‘VREDE VERWART OOK’

‘Alexander’ is de eerste grote-zaalregie van Ira Judkovskaja. ‘Het gaat over jonge mensen die de wereld willen verbeteren, maar daarin te ver doorschieten.’..

KARIN VERAART

‘Ik baal eigenlijk dat het doek blauw is. Maar straks, in Amsterdam, is het rood. Grote zaal, veel pluche, dieprood doek en die spanning: wat gebeurt daar achter. Dat is een gelukkige jeugdherinnering uit Rusland. Dat gevoel wil ik nu oproepen, ik wil spelen met de magie van de grote zaal. Laten zien: dit is het materiaal, daar kun je met subtiele middelen ware poëzie van maken.’

Ira Judkovskaja (31) staat voor haar eerste grote-zaalregie: Alexander, een gloednieuw stuk van Willem Jan Otten. De try-outs zijn in volle gang, in de schouwburg Velsen, een blauwe zaal. Maar de première aanstaande dinsdag zal rood zijn. Judkovskaja glimlacht. Durf je het aan, vroeg artistiek leider Ronald Klamer van Het Toneel Speelt (HTS) een aantal maanden geleden. Het was toen al wel min of meer ‘haar’ stuk geworden. Aanvankelijk zou ze met Willem van de Sande Bakhuyzen de co-regie voeren, maar hij bleek uiteindelijk toch te ziek. Judkovskaja ging door. Griezelig, een sprong in het diepe. Zo moet je toch leren zwemmen, zegt ze.

Een moeilijke tijd was het wel. Haar moeder, met wie ze in de jaren negentig samen van Rusland naar Nederland trok, overleed kort voor Van de Sande Bakhuyzen. ‘Het duurt even voordat je de boel weer oppakt.’

‘Ik articuleer slecht’, waarschuwt ze, voor het gesprek in een café in IJmuiden. ‘Als ik enthousiast word, ga ik heel snel praten, zo’n beetje op z’n Moskous.’ Dat valt alles mee. Maar geestdriftig is ze, over het stuk, de schrijver, de acteurs – een jonge groep mensen, versterkt door zwaardere acteurs als Mark Rietman, Petra Laseur en Kees Boot.

De Velsener schouwburg is geen onbekende. Ze deed er regie-assistenties bij Een Zwarte Pool en Familie – beide bij Van de Sande Bakhuyzen. Er komt veel terug. ‘De laatste tijd zie ik Willem heel vaak fietsen’, zegt ze. Maar ook is er veel veranderd; zo rond 2000 was ze net klaar met de Amsterdamse regie-opleiding. Grinnikt: ‘En veel snapte ik nog niet. Nu zie ik Petra Laseur stapje voor stapje haar rol veroveren, heel mooi is dat. Ik herinner me dat ik toen totaal niet begreep hoe dat werkte, hoe ze dat deed.’

Inmiddels heeft Judkovskaja een leuke reeks op haar naam staan, kleine-, en middenzaalproducties bij uiteenlopende gezelschappen en een opera met fanfarepunkband De Kift, op Oerol: met een bezetting van tien man ook al best groot. Maar de druk van zo’n drie uur durend stuk in het theater is toch wel wat zwaarder.

Willem Jan Otten werkte jarenlang aan Alexander, en dat is goed merkbaar, zegt ze. ‘Een nieuw stuk moet zich stukje bij beetje ontwikkelen, anders blijft het aan de oppervlakte.’ Het resultaat is een kloek stuk over de jonge koning Alexander, die van strijdvaardige vent met frisse plannen en ideeën verandert in een vreselijke despoot. De oudere en wijzere generatie die hij tegenover zich vindt, negeert hij, zijn jonge medestanders sleurt hij mee in het verderf, en de liefde die hij dacht te vinden, helpt hij zelf de wereld uit.

Judkovskaja: ‘Het is een ‘‘jong’’ stuk en gevoelsmatig klopt het wel dat iemand van mijn leeftijd ervoor staat. Het gaat over volwassen worden, over het verlies van idealen, over naïviteit-versus-cynisme, over de ondergang van de poëzie waar het cynisme wint. Het gaat over jonge mensen die de wereld willen verbeteren, maar daarin te ver doorschieten en in een wrede strijd verwikkeld raken. Ik moest denken aan een personage uit De Grap van Milan Kundera, die zegt: ‘‘Niets zo lelijk als jonge mensen. Ze zijn als clowns die op stelten lopen.’’ Oorlogen en revoluties worden door jonge mensen ontketend – en lopen zelden goed af. De oudere generatie heeft het beter door, maar legt het af tegen de ambitie van de jeugd. Dat is ook wat je in Alexander ziet.’

Ze herinnert zich de film At home among strangers, a stranger among his own van de Russische cineast Nikita Michalkov: ‘Openingsbeeld: jonge mensen die elkaar euforisch in de armen vallen, de revolutie heeft gezegevierd. Volgende shot: dezelfde mensen zitten in strakke pakken in een kantoor onder een tikkende klok. Geen idee hoe het verder moet. Meesterlijk.’

En aan Oorlog en Vrede van Tolstoj dacht ze met regelmaat, de afgelopen weken. ‘Die paradox: oorlog leidt tot onmenselijkheid – je doodt een mens en daarmee ook iets in jezelf. Tegelijkertijd worden er volop oorlogen gevoerd en lijkt er niets menselijkers dan oorlog. Oorlog zet de dingen op scherp. Iets heel ingrijpends maakt tegelijk duidelijk wat er belangrijk is. Mijn moeders ziekte was een ramp, maar de laatste maanden ben ik heel gelukkig geweest met haar. De momenten die we samen hadden waren heel intens. Van de dood moet je afkicken. Soms lijkt het makkelijker in oorlogstijd te leven dan in vredestijd. Vrede is ook verwarring, stuurloosheid.’

Mijmerend: ‘Met de acteurs zoek ik nog steeds naar de sfeer. Het is een groep jonge honden rondom Alexander, maar het moet geen voetbalsupportergedoe worden. Ik ben altijd een beetje aan het ‘kleien’. Dat moeten acteurs ook leuk vinden, ik kan een scène opeens nog om willen vormen. De volgende generatie, een vader- en een moederfiguur, worden gespeeld door Mark Rietman en Petra Laseur en het is fijn om hen erbij te hebben.

‘Dingen samen doen met leeftijdgenoten is super, dat blijf ik doen – maar het is heel prettig zo nu en dan doortimmerde expertise tegenover je te hebben. Daar léér je van, goede acteurs houden je scherp. Op die manier heb ik steeds met Elsje de Wijn gewerkt, een van mijn favoriete actrices. En nu net in De Rit met Hein van der Heijden en Barbara Pauwels.’

De Rit is haar voorlaatste stuk, losjes gebaseerd op eerdergenoemde roman van Kundera. Het is een van de producties waarop ze het trotst is, gemaakt (in samenwerking met Theater Branoul) onder de vleugels van haar eigen stichting De Groene Envelop, in het leven geroepen om juist dat soort dingen te kunnen doen: háár dingen, die ze nergens anders kwijt kan. De Rit – gesitueerd in Rusland, handelend over twee vroegere vrienden die elkaar weer tegenkomen nadat de één vijftien jaar in een strafkamp heeft gezeten wegens een domme grap over Lenin. Een andere lieveling heet Fantasieën van Farjatjev van de Russische Alla Sokolova uit 2001, Judkovskaja’s begintijd bij de Haarlemse Toneelschuur.

Natuurlijk heeft haar Russische achtergrond invloed. Het wordt vaak gevraagd, en eigenlijk moet ze daar wel een beetje van zuchten. Die bagage is er nu eenmaal, ze was vijftien toen ze vertrok, herinneringen te over. En met name aan het Russische (jeugd-)theater dat ze veelvuldig zag (haar moeder was recensent, naast haar werk als schrijfster). ‘Zo heb ik besloten regisseur te worden. Toen ik vier was en ging kijken naar Alle muizen houden van kaas. Er kwam een kat in voor, die op een bepaald moment moest miauwen maar er qua timing steeds naast zat. Waarop de regisseur op bepaald moment krachtig ingreep – en ik dacht: dat wil ik ook!’

Maar ze ging medicijnen doen. ‘Ik vond lijken ontleden geweldig. Maar ik wist deep down wel dat mijn hart toch bij het theater lag: het eerste wat ik in Nederland zag was Trilogie van een zomerverblijf van Erik Vos en ik was sindsdien verkocht.’

Het chaotische Rusland van de jaren negentig hadden ze toen net achter zich gelaten. Antisemitisme tierde er welig. ‘Wij, met onze joodse achtergrond; ik begreep wel dat we er weg moesten.’ De meeste familieleden kwamen haar achterna. Ze moet lachen: een goede vriendin uit Moskou reageerde laatst verbaasd: ‘‘Vragen ze jou naar je Rússische achtergrond?’’ Zij ziet mij niet als Russin. Voor haar ben ik voor alles jodin. Ik geloof dat het nu iets beter gaat in Rusland in dat opzicht. En ja, soms slaat de nostalgie toe. Maar ik ben echt, zoals een vriend van mij zegt, ‘ingepolderd’.

‘Ik heb Nederlandse helden: Erik Vos dus, Dirk Tanghe, Johan Simons; die laatste zei: je moet als regisseur een lange adem hebben, pas na een heel aantal voorstellingen kun je een beetje zien waar het heen gaat met je. Ik hoop dat dat dat nu een beetje begint te komen.’ Veert op bij het idee: ‘Ik ben bezig met de vertaling van een stuk van Aleksander Ostrovski, in Rusland een beroemde 19de-eeuwer, hier vrij onbekend. Het lijkt me interessant om te zien hoe die het in Nederland doet. Hij gaat komend voorjaar in première, op Terschelling. Mooi toch: Ostrovski op Oerol.’

Meer over