Vreemd dat Nietzsche zo'n walrussnor had

De reis voerde dit keer naar het Zwitserse hooggebergte, want wij hadden de Engadin voor onze wandelingen uitgezocht. Engadin betekent 'tuin' en ligt in het kanton Graubünden, dat ondanks zijn naam tot de lieflijkste omstreken van Europa behoort. Nietzsche sprak van 'het paradijs op aarde'. Uiteraard kwam ook Wagner er graag en later Hermann Hesse. Het voormalig buitenhuis van Willem Mengelberg is nog altijd een bedevaartsoord. De schilder Segantini stierf in 1899 op 2.700 meter in een berghut. Zijn jongere vriend Giacometti beklom een paar dagen daarna het pad en maakte het doodsportret.

De lieflijkheid van de Engadin is, net als in de rest van Zwitserland, betrekkelijk en verraderlijk. De vredige natuur kan elk moment omslaan in meedogenloze lawines, stroomversnellingen en losgeslagen rotsblokken. Men geeft erruchtbaarheid aan, maar nergens komen zoveel toeristen om als in de Zwitserse alpen. Achter het mombakkes van Zwitserse burgerlijkheid gaat een woeste agressie schuil.

In zijn latere jaren bracht Nietzsche de zomers door in Sils Maria, een dorpje dat niet ver van St. Moritz ligt. De filosoof van de hamer was toen al ernstig ziek. Syfilis, dacht men, maar dat denkt men tegenwoordig niet meer. In het prachtige boek Friedrich Nietzsche, Chronik in Bildern und Texten hebben Raymond Benders en Stephan Oetermann vastgelegd wat Nietzsche van dag tot dag heeft gedaan. Zo wordt verteld dat de filosoof op 4 juli 1881 hulp krijgt van een jonge medereiziger, die hem naar een pensionnetje in Sils-Maria brengt.

Dat pension is tegenwoordig ingericht als museum. Nietzsche bewoonde een bedompt kamertje aan de zijkant, maar voelde zich door de stilte erg gelukkig. In dit Nietzsche Haus is vrijwel niets echt: de tentoongestelde geschriften en documenten zijn hoofdzakelijk in kopie aanwezig. Maar de bedompte kamer is er nog steeds, met bed, crapaud en bijzettafeltje, waarop een lampetkan. Op de grond staat een po. Zou de filosoof werkelijk hierin gewaterd hebben als de nood te hoog was? Op een foto, die Benders in 1965 van dezelfde kamer heeft genomen, is de po nog niet te zien. Kan het zijn dat de fotograaf de pispot even uit beeld heeft geschoven, of zou het museum het relikwie inmiddels als een belangrijke aanwinst hebben verworven?

Maar wat is dat?

Op het bed ligt een enorm gipsen voorwerp, even lang als het bed zelf en ongeveer veertig centimeter hoog. Ik kon aanvankelijk niet doorgronden wat het was, maar mijn vrouw zag het meteen: de tot enorme proporties opgeblazen walrussnor van Nietzsche, vervaardigd naar het dodenmasker zoals dat de filosoof in 1900 werd afgenomen. Een staaltje van moderne humor, waarin wijsbegeerte en kunst met elkaar zijn vermengd. Vreemd eigenlijk dat Nietzsche zo'n snor had. Hij moet er dag en nacht mee bezig zijn geweest, al was het alleen maar om de etensresten te verwijderen. Had hij als waarheidszoeker werkelijk niets beters te doen?

De volgende dag besluiten wij de tocht naar de Segantini-hut te maken. Doe dat nooit onvoorbereid, want de weg heen is stijl en de weg terug gevaarlijk lang. Segantini stierf een jaar eerder dan Nietzsche. Hij heeft Nietzsche gelezen en de Italiaanse editie van Also sprach Zarathustra is door hem geïllustreerd. Ze moeten soms beneden in hetzelfde dorpje zijn geweest, maar hebben elkaar waarschijnlijk nooit ontmoet. Het is bijna onvoorstelbaar dat een schilder op die hoogte heeft gewerkt. Vanuit zijn hut keek hij als God uit over de wereld. Al geloofde Segantini misschien niet, religie zat in zijn penselen.

De afdaling bereidde ons nog een verrassing. Een heftige regenbui deed ons schuilen in zo'n hut, waar bier en worst wordt geserveerd. Aan het belendende tafeltje zaten een man en vrouw die met een vreemd soort egards werden behandeld. Het bleken Christoph Blocher (72) en zijn vrouw Sylvia te zijn. Blocher is politicus en miljardair. Hij is tegen Europa en tegen moskeeën, je zou hem de Zwitserse Geert Wilders kunnen noemen. Thomas von der Dunk krijgt een rode waas voor ogen als hij zijn naam hoort, en hij is beslist niet de enige.

Door een gelukje kwamen wij met de Blochertjes aan de praat. Hij zei: 'De meeste mensen denken dat ik Bloch heet, omdat zij de televisie uitdoen, zodra mijn naam wordt uitgesproken.' En hij zei: 'Met humor moet je oppassen in de politiek. Zelfspot is meer iets voor thuis.'

In de stoeltjeslift zwaaide hij nog en verdween in de diepte.

undefined

Meer over