Vraagbaak over zelfdoding

Psychiater Chabot hielp in 1991 een 50-jarige patiënte bij zelfdoding. De vrouw was niet lichamelijk ziek, maar had alle geloof in het leven verloren....

door Ineke Jungschleger

'De euthanasiewet die 1 januari van kracht wordt, bevat een ingebouwd conflict tussen arts en burger', zegt psychiater B.E. Chabot (60). 'De arts is wettelijk verantwoordelijk en heeft dus de regie in handen rond het zelfgekozen levenseinde van de burger. Wie euthanasie wenst, moet als het ware examen doen bij de dokter. Het lijkt mij duidelijk dat de aankomende groep ouderen zich daar niet bij neerlegt. Wie zelf aan roesmiddelen kon komen, gaat ook op zoek naar middelen voor zelfdoding.'

Nu de euthanasie-wet voltooid is, laait opnieuw de discussie op over 'de pil van Drion'. De Nederlandse Vereniging voor Vrijwillige Euthanasie (NVVE) onderzoekt de mogelijkheden om 'de pil' zelf te distribueren. De vereniging heeft dat nooit eerder gewild. Vrijdag 14 december legt het bestuur tijdens een congres de nieuwe koers voor aan de leden.

'Die vereniging heeft haar antennes in de samenleving', zegt Chabot. 'Het standpunt dat ze nu inneemt, over beschikbaar stellen van middelen voor ouderen die klaar met leven zijn, zegt iets over een behoefte die er is. Maar ik heb geen idee hoe ze zich voorstellen dat te gaan doen op een wijze die transparant en toetsbaar is.'

Volgens oud-rechter H. Drion (84) komt de overheid niet het recht toe ouderen met een duurzame doodswens de middelen tot zelfdoding te onthouden. Sinds hij voor het eerst dat standpunt verkondigde, ruim tien jaar geleden, is zijn naam verbonden aan het middel voor zelfdoding waarover de oudere autonoom moet kunnen beschikken. Inmiddels weet nog steeds niemand hoe dat in zijn werk moet gaan.

Evenals de naam van Drion is ook die van Chabot sinds tien jaar verweven met de discussie over euthanasie en hulp bij zelfdoding. Zij worden door veel mensen gezien als de wegbereiders voor zelfbeschikking rond het levenseinde. Psychiater Chabot hielp in 1991 een 50-jarige patiënte door haar het middel te geven voor zelfdoding. De vrouw was niet lichamelijk ziek en, voor zover Chabot kon vaststellen, ook niet geestelijk. Zij had alles verloren in haar leven en wilde niet meer verder. Chabot moest terechtstaan omdat 'ondraaglijk geestelijk lijden' niet erkend was als grond voor euthanasie. In 1994 verleende de Hoge Raad hem pardon. Sindsdien krijgt hij uit het hele land brieven van mensen die dood willen en daarbij zijn hulp vragen. 'De een vindt mij via een artsenboekje, de ander via een journalist.'

- Vindt u het erg dat u die rol van vraagbaak heeft gekregen?

'Nee, ik heb er mijn weg mee gevonden. Het is soms machteloos makend, dat wel. Het heeft me verbaasd dat mensen denken dat ik wel iets voor hen kan doen. Ik dacht dat tijdens de processen wel duidelijk geworden is dat ik er zeer zorgvuldig mee omga. Daarvan heb ik de rechters overtuigd. Blijkbaar is de publiciteit van dien aard geweest dat de indruk is blijven hangen dat ik makkelijk mee zou gaan in een verzoek tot hulp bij zelfdoding.'

In zijn dagelijks werk, als ouderenpsychiater in een psychiatrisch ziekenhuis, wordt hem zelden of nooit gevraagd om euthanasie.

'De honderd bejaarde patiënten in mijn kliniek, de oudste is net honderd geworden, hebben het grootste deel van hun leven in psychiatrische inrichtingen gewoond. Terwijl andere patiënten teruggebracht werden in de samenleving, zijn zij gebleven omdat ze te kwetsbaar zijn. We hebben een enthousiast team, er blijkt vaak nog heel wat mogelijk om aan de wensen van de bewoners tegemoet te komen. Daar zijn we trots op.'

Na die ene keer, in 1991, heeft nog geen andere patiënt hem kunnen overtuigen dat hulp bij zelfdoding de enige uitweg is. Hij sluit niet uit dat hij die hulp ooit nog eens zal geven, 'maar het idee dat ik een boegbeeld ben van zelfbeschikking rond het levenseinde, komt niet met de werkelijkheid overeen.' De mensen die zich tot hem wenden, verwijst hij naar hun eigen arts. 'Als ze al langdurig en vergeefs behandeld zijn, zeg ik dat zij zich voor informatie over zelfstandige zelfdoding tot de NVVE kunnen wenden.'

- Het brandpunt van de discussie is opnieuw de vraag waarvoor u terechtstond: wat rechtvaardigt de hulp van een arts bij zelfdoding van iemand die niet ziek is?

'Door mijn ervaringen ben ik uit een sociologische invalshoek gaan kijken naar de strijd over het zelf kiezen van je levenseinde. In het euthanasiedebat zijn drie partijen. De burgers, de artsen en de overheid die het leven moet beschermen. Hoe komt het dat die drie partijen gemeenschappelijk belang hadden om uit te komen op de wet die volgende maand van kracht wordt? De politiek heeft immers met tweederde meerderheid gestemd voor deze wet, die de artsen de regie geeft.

'Voor de burger is het een geruststelling dat de arts zegt dat hij erg genoeg lijdt om dood te mogen. De overheid heeft er belang bij als de arts zich erover ontfermt, want die moet controle houden over dodend handelen en dat is het best te regelen via de artsen. En ten slotte is het ook in het belang van de beroepsgroep omdat het statusverhogend werkt, die macht op de grens van leven en dood.

'Abortus was al bij de artsen ondergebracht, kunstmatige bevruchting en nu de euthanasie. De overheid stelt: ''Nu is het klaar. We moeten het nog goed uitleggen in het buitenland en dan hebben we alles geregeld.'' Maar ik denk dat het niet klaar is. De wettelijke regeling is niet af.'

- Wat is uw kritiek op de nieuwe wet?

'Kritiek is het woord niet. Die wet is een doordacht bouwsel. Ik constateer dat het niet klaar is, dat er een ingebouwd conflict in zit omdat lang niet iedereen de regie van de artsen zal accepteren. Je gaat maar één keer dood en wat doe je anderen voor kwaad als je daar zelf de regie over wilt houden? Er zijn nu twee groepen die door de wet belemmerd worden. De groep ouderen, waarvan Drion het standpunt verwoordt en waarvan ook Brongersma een voorbeeld was. Ten tweede de groep waaraan euthanasie geweigerd wordt.

'Uit onderzoek van de Vrije Universiteit blijkt dat eenderde van de euthanasieverzoeken wordt ingewilligd en eenderde geweigerd. De overige patiënten overleden voordat een definitieve beslissing was genomen. Onder hen vind je mensen die van hun arts eerst nog een palliatieve (leedverzachtende) behandeling moesten ondergaan voordat hij op het euthanasieverzoek wilde ingaan. De arts kan stellen: ''Zolang u dat niet probeert, is de situatie niet uitzichtloos.'' Zo dwing je mensen om door te gaan tot euthanasie niet meer nodig is omdat ze zijn overleden.

'In 1995 zagen 2500 mensen hun verzoek afgewezen. Uit het onderzoek van Pool en Thé, twee antropologen die als onzichtbare getuigen meeliepen met artsen en verpleegkundigen in ziekenhuizen, blijkt dat er inconsistente beslissingen genomen worden door de artsen die beoordelen of het lijden ondraaglijk en uitzichtloos is.

'Als je je maar op de goede manier gedraagt, en op het juiste moment de juiste dingen zegt, dan krijg je wat je wilt. De bevindingen van deze twee waarnemers rechtvaardigen een onderzoek naar de redenen waarom verzoeken niet worden ingewilligd. Die afgewezen gevallen zullen een bron van conflict blijven en het conflict zal groter worden met de generatie ouderen die er nu aankomt.

'De toetsingscommissies kijken naar de gemelde gevallen. Over de afgewezenen en over degenen die overleden terwijl er nog over hun verzoek werd nagedacht, is niets bekend. Toch zijn dat bij elkaar 6000 mensen per jaar. Als je die 6000 grondig zou onderzoeken, zou je mensen tegenkomen die voldoen aan alle criteria, maar toch worden afgewezen. Ik ben daarvan overtuigd omdat ik zelf een onderzoek gedaan heb, onder twintig mensen die de regie in eigen hand namen en zichzelf doodden met de hulp van dierbaren.

'In twee van de twintig door mij beschreven gevallen heeft een SCEN-arts (een arts die speciaal is opgeleid om te adviseren over euthanasie) geoordeeld dat aan alle zorgvuldigheidseisen was voldaan. Toch weigerden de artsen daarna. Het is een fraai voorbeeld van willekeur. Een van de twee artsen had het zelfs al toegezegd.'

- Bent u vóór de pil van Drion?

'Als daarmee bedoeld wordt: de pil voor een oudere die niet ziek is, om nu meteen in te nemen, zou ik niet weten hoe je dat moet regelen. Je moet natuurlijk niet opeens een doos dodelijke pillen de samenleving in gooien. Als het geleidelijk gebeurt, als het ingebed is in de maatschappij, leidt het waarschijnlijk niet, of nauwelijks tot toename van het aantal zelfdodingen. Tot in de jaren '60 hadden we in Nederland stadsgas waarmee je jezelf kon doden. Er was een uitdrukking voor: aan het gas gaan. Toch laat de afschaffing van dat gas geen verschil zien in de cijfers van de zelfdoding.

'Drion heeft het altijd gehad over het kunnen beschikken over een pil ''voor later, als ik niet meer wil''. Mijn moeder heeft jarenlang zo'n pil gehad, maar ze heeft hem niet gebruikt, ze is vanzelf rustig ingeslapen. De NVVE heeft meer dan 60 duizend oudere leden. Stel dat een op de twintig zo'n pil in het nachtkastje heeft en hem zou gebruiken, dan zou je dat in de zelfdodingsstatistiek van de afgelopen tien jaar moeten tegenkomen. Dat is niet het geval. Wat is dan de moraal? Die pil is er voor de geruststelling en wordt in werkelijkheid zelden gebruikt.

'Deze onverwachte bevinding van mijn onderzoek gaat in tegen de ideologie dat het dringend nodig is dat die pil er komt. En ook tegen de angst van de andere kant, van de tegenstanders die denken: wat een maatschappij worden we dat ouderen zoiets nodig hebben.'

Meer over