Vreemde virussen aan de poort

Het blauwtongvirus komt niet in zijn eentje. Meer ziekteverwekkers uit warmere streken rukken naar Nederland op, zo vrezen deskundigen.Door Marieke Aarden en Mieke van der VeerDoor Marieke Aarden en Mieke van der Veer..

Marieke Aarden en Mieke van der Veer

Al in juni kwam de Wageningse entomoloog dr. Willem Takken met een bezorgd gezicht langs op het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit (LNV). Twaalf plaatsen in Nederland had de insectenkenner onderzocht op knutten, kleine insecten van het geslacht Cullicoides. En op al die twaalf had hij ze gevonden. In het vochtige hoogveen, maar ook in de buurt van veehouderijen. Takken kon toen niet vermoeden dat het deze zomer al raak zou zijn met het blauwtongvirus in Nederland.

Toch moet minister Veerman van LNV niet helemaal verrast zijn geweest, vermoedt dr. Eugène van Rooij, viroloog van het Centraal Instituut voor Dierziekte Controle (CIDC) in Lelystad. Van Rooij leverde al in 2003 bij Veerman een rapport in: Aanzet tot een risicoanalyse met betrekking tot introductie van Bluetongue-virus en West Nile-virus in Nederland.

Van Rooij herinnert zich dat hij drie jaar geleden samen met Takken het ministerie warm maakte voor dit onderzoek. ‘We hebben te maken met klimaatverandering. Knutten komen ook in Nederland voor en kunnen de exotische ziekte blauwtong overbrengen, maar we weten niet welke soorten we hebben en waar ze zitten’, zegt hij nu. En dat was ook de boodschap destijds aan de minister.

Nederland kon het kortom weten. Van Rooij zegt dat hij afgelopen tijd ook concept-crisisdraaiboeken van ambtenaren op zijn computer heeft zien langskomen. ‘Takken was dus goed op tijd’, constateert viroloog Van Rooij.

Wouter van der Weijden, directeur van het Centrum voor Landbouw en Milieu, vindt het echter frappant dat het ministerie geen draaiboek klaar had bij de blauwtonguitbraak. ‘Men was nog volop bezig met de vorige oorlog rond de vogelgriep. Net als in 2003 heeft men zich laten verrassen.’

Alle experts zijn het erover eens dat de hoge temperatuurgemiddelden deze zomer de knut geholpen hebben. Het insect gedijt dan goed en vooral het virus in de knut vermenigvuldigt zich bijzonder snel. Eens in de vier dagen een bloedmaaltijd van een herkauwer als schaap, koe, geit of hert, en de knut kan weer nieuwe eitjes leggen. Bij de beet wordt de besmetting via het speeksel overgebracht.

Het gevoelige woord ‘ruimen’ is al gevallen. Het beeld van de massale vernietiging van koeien, varkens en vogels na de uitbraken van mond- en klauwzeer, varkenspest en vogelgriep doemt dan op. Van Rooij dinsdag: ‘Er zal deze week wel over gesproken worden. Maar zo lang er geen gevaar is voor verspreiding, is ruimen niet aan de orde. De dieren die wel het virus hebben en er niet ziek van zijn, kunnen misschien wel sneller geslacht worden: in januari of februari.’

Loopt dit epidemietje, dat niet schadelijk is voor mensen, met een sisser af? ‘Het kan nog wel even doorsudderen, maar tegen vrieskou is de knut niet bestand’, zegt dr. Aline de Koeijer, veterinair epidemioloog bij het CIDC in Lelystad. ‘Het wachten is op de eerste nachtvorst. Hoe kouder hoe beter. We hopen dan ook op een vroege nachtvorst in een vroeg najaar.’

Mild

De verwachting is dat de nieuwe knutjes die komend voorjaar Nederland bevolken, vrij zijn van het blauwtongvirus. Zéker weten de experts dit niet. ‘Op Corsica, Sardinië en Sicilië komt het virus vaak terug op de plek waar het een jaar eerder ook was gesignaleerd. Het vermoeden is dan dat de knutten daar in leven blijven, omdat het klimaat mild is’, zegt De Koeijer.

Van der Weijden sluit niet uit dat de besmette knutten de winter doorkomen en Nederland volgend jaar rekening moet houden met de terugkeer van blauwtong. ‘De knutten uitroeien is onbegonnen werk. Dus is het feest der insecticiden weer begonnen. De herkauwers worden ermee ingesmeerd.

‘De knutten hebben een voorkeur voor koeien, en die vormen het reservoir als ze besmet zijn. Bovendien kan er nieuwe import van blauwtongvirus bijkomen via veetransporten of via knutten in de bagage van vakantiegangers.’

Volgens hem is blauwtong al een internationaal probleem. Van der Weijden schreef in 2005 met bioloog Rob Leewis en epidemioloog Pieter Bol voor Veerman het rapport ‘Biologische globalisering’, waarbij zij keken naar de mogelijke komst van ziekten als blauwtong, malaria en het West Nijl-virus, dat dodelijk is voor mensen. Deze herfst zal het als boek verschijnen onder dezelfde titel.

Van der Weijden ziet twee belangrijke oorzaken voor bio-invasies, het verschijnsel dat steeds meer planten, dieren en micro-organismen hun verspreidingsgebied uitbreiden of verleggen. Dat zijn klimaatverandering en het internationale verkeer en vervoer.

Een derde oorzaak is het doorbreken van geografische barrières, zoals het graven van kanalen. Zo werd door de opening van het Suezkanaal in de 19de eeuw een enorme uitwisseling mogelijk tussen het waterleven in de Rode Zee, Indische Oceaan en de Middellandse Zee. En het Rijn-Main-Donaukanaal (1992) bood veel waterdieren uit Oost-Europa de kans zich in de Rijn te vestigen.

Klimaatverandering valt niet te stoppen, hooguit af te remmen, en pas op lange termijn, stelt Van der Weijden. Ook de meeste bio-invasies die gerelateerd zijn aan klimaatswijziging, zijn niet tegen te houden; de natuur past zich aan. ‘Dat ligt anders voor bio-invasies door internationaal vervoer. Daar kunnen we wel wat tegen doen.

‘Vaak is wat van ver weg komt, gevaarlijker dan wat van dichtbij komt. Soorten die afkomstig zijn uit omringende landen, komen vaak niet alleen, maar in gezelschap van hun natuurlijke vijanden. Ze worden in toom gehouden. Wat van ver weg komt, heeft minder natuurlijke vijanden en daardoor kunnen die soorten in aantal exploderen. Misschien explodeert het blauwtongvirus ook.’

Rond Aalsmeer is de Aziatische tijgermug (Aedes albopictus) opgedoken. Het insect is meegekomen met de sierplant lucky bamboe uit China, die met zijn wortels in het water staat. En stilstaand water is ideaal voor muggen. Van der Weijden: ‘Er is geen alarm geslagen, omdat er nog geen virus is aangetroffen, maar het virus kan knokkelkoorts (dengue) en encefalitis (hersenziekte) bij mensen veroorzaken. In de VS en Canada zijn de grenzen al gesloten voor lucky bamboe, in Nederland niet.’

Huiverig

Van der Weijden vermoedt dat Nederland daar huiverig voor is. ‘Voor je het weet, slaat China terug met handelsbeperkingen. Het is dus een afweging van handelsbelangen en de gezondheid van werknemers op de plantenbedrijven. Nederland zal niet gauw als enige in Europa kiezen voor een importverbod van lucky bamboe.’

De uitbraak van het blauwtongvirus toont aan hoe riskant het grootschalig internationaal transport van levende have is, zegt Van der Weijden. ‘Volgens experts is dit veevervoer een mogelijke route voor de verspreiding van het virus. Dat gold ook voor varkenspest, mond- en klauwzeer en bse.

‘Daarom vind ik dat het transport van levende dieren moet worden teruggedrongen. Er zou ook meer grenscontrole op vee moeten komen. De open EU-markt is een groot bio-risico. Het verbaast me dat er nog geen dierziekten uit Oost-Europa naar het westen zijn gekomen. Die landen moeten hun veterinaire zaken op orde hebben, maar naarmate de EU meer lidstaten telt, nemen het volume en de afstanden van vee- en vleestransporten wel toe. De FAO heeft recent gewaarschuwd voor de risico’s van globalisering van de veehouderij’, aldus Van der Weijden.

Wat moet er gebeuren als het blauwtongvirus zich wél permanent in Nederland vestigt? Aline de Koeijer van het dierziekten-controle-instituut noemt drie maatregelen. ‘We kunnen dan gaan denken aan vaccineren. Een andere mogelijkheid is herkauwers weren uit gebieden met veel knutten, wat niet eenvoudig is. De derde maatregel kan zijn: gebieden droger maken, waarmee de knuttenpopulaties beheerst worden.

‘Ik ga ervan uit dat het virus de winter niet overleeft. Mocht dat wel zo zijn, dan moeten de diertransporten worden verboden of beperkt. Zolang de knut vliegt, ongeveer van april tot oktober.’

Meer over