Voorzitter Kamer van Koophandel Amsterdam voorvoelde debâcle met stadsprovincie 'Overheid onderschat verstand burger'

Met het referendum over de stadsprovincie zag hij het weer komen bovendrijven: de arrogantie van de macht. De politiek zou meer naar de burgers moeten luisteren, vindt Rob de Vilder, voorzitter van de Kamer van Koophandel Amsterdam....

Van onze verslaggever

Peter van den Berg

AMSTERDAM

Op de stoel van politici wil hij niet gaan zitten, maar ze verkopen hun ideeën behoorlijk slecht, vindt hij. Rob de Vilder, voorzitter van de Kamer van Koophandel in Amsterdam, wil zijn gelijk niet achteraf halen, maar bij het referendum over de opdeling van Amsterdam wìst hij dat het verkeerd zou gaan. 'Politici denken te vaak: ''Ik zal wel eens even vertellen wat goed is voor de burgers''. Dáárom is het fout gegaan.'

De Kamers van Koophandel Amsterdam en Haarlem gaven vorige week aan hoe het wèl kan. Vanaf 1 januari volgend jaar zal de samenwerking tussen de twee kamers uitmonden in een fusie. 'De meerwaarde van zo'n fusie zit 'm vooral in een bundeling van krachten. Onze fusie kan dienen als voorbeeld voor de gemeenten in ons gebied, die er maar niet in slagen te komen tot een stadsprovincie', zei De Vilder vorige week bij de presentatie van de plannen. En passant gaf hij de Kamer van Koophandel Zaanstreek een veeg uit de pan, omdat die juist verdere samenwerking afwees.

'Wij zijn als Kamer van Koophandel uitgegaan van een heel ander idee dan bij het Regionaal Orgaan Amsterdam, het ROA', legt De Vilder (63) uit. 'Het gebied Amsterdam-Noorzeekanaal is een sterke regio. Veel van de industrie zit in de Zaanstreek; dat hoort eigelijk ook tot Amsterdam. Zodra we tot een fusie kwamen met Haarlem, keken de politici plotseling met enthousiasme naar ons.

'Nu die stadsprovincie er in de oorspronkelijke vorm niet komt, zou het eens aardig zijn te bezien of Haarlem niet bij de plannen betrokken kan worden. Die gemeente kan een goede tegenhanger worden van de grote stad Amsterdam, waarvoor de kleinere gemeenten kennelijk zo bang zijn. Dan neem je de stoom van de ketel, breng je wat meer evenwicht aan.'

De Vilder heeft er nooit een geheim van gemaakt: hij vindt dat het aantal deelraden drastisch moet worden teruggebracht. 'Wij zijn vanaf het begin tegen zo'n groot aantal deelraden geweest. Pas tegen de tijd dat de vorming van de stadsprovincie ter discussie stond, is men over vermindering gaan denken. De meeste deelraden in Amsterdam zijn niet meer dan een paar blokken huizen, een school en een kerk, en that's it. Zo werkt het dus helemaal niet.

'Door toedoen van sommige deelraden is de werkgelegenheid in Amsterdam in gevaar gebracht. Onvoorzichtig omspringen met de toegankelijkheid van de binnenstad, onvoorzichtig omgaan met de vestiging van bedrijven en kantoren die voor de hele stad belangrijk zijn. Als de deelraad Zuid bijvoorbeeld vindt dat er op het Museumplein geen hoofdkantoren moeten komen van multinationals, dan gaan die bedrijven niet naar een ander stadsdeel, maar domweg de stad uit.

'We moeten ons met z'n allen verantwoordelijk voelen voor de hele stad, de hele regio. Als Amstelveen een Japans bedrijf binnenhaalt, zeg ik: ''Gefeliciteerd, goed voor de regio''. Ik zie de deelraden meer als een soort bijkantoor van de centrale stad, die de regie heeft en blijft houden. Service decentraliseren, beleid centraliseren. Dat doen wij als Kamer van Koophandel, dat zou de politiek ook eens moeten overwegen.

'Veel bestuurders in de deelraden hebben ontzettend weinig affiniteit met het bedrijfsleven en de economie. We hebben er veel aan gedaan ze meer economie-bewust te maken. Het is vaak geen onwil, maar vaak weten ze het gewoon niet.'

Een oud punt, maar voor het bedrijfsleven nog altijd cruciaal, is het grondbeleid in de regio. 'Amsterdam hanteert nog steeds het principe van erfpacht, wijkt daar zo nu en dan van af, maar veel gemeenten rond Amsterdam verkopen de grond als ze bedrijven aantrekken. Daarin moet nu eindelijk eens eenduidigheid komen', vindt De Vilder.

Jarenlang was de Kamer van Koophandel in Amsterdam een roepende in de woestijn. 'Onze ideeën zijn tijden onbespreekbaar geweest. We doen niet anders dan praten met politici. Eén keer per maand hebben we overleg met de gemeente en tussentijds ook met de politieke partijen. We hebben het gesprek altijd opengehouden door niet steeds te gaan katten, constructief te blijven', zegt De Vilder.

De afstraffing met de stadsprovincie heeft De Vilder voelen aankomen. De politiek had weer eens last van de arrogantie van de macht. 'Overheden onderschatten vaak het normale verstand van de burgers. Je kunt een boel vertellen, maar op een gegeven moment zegt die: ''Stop''. Dat zie je ook met verkiezingen. Politici zouden eens meer naar de burgers moeten luisteren, èn naar het bedrijfsleven.'

Na de zomer gaan de Kamers van Koophandel Amsterdam en Haarlem de boer op. 'We willen de komende maanden een platform creëren om na te denken over een nieuwe bestuursvorm, nu de stadsprovincie is afgeketst. In dat platform willen we een voortrekkersrol vervullen. We gaan planologen van de universiteit uitnodigen, woningbouwcorporaties, politici en zakenlieden.

'Er moet bijvoorbeeld één havenschap komen voor het hele Noordzeekanaalgebied. Dat zijn er nu vier. Het bedrijfsleven in de regio Amsterdam moet zich happy voelen.

'Wat de normale burger daaraan heeft? Die vindt het misschien wel lekker dat het economisch goed gaat. Dat de werkgelegenheid groeit. Dat de regio een bloeiende streek blijft, die niet achteruitgaat. Dat moet de drive worden.'

Meer over