Vreemde is zo vreemd niet meer

Internet zou de doodsteek zijn voor het reisboek. De nominaties voor de VPRO Bob den Uyl Prijs bewijzen het tegendeel.

Geconfronteerd met het verschijnsel toerisme, vroeg een Afrikaans dorpshoofd eens achterdochtig naar de reden van onze westerse reislust. Waarom zou een rijk mens uit een vredig land zijn huis, vee en goed verlaten en zijn familie gedag zeggen om zich naar streken te verplaatsen die ver buiten zijn blikveld liggen?! Daar moest meer achter schuilen. Het dorpshoofd was ervan overtuigd dat wij, westerse reizigers, iets bij hem kwamen halen dat we thuis niet hadden.

De schrijver Bob den Uyl (1930-1992) was in deze een compagnon de route van de Afrikaan. Wie Den Uyls tragikomische reisverhalen leest, kan alleen maar concluderen dat de schrijver zijns ondanks op reis ging. 'Ik geloof dat het hardnekkige vooroordeel dat reizen leuk en weldadig voor de geestelijke ontwikkeling is wel altijd zal blijven bestaan', schreef hij in een van zijn verhalen.

Om de lezer vervolgens in een staat van optimistische somberheid mee te voeren in het gehannes dat het reizen nu eenmaal meebrengt: koffers pakken, kaartjes kopen, dienstregelingen ontrafelen, vreemd volk te woord staan, raar voedsel verorberen en 'al die rompslomp meer om zich op vermoeiende wijze op de aardbol te begeven waar alles duurder en minder comfortabel is dan thuis'.

Toch zocht ook Den Uyl iets wat hij thuis niet had: het ongemak van het onderweg zijn was een van zijn favoriete onderwerpen. Meer dan eens arriveerde hij pas na veel omwegen - en soms helemaal niet - op zijn eindbestemming. Zonder zijn reizen had hij niets te schrijven - der Weg ist das Ziel.

Het leverde onvergetelijke reisliteratuur op, die de VPRO er in 2004 toe bracht een prijs te vernoemen naar de auteur. Zondag wordt de Bob den Uyl Prijs voor het beste literaire en/of journalistieke reisboek voor de tiende keer uitgereikt. Wie de nominaties van het afgelopen decennium bekijkt - zes stuks per jaar - moet concluderen dat het reisboek in die korte periode een belangrijke ontwikkeling heeft doorgemaakt. Niet langer staan de persoon van de reiziger/schrijver en diens lotgevallen centraal zoals bij Den Uyl.

Door de snelle groei van zowel het toerisme als het internet zijn reizigers als Den Uyl bijna een anachronisme geworden. Iedereen reist. In de jaren tachtig en negentig verschenen massa's boeken van reizende toeristen over hun ervaringen 'in den vreemde'. Maar den vreemde is zo vreemd niet meer, reizigerscomfort is tot op Antarctica te vinden en dat boek je met een paar muisklikken op internet.

Persoonlijk avonturen worden met de snelheid van het licht via social media verspreid. Wie wat meer te vertellen denkt te hebben, parkeert zijn ervaringen op een van de duizenden reiswebsites. Tenzij je Cees Nooteboom heet, kun je als reisschrijver niet langer volstaan met het beschrijven van de dingen die min of meer toevallig op je weg komen.

Veel reisschrijvers van nu, dat wil zeggen: de serieuzere onder hen, willen de hartslag van de tijd meten, en daarvoor verlaten ze graag hun comfortzone. De Vlaamse journalist en documentairemaker Pascal Verbeken schrijft in de inleiding van zijn dit jaar genomineerde boek Grand Central Belge: 'Na meer dan twintig jaar 'in het vak' ben ik ervan overtuigd dat headlines, krantenkoppen, quotes-van-de-dag en hamerende opiniestukken op gespannen voet leven met de werkelijkheid.' Als er nog wat te ontdekken valt op de al veelvuldig geëxploreerde aardbol, is het de 'werkelijkheid' achter de dagelijkse informatielawine. Zo'n queeste vraagt tijd, kennis, inzicht en een gouden pen.

Vijf van de zes genomineerde schrijvers voor de Bob den Uyl Prijs 2013 proberen inderdaad de tijdgeest te vangen. Ze zoeken onderweg wat thuis buiten hun blikveld ligt: duiding, verdieping, de wereld onder de oppervlakte van het nieuws en de reisbrochures, en ja, daar mag soms best een dosis couleur locale aan worden toegevoegd.

Arme Bob den Uyl. Wist hij veel van internet. Dankzij zijn literaire kwaliteiten heeft zijn oeuvre de tand des tijds vooralsnog doorstaan, maar met de geest van zijn proza hebben de reisboeken van nu weinig meer te maken. Een schrijver-toerist als hij heeft moeten plaatsmaken voor een schrijver-onderzoeker. Maar hoe dan ook bewijst de oogst van 2013 dat het reisboek springlevend is, ondanks de al jaren aangekondigde dood als gevolg van de digitale revolutie.

De twee debutanten onder de genomineerden doen verslag vanuit de stroomversnellingen in het Midden-Oosten. Maarten Zeegers (1982) studeerde islamitisch recht in Damascus toen de revolutie uitbrak en doet hiervan verslag in Wij zijn Arabieren - portret van ondoordringbaar Syrië. De spring-in-'t-veld onder de Midden-Oostenduiders Monique Samuel (1989) ging naar Egypte, het geboorteland van haar vader, en enkele andere landen in het Midden-Oosten in de zomer na de Arabische lente. Ze schreef hierover Mozaïek van een Revolutie - een kijkje achter de voordeur van mijn nieuwe Midden-Oosten.

Het boek is letterlijk een levendig, maar wat rommelig mozaïek van ervaringen, stukjes theoretische uitleg, citaten, websites en QR-codes. Doordat Samuel het Arabisch machtig is, vindt ze gemakkelijk aansluiting bij de internetgeneratie die ze van binnenuit beschrijft. Zeegers loodst zijn lezers vlot door onder meer het labyrint van islamistische stromingen om vervolgens de oplopende spanningen in Syrië aan den lijve te ervaren.

De positie van vrouwen, religieus geweld, de onderhuidse angst voor het gezag en de dubbele moraal ten aanzien van seks komen in beide boeken ampel aan de orde. Ze bieden allebei de frisse blik van een jonge generatie. Wat ze enigszins ontberen, is een ervaren hand van schrijven; niet elk detail is het vermelden waard.

Die ervaring is volop aanwezig bij de andere vier genomineerden. Geert Mak (1946) volgt in Reizen zonder John - op zoek naar Amerika het spoor van de schrijver John Steinbeck door de Verenigde Staten. Beschreef Steinbeck vijftig jaar geleden de tijdgeest van het naoorlogse Amerika, rasverteller Mak voelt de pols van Mainstreet USA zoals we dat uit zijn eerdere werk gewend zijn: met literaire gedrevenheid en veel geschiedenis. Er wordt prettig veel gereisd in het boek, hoewel de reis zelf soms wat uit het zicht raakt door de hoeveelheid historie.

Journalist Fred de Vries (1959) onderzoekt in Afrikaanders - een volk op drift de verwarring onder de huidige generatie Zuid-Afrikanen van - ooit - Nederlandse afkomst. Hij spreekt iedereen die ertoe doet, van de extreem-rechtse leider Eugène Terreblanche (vermoord in 2010) tot de linkse schrijfster Antjie Krog en ook veel onbekende Afrikaanders. In een heldere stijl trekt De Vries zijn lezers mee in het leven van een bevolkingsgroep die zoekt naar een nieuwe plaats in het 'nieuwe' Zuid-Afrika. Hij laat zijn eigen ongemak niet onvermeld. Het resultaat is een boeiend, diepgravend tijdsdocument.

Net als Mak neemt Pascal Verbeken (1965) een route als middel om een verhaal te vertellen. In eigen land trekt hij te voet langs de noord-zuidspoorlijn Grand Central Belge om in het gelijknamige boek verslag te doen van een land dat 'op sterven ligt' - een reis die soms terugvoert in de tijd. Met flair en vakmanschap verweeft Verbeken observaties, herinneringen, gesprekken en feiten tot wat een topstuk in de huidige reisliteratuur mag worden genoemd.

De enige genomineerde die niet het huidige tijdsgewricht tot onderwerp neemt, is Carolijn Visser (1956), een grande dame van de Nederlandse reisliteratuur. Ze reconstrueert in Argentijnse avonden - van de Zwartjanstraat naar de pampa het leven van vader en dochters Van Mastrigt, emigranten met een bijzonder levensverhaal. Dat begint als vader Rinus in 1937 op de fiets (!) naar Indië vertrekt.

In haar gerijpte, sobere stijl beschrijft Visser de lotgevallen van de familie die uiteindelijk in Argentinië wortel schiet. Je kunt je van Argentijnse avonden afvragen of het een reisboek is. De uitkomst is in elk geval een fascinerende familiegeschiedenis tegen de achtergrond van soms Hollandse, maar meestal exotische decors.

DE VORIGE WINNAARS

De VPRO Bob den Uyl Prijs (7.500 euro) wordt op zondag 12 mei voor de tiende keer uitgereikt. Vorig jaar won P.F. Thomése met Grillroom Jeruzalem. In 2011 won Cees Nooteboom met Scheepsjournaal. Een boek van verre reizen. In 2010 won Minka Nijhuis met Birma. Land van geheimen. Martin Bril won in 2009 met zijn boek over Napoleon, De kleine keizer. Dick Wittenberg en fotograaf Jan Banning wonnen met Binnen is het donker, buiten is het licht, over het dorpje Dicksioni in Malawi.

NOMINATIES VPRO BOB DEN UYL PRIJS 2013

Geert Mak: Reizen zonder John. Atlas Contact euro 24,95.

Monique Samuel: Mozaïek van de revolutie De Geus euro 9,90.

Pascal Verbeken: Grand Central Belge. Bezige Bij euro 19,95.

Fred de Vries: Afrikaners. Nijgh & Van Ditmar euro 19,95.

Carolijn Visser: Argentijnse avonden Atlas Contact euro 19,95.

Maarten Zeegers: Wij zijn Arabieren. Podium euro 18,50.

undefined

Meer over