Voorwaardelijke straf kunstcrimineel geëist

Gerard Jan van B., de man die in 1997 Barnett Newman's Cathedra aan stukken sneed, hoorde gisteren in de Amsterdamse rechtbank een jaar voorwaardelijke celstraf tegen zich eisen voor een poging tot afpersing....

Van onze verslaggever Pablo Cabenda

Begin juli van dit jaar zond de man een brief aan de Japanse Mizuho Corporate Bank Nederland NV waarin stond dat hij de bank en een aantal kostbare vazen in Kyoto zou laten 'crashen' als hij niet een paar zeer zeldzame 17de eeuwse vazen zou krijgen.

De advocaat van Van B. bestreed de tenlastelegging omdat hij vond dat er van een daadwerkelijk bedreiging nooit sprake was geweest. Volgens hem was het dreigement 'kinderlijk' en 'ondoordacht' en juridisch 'een ondeugdelijke poging' omdat zijn cliënt 'natuurlijk nooit een bank of de vazen kon laten crashen, door telepathie of wat dan ook'. Volgens de officier van justitie doet het feit dat Van B. zijn dreigementen nooit zou kunnen verwezenlijken, niets af aan de ernst van de zaak; het bankpersoneel had zich bedreigd gevoeld.

Van B.' s beweegredenen werden tijdens de zaak niet opgehelderd, ook niet door de verdachte zelf die aanwezig was. In het psychiatrisch rapport van Van B. staat vermeld dat hij tijdens de daad verminderd toerekeningsvatbaar was. In de Cathedra-zaak al werd plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis geadviseerd terwijl Van B. tien jaar daarvoor een gevangenisstraf kreeg voor het vernielen van Newman's Who's afraid of red yellow and blue.

Van B. vermeldde wel dat hij de brief schreef nadat hij met zijn medicatie tegen een psychose was gestopt. 'Ik wilde zien of ik clean kon zijn.' Hij zei dat hij nooit kwaad in de zin had. Op 18 november is de uitspraak.

Meer over