Vreemde vrijspraak in een showproces

TOEN STALIN in 1936 begon aan de zuiveringen en aan de showprocessen die miljoenen levens zouden eisen, had hij donders goed in de gaten welke effecten dat zou hebben op de westerse publieke opinie....

MARCEL VAN HAMERSVELD

Hij kreeg gelijk. De Grote Terreur van 1936-1939 schaadde zijn imago nauwelijks. Zijn gelijk werd echter niet veroorzaakt door zijn kennis van de westerse samenleving, maar doordat - zoals Stephen Koch in Double Lives - Stalin, Willy Münzenberg and the Seduction of the Intellectuals aantoont - zijn geheime diensten veel vooraanstaande westerse intellectuelen in hun greep bleken te hebben.

Op slinkse wijze werden talloze vooraanstaande westerse intellectuelen - Ernest Hemingway, Bertolt Brecht, André Malraux en H.G. Wells om er een paar te noemen - voor het karretje van de Sovjet-propaganda gespannen. De intellectuelen moesten gecontroleerd en betrouwbaar gemaakt worden. Iedere vorm van manipulatie werd toegepast om ze het idee te geven dat ze onafhankelijk waren en om ze in het stalinistische kamp te houden. Agenten werden speciaal getraind om te penetreren in het leven van een bepaalde intellectueel.

Hoe ver dat kon gaan, laat Koch zien aan de hand van de onzichtbare wijze waarop het leven van de Franse schrijver Romain Rolland door Moskou werd geleid. Een zekere prinses Koudachova werd op hem afgestuurd en promoveerde van secretaresse en minnares tot echtgenote, zonder dat Rolland ook maar het flauwste benul had dat ze een Sovjet-agente was. Na een ontmoeting met Maxim Gorki in 1934 vertrouwde hij haar toe hoe geschokt hij was te zien dat Gorki in zijn eigen huis omringd werd door spionnen. Wat het antwoord van Koudachova was, vertelt het verhaal helaas niet.

Helaas vraagt Koch zich niet af wat de motieven van de intellectuelen waren. Hij noemt ze slechts 'de onschuldigen', slachtoffers van het gemanipuleer van Stalin's geheime diensten. Zijn verklaring is even juist als onvolledig. Er waren bijvoorbeeld wel degelijk aanwijzingen dat de showprocessen in elkaar gezet waren. De verdachten werden veroordeeld op grond van hun eigen, onder martelingen afgedwongen bekentenissen, die aan alle kanten rammelden. Een bekend voorbeeld hiervan is de verklaring van een verdachte dat hij in 1932 een ontmoeting had gehad met Trotski's zoon in een hotel in Kopenhagen. Bij navraag bleek het hotel reeds in 1917 te zijn gesloopt.

Stuwende kracht achter het bespelen van de westerse intelligentsia was de Duitse Komintern-man van het eerste uur Willy Münzenberg. Door Koch's speurwerk in het archief van de Komintern en door een aantal hoofdrolspelers van toen te interviewen, onder wie Münzenberg's weduwe, wordt duidelijk hoe dat in zijn werk is gegaan. In opdracht van Lenin en later Stalin leidde hij achter de schermen talloze propaganda-operaties en creëerde hij tal van dekmantelorganisaties, vooral in de vorm van persagentschappen en kranten. Via de pers werd de westerse publieke opinie beïnvloed door zogenaamd onafhankelijke journalisten en werd verzonnen propagandamateriaal verspreid. Tevens dienden de persagentschappen als cover voor Sovjet-agenten.

Het tragische aan een figuur als Münzenberg is dat hij zelf een speelbal werd van Stalin en zijn geheime politie, terwijl hij mensen tot pratende en schrijvende verlengstukken van het Sovjet-regime maakte. Münzenberg moet geweten hebben dat Stalin's intenties met zijn organisaties allerminst oprecht waren. Toch deed hij trouw zijn werk, totdat hij medio 1936 het vermoeden kreeg dat ook hij niet meer zeker kon zijn van zijn leven. De lange arm van Stalin's geheime politie kon ook hij evenwel niet ontlopen; 21 juni 1940 werd hij in Frankrijk vermoord.

Het werk van Münzenberg en de geheime diensten van de Sovjet-Unie werd vanaf 1933 bepaald door de opkomst van Hitler. Daarvoor werd vooral aandacht besteed aan de dreiging die zou zijn uitgegaan van de westerse democratieën. Het blijft een mysterie waarom de Sovjet-propaganda zich pas vanaf 1933 op nazi's richtte. Dit moet te maken hebben gehad met Stalin's diepe haat jegens westerse democratische partijen - een haat die hij overigens met Münzenberg deelde - en doordat hij van mening was dat Hitler's machtsovername de voorbode zou zijn van een communistische revolutie. 'We wilden een revolutie - en we kregen er een', zei Münzenberg's weduwe bitter tegen Koch vlak voor haar dood in 1989.

Münzenberg's apparaat moest de strijd tussen de Sovjet-Unie en Duitsland in de westerse pers afschilderen als een strijd tussen goed en kwaad. Het leek erop alsof de Sovjet-Unie zich alsnog zou verweren tegen Hitler, zeker toen in 1935 de Volksfront-politiek werd afgekondigd.

Het tegenovergestelde gebeurde echter volgens Koch. 'De eerste grote confrontatie tussen de totalitaire machten was een deceptie en in alle opzichten anders dan het op het oog leek te zijn.' Terwijl de Volksfronten, hartstochtelijk gesteund door talloze intellectuelen, in Spanje en Frankrijk veel kabaal maakten, maar nauwelijks tot tastbare resultaten kwamen, probeerde Stalin heimelijk het tegenovergestelde van zijn openlijke doelstelling te bereiken, namelijk tot een vergelijk te komen met Hitler.

De deceptie begon volgens Koch al met de Rijksdagbrand van 27 februari 1933 en het Rijksdagproces in Leipzig later dat jaar, waarbij Marinus van der Lubbe ter dood veroordeeld werd. Niet het vonnis tegen Van der Lubbe, maar de vrijspraak van de Bulgaarse communist en Stalin's later zetbaas in Bulgarije Dimitrov maakt het proces in de ogen van Koch verdacht.

Vrijspraak in een dergelijk showproces?, vraagt Koch zich af. Het vonnis pleitte zowel de nazi's als de communisten vrij van betrokkenheid bij de brand. Sindsdien heeft de discussie zich ten onrechte geconcentreerd op de vraag wie door wie belasterd werd. Waar het om gaat, is dat de vrijspraak van Dimitrov, zoals Koch aantoont, vanaf het begin is gearrangeerd door de twee geheime diensten, wat een heel ander licht werpt op Dimitrov's vermeende heldenrol in de Leipzigse beklaagdenbank.

Dit is wat Koch de 'Dimitrov-samenzwering' noemt. De samenwerking tussen Hitler en Stalin begon volgens hem niet pas in 1939, met het Molotov-Ribbentrop-pact, maar reeds in de allereerste weken na de machtsovername door Hitler. Stalin wilde vroegtijdig Hitler's vertrouwen winnen, daardoor zijn oostgrens veilig stellen en Hitler's agressie westwaarts wenden. Hij verwachtte een uitputtingsoorlog in het Westen, waarna hij het Rode Leger westwaarts zou sturen om zowel Hitler als de geallieerden vernietigend te verslaan. Om dit te bereiken moest hij niet alleen tot een vergelijk met Hitler komen, maar ook de westerse mogendheden wakker schudden tegen het Duitse gevaar.

Vandaar het belang van de Volksfronten en Stalin's belangstelling voor de Spaanse Burgeroorlog. Volgens Koch wilde hij Spanje gebruiken niet om Hitler af te stoppen, maar om hem tot concessies te dwingen. Dit verklaart tevens waarom er in Spanje een 'sovjetisering' avant la lettre plaatsvond. Hoe dat varkentje op vaak bloedige wijze en met list en bedrog gewassen werd, vertelt Koch op fascinerende wijze in het toepasselijk getitelde hoofdstuk De Spaanse krijgslist.

Het is heel goed mogelijk, zelfs zeer waarschijnlijk, dat Stalin een pact met Duitsland prefereerde boven een bondgenootschap met Engeland en Frankrijk. Het Molotov/Ribbentrop-pact was echter niet zo onvermijdelijk als Koch suggereert. Een bondgenootschap met zijn ideologische aartsvijand de Sovjet-Unie was zeker niet Hitler's eerste keus. Pas toen de Duitsers in het voorjaar van 1939 niet tot een vergelijk met Polen konden komen - en de Spaanse Burgeroorlog al lang en breed beslist was - werd ook voor Hitler een pact met de Sovjet-Unie interessant.

Double Lives toont eens te meer het belang aan van het materiaal dat zich in de Moskouse archieven bevindt. Koch's bevindingen laten niets aan duidelijkheid te wensen over. Ze leggen de lijnen bloot van wat misschien wel de grootste subversie-campagne van de twintigste eeuw genoemd mag worden.

Marcel van Hamersveld

Stephen Koch: Double Lives - Stalin, Willy Münzenberg and the Seduction of the Intellectuals.

HarperCollins, import Nilsson & Lamm, ¿ 65,-.

ISBN 0 00 255516 6.

Meer over