Vrede in Syrië komt pas bij volledige uitputting

Een van de laatste wapenfeiten van 2015 was de herovering van Ramadi door Iraakse regeringstroepen. Ik zag beelden van soldaten die triomfantelijk de nationale vlag plantten op wat het centrale regeringsgebouw van de stad werd genoemd. Dat wil zeggen: op de restanten van het grotendeels in puin geschoten complex. Ook andere beelden toonden hele en halve ruïnes.

Paul Brill
Soldaten vieren de herovering van Ramadi. Beeld ap
Soldaten vieren de herovering van Ramadi.Beeld ap

Mogelijk had de cameraman geen oog voor de huizen die nog ongeschonden overeind staan, maar ik betwijfel of het er veel zijn. Het offensief tegen het IS-contingent in Ramadi heeft een paar weken geduurd en kon pas slagen na intensieve Amerikaanse bombardementen op vijandelijke posities. Ook bij de verovering van de stad door strijders van Islamitische Staat, ruim een jaar geleden, zijn al veel verwoestingen aangericht. De meeste inwoners - ooit waren het er meer dan 200 duizend - hebben in de loop der tijd een veiliger heenkomen gezocht.

Zullen ze nu terugkeren? De ervaring leert dat je het menselijke recuperatievermogen niet moet onderschatten. Maar zowel in Irak als in Syrië moet de heimwee naar huis en haard wel erg groot zijn om het oude leefgebied weer te willen opzoeken.

Neem de Koerdische stad Kobane in het noorden van Syrië, waaruit IS bijna een jaar geleden is verdreven na een heftige strijd van vier maanden, waarin de kansen voortdurend leken te keren. Een verslaggeefster van de Washington Post ging onlangs kijken. Haar verslag stemt moedeloos. Een paar duizend inwoners zijn teruggekeerd, er zijn enkele noodschooltjes ingericht en er worden hier en daar levensmiddelen verkocht. Maar het overgrote deel van de stad ligt nog in puin, bijna geen enkele straat ziet er bewoonbaar uit.

De lokale Koerdische autoriteiten hebben 25 miljoen dollar bijeengesprokkeld voor puinruimen in Kobani. Maar voor een heuse wederopbouw is volgens een eerste schatting minstens een miljard nodig. En dan moet Turkije ook nog willen meewerken, wat weer eens een probleem is, want voorlopig laat het noordelijke buurland, bevreesd voor een te sterke Koerdische entiteit, alleen hulpgoederen de grens passeren, geen bouwmaterialen.

Als er alleen al voor Kobani een miljard dollar op tafel moet komen, aan wat voor bedragen moeten we denken voor de rest van Syrië, gezien de gigantische verwoestingen? Volgens de Syrische ex-minister Abdallah al-Dardari, die nu aan het hoofd staat van het hulpprogramma voor Syrië van de Economische en Sociale Raad van de Verenigde Naties, bedraagt de totale schade minstens 270 miljard dollar.

Het is een getal dat de verbeelding tart, ook als zich het wonder van de politieke oplossing voltrekt die besloten ligt in de Syrië-resolutie van de VN-Veiligheidsraad. Alom is de resolutie verwelkomd als lichtpuntje in het Syrische drama. En het is waar: dat met name de VS en Rusland het eens zijn geworden over een globale routekaart naar een omvattende vredesregeling is niet zonder betekenis. Maar het lukt me met de beste wil van de wereld niet om mijn scepsis kwijt te raken.

Dat komt niet zozeer door de nog steeds uiteenlopende strategische belangen en zienswijzen van betrokken mogendheden, als wel door het disfunctionele karakter van het chaotische Midden-Oosten. Scenario's en denkbeelden die hier alleszins redelijk of in elk geval bespreekbaar worden geacht, gaan daar maar zeer ten dele op.

Dat begint al met de notie van een deadline. De VN-resolutie stipuleert een strak tijdschema - binnen een half jaar vorming van een regering van nationale eenheid, in 2017 vrije algemene verkiezingen - dat totaal niet spoort met de weerbarstige realiteit in de regio, waar deadlines vaak contraproductief zijn.

Het grootste obstakel naar een politieke regeling is gelegen in het feit dat de meeste strijdende partijen - en soms ook hun sponsors - nog steeds denken gewapenderhand winst te kunnen boeken. Ondanks 250 duizend doden en meer dan 10 miljoen ontheemden is er geen sprake van volledige uitputting. Misschien dat de Koerden, die nu een redelijk afgebakend gebied beheersen, klaar zijn met de strijd, maar voor allerhande rebellengroepen geldt dat niet en dankzij de Russische interventie denkt ook het regime in Damascus weer betere militaire vooruitzichten te hebben.

Het betekent niet dat vredespogingen maar beter kunnen worden gestaakt. Wel dat we eerder moeten denken in termen van uitkomsten die de krachtsverhoudingen op het slagveld weerspiegelen dan in termen van oplossingen die zijn gestoeld op doorleefde principes.

Geen vrolijke boodschap aan het begin van het nieuwe jaar, maar het is niet anders.

Meer over