Vrees voor verdwijnen kust- en weidevogels

Kieviten, watersnippen, kemphanen, scholeksters, strandplevieren en bergeenden zullen eind deze eeuw uit Nederland en heel West-Europa zijn verdwenen als gevolg van klimaatverandering.

Vooral weidevogels, kust-, moeras- en zoetwatervogels krijgen het moeilijk en worden zeldzaam of sterven uit. Maar de soorten die op de droge hei zitten, zoals bijeneter, roodkopklauwier, slangenarend en de baardgrasmus zal het beter gaan in Nederland. Veel soorten uit de zuidelijke gebieden schuiven op naar het noorden, omdat hun leefgebieden in het zuiden ongeschikt raken.

Aan de Noordpool zal de ivoormeeuw uitsterven, omdat die afhankelijk is van het afval van de ijsbeer. Omdat de ijsbeer uitsterft, valt ook het voedsel weg voor deze vogel.

Tegengaan van deze terugval is mogelijk door de temperatuurstijging deze eeuw met 2 tot 3 graden celsius af te zwakken door minder uitstoot van kooldioxide. Daardoor krijgen vogels meer kans om zich aan te passen aan nieuwe omstandigheden. Het is juist de snelle klimaatverandering die veel soorten niet kunnen bijbenen.

Daarnaast is het belangrijk om grote natuurgebieden verspreid over heel Europa in stand te houden - Natura 2000 - waar vogels zich kunnen hervestigen. Dat zijn de vluchtheuvels die de soorten die van het zuiden naar het noorden opschuiven, kunnen bezetten.

Meer over