interviewAdriana van Dooijeweert

Voorzitter College voor de Rechten van de Mens: ‘Nederlanders zijn meer gaan nadenken over institutioneel racisme’

Het College voor de Rechten van de Mens ontving het afgelopen jaar een recordaantal verzoeken voor een uitspraak, onder meer over discriminatie op grond van ras. Volgens voorzitter Adriana van Dooijeweert hebben de toeslagenaffaire en Black Lives Matter meer Nederlanders bewust gemaakt van het bestaan van institutioneel racisme. ‘Het is moeilijk je te verplaatsen in iemand die anders wordt behandeld dan jij.’

Adriana van Dooijeweert, voorzitter van het College voor de Rechten van de Mens. Beeld Hollandse Hoogte / Olivier Midde
Adriana van Dooijeweert, voorzitter van het College voor de Rechten van de Mens.Beeld Hollandse Hoogte / Olivier Midde

Afgelopen jaar trad de regering af wegens vooringenomenheid en hardvochtigheid van de Belastingdienst. De Black Lives Matter-beweging waaide over uit de VS en door corona werden mensen met een beperking nog verder uitgesloten. In datzelfde jaar ontving het College 535 meldingen op grond van ras, 715 meldingen op grond van handicap of een chronische ziekte en 458 meldingen over geslacht en zwangerschap. Dat blijkt uit de jaarlijkse Monitor Discriminatiezaken.

In totaal ontving het College, dat acht jaar geleden is ingesteld om de mensenrechten in Nederland te beschermen en te bevorderen, 3.581 vragen en meldingen van het publiek – ondanks een tijdelijke sluiting door corona. Het aantal verzoeken om een oordeel steeg van 541 naar 638 gevallen. Niet eerder wisten Nederlanders het College voor de Rechten van de Mens zo goed te vinden. Het College deed uitspraak in 124 zaken.

Voorzitter en voormalig rechter Adriana van Dooijeweert (68) is gematigd positief over de racismebestrijding in Nederland. Zij signaleert dat Nederlanders zich meer dan ooit bewust zijn van hun sluimerde vooroordelen en de pijnlijke gevolgen van uitsluiting, maar stelt tegelijkertijd vast dat racisme nog altijd prominent aanwezig is in de samenleving.

Hoe verklaart u het stijgende aantal meldingen over racisme?

‘Nederlanders zijn afgelopen jaar meer gaan nadenken over institutioneel racisme en discriminatie. Dat komt zonder twijfel door Black Lives Matter-beweging en door de Toeslagenaffaire die min of meer samenvielen. Veel mensen willen meer weten, vragen ons om een oordeel, of doen een melding. Zo meldde een man dat hij al jaren extra wordt gecontroleerd door de Belastingdienst; hij voelt zich vernederd en kampt met schulden en psychische klachten. Zijn behandeling is het gevolg van zijn buitenlandse naam, vermoedt hij.

‘Veel meldingen komen ook van Nederlanders met een beperking die vanwege corona extra uitsluiting ervaren. Mensen die om medische redenen geen mondkapje kunnen dragen, krijgen ten onrechte geen hulp in het stemhokje, of geen toegang tot onderwijs.’

Wat zeggen de cijfers over discriminatie en racisme in Nederland?

‘Laat ik positief beginnen: door een aantal ongelukkige gebeurtenissen staat het onderwerp hoog op de agenda. Ook in de politiek. Steeds meer mensen proberen zich in te leven; wat ervaart de ander als kwetsend? De verschuiving van Zwarte Piet naar Piet is heel snel gegaan. Ook op scholen is meer aandacht voor racisme. De oordelen van het College worden voor 78 procent opgevolgd door bedrijven en instanties. Zo paste de Technische Universiteit Eindhoven hun voorkeursbeleid aan – in dit geval klaagden de mannen – en vroegen zij ons daarna zelf om een oordeel over hun nieuwe aanpak.

‘Er komt een Nationale Coördinator Discriminatiebestrijding die de bestrijding van racisme gaat stroomlijnen. Nu voeren vier, vijf verschillende ministeries die taak uit. Het College is een redelijk diepgaand onderzoek begonnen naar de vraag wat er moet gebeuren om institutioneel racisme in Nederland te verminderen, in samenwerking met de overheid en maatschappelijke instellingen.

‘Na de Toeslagenaffaire kregen we veel extra meldingen over de Belastingdienst in behandeling. Daar is ook extra budget voor. Het kabinet gaf ook ‘in overweging’ de trainingen die wij afgelopen jaren hebben ontwikkeld om discriminatie te bestrijden bij werving en selectie, uit te breiden tot uitvoeringsorganisaties als de Belastingdienst. Dat is een extra taak die we graag op pakken.

‘De essentie van zo’n training is ambtenaren bewust te maken van hun onbewuste vooroordelen. Daar hebben we allemaal last van, ik ook. Ieder mens heeft nu eenmaal de neiging op zoek te gaan naar dingen die dicht bij hemzelf staan, die vertrouwd voelen; zo werkt het brein. Wij leren mensen daar overheen te stappen, om objectiever naar een ander te kijken. Daar zijn oefeningen voor, die ik hier niet ga verklappen. Dan verpest ik de aha-beleving.’

En de negatieve kant?

‘Er is racisme in Nederland. Ik maak me zorgen over het grijze gebied. Bij veel meldingen waarbij discriminatie een rol speelt, zegt de politie: het is de vraag of dit wel een strafbaar feit is en of we daar capaciteit aan moeten besteden. Zo worden een boel incidenten die kwetsend en beschadigend zijn – en gewoon in strijd met het discriminatieverbod – nooit behandeld.

‘Ik denk dat het belangrijk is dat politieagenten getraind worden, veel meer dan nu, om door te vragen. Om uit te zoeken of een element van discriminatie meespeelt, en het niet te laten liggen, zoals nu gebeurt. Zo laten we aan het publiek zien: dit vinden wij niet acceptabel als samenleving. Ook voor de melder is het belangrijk dat er wat mee wordt gedaan.’

Kwetsen is niet strafbaar.

‘Strafbaarheid komt inderdaad pas kijken als je een groep mensen beledigt – nogal een fluïde begrip – of oproept tot geweld. Maar je kunt ook niet niks doen. Daarom zijn de anti-discriminatievoorzieningen van gemeenten zo belangrijk. Daar kunnen burgers terecht om te praten over racisme. Ook over wat wel en niet acceptabel is.’

Krijgen Nederlanders een steeds dunnere huid?

‘Dat vind ik een moeilijk punt. Nog niet zo heel lang geleden was homoseksualiteit strafbaar in Nederland. De positie van vrouwen, de monumenten voor koloniale bestuurders: maatschappelijke opvattingen veranderen snel. De een zegt: dit kwetst mij want ik draag de pijn van voorgaande generaties met me mee. De ander zegt: overdrijf niet, we leven nu.

‘Het is moeilijk je te verplaatsen in iemand die anders wordt behandeld dan jij. Niet om wat die doet of zegt, maar om hoe die eruit ziet. Dat geldt voor mensen met een beperking, mensen van kleur of lhbti’ers. Dan moet je erg uitkijken met: ach, een grapje moet toch kunnen. Dat kan bijvoorbeeld wel op toneel, in de vorm van cabaret. En je kunt altijd een tegengestelde mening hebben, bijvoorbeeld als je homoseksualiteit afkeurt op basis van je geloof. Maar dat is iets anders dan uitsluiting.

‘Ik heb gemerkt dat een gesprek heel verhelderend werkt. Als iemand goed kan uitleggen wat een opmerking of gebeurtenis met iemand doet, dan zeggen de meesten: als mij zoiets zou overkomen, zou ik ook een dunne huid hebben.’

Meer over