid met zich mee.

Keuzevrijheid is niet alleen het gevolg van de toegenomen welvaart. Het onderwijs speelt natuurlijk ook een belangrijke rol. Bovendien brengt de overheid sinds de jaren tachtig vele publieke taken en organisaties terug naar het private domein. De vrije markt kreeg in veel gevallen meer vertrouwen dan het openbaar bestuur. Deels uit emancipatoir oogpunt, deels uit overwegingen van effectiviteit en doelmatigheid.

Grotere individuele keuzevrijheid uit zich in ongekende fysieke en sociale mobiliteit. Die wordt vergezeld door mondigheid, ontplooiing en uiteindelijk ook koopkracht. Maar vrijheid dient vergezeld te gaan van verantwoord gedrag. Bij keuzes dienen de gevolgen voor de sociale omgeving te worden meegewogen.

Dat meer vrijheid om meer verantwoordelijkheid vraagt, was niet altijd evident. De vrijheid die ons in de jaren zeventig in het openbaar vervoer werd gegund, vroeg te veel van ons gevoel voor verantwoordelijkheid. De aantallen zwartrijders in het openbaar vervoer bewijzen dat controleurs helaas noodzakelijk zijn. Vrijheid moet zijn ingebed in een kader van normen en waarden, handhaving en sociale controle. Anders wordt ze ondergraven.

We nemen soms veel, maar wat geven we terug? We vragen veel, maar wat bieden we? In modern Nederlands heet dit 'nimby-gedrag': not in my backyard. Veel eisen, als het maar niet om offers van mijn kant vraagt. Democratie en politiek verworden daarmee tot een buffet. Je pikt er uit wat je bevalt. Maar een democratie is geen zelfbedieningsrestaurant. De verouderde gedachte van de maakbare samenleving leeft nog altijd. De vice-voorzitter van de Raad van State, Tjeenk Willink, signaleert terecht dat het type overheid dat door velen is bepleit en breed wordt gesteund, niet overeenkomt met het beeld dat we nog altijd hanteren: 'Klinkt in het rapport van de enquêtecommissie (vliegramp Bijlmer) immers niet door de grondgedachte van een overheid die overal voor moet zorgen, die alles kan en alles moet? Wordt niet teruggegrepen op een achterhaald model van wat de overheid is?'. (Inleiding bij het 35-jarig bestaan van de Faculteit der Sociale Wetenschappen Erasmus Universiteit).

Een oud concept van verantwoordelijkheidstoedeling moet plaatsmaken voor een nieuw. Dat is de logische consequentie van maatschappelijke emancipatie. Volgens Tjeenk Willink gebeurt dat in praktijk onvoldoende. Dat maakt de overheid kwetsbaar. Hij constateert een 'contradictie tussen de opvatting dat de overheid moet terugtreden en de opvatting dat uiteindelijk de overheid verantwoordelijk blijft'.

Het gevolg is dat mensen putten uit twee tegengestelde systemen, een onmogelijk mengsel van Oost-Europees staatsingrijpen en West-Europese keuzevrijheid. In de Volkskrant van 27 maart stond een artikel van Stephan Sanders dat verder gaat dan Tjeenk Willink. Aan de hand van diverse voorbeelden wordt aangetoond hoe de overheid met onbegrensde almacht wordt toebedeeld. Tenminste, nadat er eerst iets verkeerd is gegaan. Dan draait de overheid op voor de gevolgen.

Eigen verantwoordelijkheid wordt in een te zwaar opgetuigde verzorgingsstaat steevast over het hoofd gezien. Schuld en boete worden verzorgd door de zogenaamd falende overheid en politiek. Nederlanders lijden hierdoor aan 'verwendheid en diva-gedrag' is de strekking van het verhaal.

Het is kennelijk moeilijk om een duidelijk standpunt in te nemen. Is dat uit angst kiezers, abonnees of leden te verliezen? Voor alle groepen moet een speciaal arrangement worden gemaakt. Ook als de overheid geen taak heeft. Ook wanneer het zaak is dat mensen zelf verantwoordelijkheid nemen. Daarnaast leg ik het liberale subsidiariteitsbeginsel: de verantwoordelijkheid om verantwoordelijk met vrijheid om te gaan ligt primair bij mensen zelf.

Onlangs zei PvdA-fractieleider Melkert: 'Politici moeten met gezaghebbende uitspraken een appél op de burger doen en voortdurend bereid zijn verantwoording af te leggen'. Het eerste deel van die uitspraak snijdt hout. Maar het tweede stuurt het debat de verkeerde richting in. Verantwoording afleggen voor frauderende verzekeringsagenten? Verantwoording afleggen voor zwartrijdende treinreizigers? Hoe kun je een appél doen op de eigen verantwoordelijkheid én tegelijkertijd bereid zijn verantwoordelijkheid te nemen voor ontstane schade indien mensen geen gehoor geven aan je appél?

Het kost moeite toe te geven dat de samenleving niet maakbaar is. De gedachte aan een overheid die alles kan oplossen, biedt een gevoel van veiligheid. Afscheid nemen van die gedachte schept onzekerheid. Het werpt mensen op zichzelf en hun omgeving terug. Dat kan vervelend zijn wanneer je met schokkende gebeurtenissen wordt geconfronteerd. Op dergelijke momenten verlang je naar een bemoederende overheid.

Er is echter geen andere keus dan de werkelijkheid tot uitgangspunt te nemen voor politieke ambities. Anders vinden we in onze onzekerheid geen nieuw evenwicht. Als de samenleving niet maakbaar is, dan kan de overheid niet voor alles aanspreekbaar zijn. Politieke pretenties moeten daarbij aansluiten. Dat inzicht levert een nieuw debat op over de verhouding tussen politiek en samenleving. Het centrale thema in dat debat is de nieuwe verdeling van individuele en collectieve verantwoordelijkheid.

Het is de paradox van de geëmancipeerde maatschappij. De overheid die individuele vrijheid stimuleert, treedt terug wanneer die vrijheid is gerealiseerd. Met meer zelfbeschikkingrecht werd immers ook meer eigen verantwoordelijkheid vastgelegd. We zitten middenin dat proces. De geëmancipeerde vrije burger leeft niet in Arcadië, maar in een land met vele problemen die ironisch genoeg het resultaat zijn van zijn eigen streven naar vrijheid en zelfbeschikkingrecht. Immers vrijheid bracht mobiliteit, maar ook overvolle wegen. Vrijheid bracht vrije tijd en vakanties, maar ook lawaaimakende luchthavens. De verantwoordelijkheid daarvoor ligt niet alleen bij de politiek of bij een sterke man, maar voor een belangrijk deel bij de vrije burger zelf.

Politici nemen mensen pas serieus wanneer ze hen niet alleen vrijheid maar ook verantwoordelijkheid toekennen. Maatschappelijke emancipatie is het stimuleren van de eigen verantwoordelijkheid. Niet het gebruiken van de overheid als electoraal aantrekkelijke stofzuiger.

De moraal van dit verhaal is dat de samenleving gebaat is bij verantwoordelijke burgers die het mogelijke doen het beste uit zichzelf te halen en hun omgeving stimuleren hetzelfde te doen. Regels en rolverdeling tussen het publieke en private moeten daar op zijn geënt. De overheid komt uit de coulissen wanneer het voor mensen zelf onmogelijk is zelfredzaam te zijn. Politieke pretenties moeten zijn gebaseerd op realisme.

Wie dat hoort en weemoedig stelt dat er geen politieke keuzes meer zijn, vergist zich. Keuzes zijn er volop. Maar ze worden nu niet alleen vóór - maar ook dóór mensen zelf genomen. Op terreinen van religie, onderwijs, huisvesting, sociale zekerheid, volksgezondheid. Die trend gaat door. Alleen een paternalist betreurt dat. Een liberaal werkt er vol vertrouwen in de toekomst aan mee.

Meer over