100 jaar Volkskrant

Vragen over Nieuw-Guinea? Die stelde je aan de Rijksvoorlichtingsdienst

In een wekelijkse serie kijken we terug op hoe de Volkskrant de afgelopen 100 jaar verslag deed van historische gebeurtenissen. Deze week: de ontknoping van het conflict rondom Nieuw-Guinea in 1962.

De Volkskrant van 5 maart 1962 Beeld de Volkskrant
De Volkskrant van 5 maart 1962Beeld de Volkskrant

Op 15 januari 1962 had Nederland voor het laatst als koloniale mogendheid strijd geleverd: tijdens de Slag bij Vlakke Hoek verijdelde de Koninklijke Marine een Indonesische infiltratiepoging in Nieuw-Guinea, het enige deel van het voormalige Nederlands-Indië dat (vooralsnog) voor Nederland behouden was gebleven. Bij de nachtelijke confrontatie werd een Indonesische torpedoboot tot zinken gebracht en kwamen 39 Indonesische manschappen om het leven.

Begin maart was men in Nederland wel over dit incident uitgepraat: over het toekomstige lot van Nieuw-Guinea zou door de internationale diplomatie worden beschikt. Nederland wilde de Papoea’s, de inwoners van Nieuw-Guinea, in een zelf te bepalen tempo begeleiden naar zelfstandigheid. Indonesië was niet van die ‘koloniale bevoogding’ gediend en eiste het gebied voor zichzelf op.

In de kolommen van de Volkskrant werden onmiskenbaar de contouren van een impasse zichtbaar: Indonesië wilde alleen met Nederland over Nieuw-Guinea onderhandelen als op voorhand vaststond dat het gebied aan Indonesië zou worden overgedragen. ‘Nederland heeft steeds geweigerd deze eis in te willigen, en doet dat nog, omdat bij inwilliging van een onderhandelen geen sprake zou zijn’, noteerde de Volkskrant instemmend.

Eisenhower en Kennedy

De Nederlandse regering, aangevoerd door de KVP’er Jan de Quay, aarzelde nog over de uitzending van twee onderzeebootjagers en zo’n tienduizend militairen naar het omstreden gebied. Die aarzeling was ingegeven door twijfel over de rol van de Verenigde Staten: de regering van (de Republikein) Dwight D. Eisenhower had eerder nog de indruk gewekt Nederland bij een Indonesische invasie van Nieuw-Guinea militair te zullen steunen. De regering van de Democraat John F. Kennedy, die in 1961 was aangetreden, hield de kaarten echter nog tegen de borst.

Aller ogen, ook die van de Volkskrant, waren dus op Washington gericht: gaf de Amerikaanse regering al blijk van ergernis over de onverzoenlijkheid van de Indonesische president Soekarno? Zou Washington de Indonesiërs kunnen bewegen tot onderhandelen zonder voorwaarden? En bovenal: waren de VS bereid ‘Nederland militair bij te staan of minstens te helpen bij het beschermen van de levens en eigendommen van de Nederlanders in Nieuw-Guinea?’

Heel veel hoop op een voor Nederland gelukkige afloop leek de Volkskrant niet meer te koesteren. In Jakarta zou de Nederlandse aarzeling om versterkingen naar Indonesië te sturen ‘met vreugde’ zijn begroet. En tijdens een rede in Hengelo had Wim de Kort, fractievoorzitter van de KVP in de Tweede Kamer, al een voorschot genomen op het scenario dat binnen enkele maanden zou worden bewaarheid. ‘Als morgen de Verenigde Staten ons in de hoek duwen door aan het zelfbeschikkingsrecht der Papoea’s hun politieke steun te onthouden, dan moeten wij morgen genoegen nemen met het mindere, en wellicht zelfs capituleren.’

In de berichtgeving over de crisis klonk veel ergernis door over de houding van Soekarno. Maar over het optreden van de Nederlandse regering, minister van Buitenlandse Zaken Joseph Luns in het bijzonder, matigde zij zich geen kritisch oordeel aan. Voor alle vragen over Nieuw-Guinea werden de kranten doorverwezen naar de Rijksvoorlichtingsdienst. Aan die wenk gaf de Volkskrant zonder morren gehoor.

Meer over