Voorwaardelijke straf geëist voor hulp bij zelfdoding

Officier van justitie M. Laméris heeft dinsdag voor de rechtbank in Groningen 250 dagen voorwaardelijke gevangenisstraf geëist tegen zelfdodingsconsulent Willem M....

M. werkt voor de Stichting De Einder, die mensen met een doodswens begeleidt. Hij was vorig jaar met een collega-consulent in de woning van de vrouw aanwezig toen zij 72 slaaptabletten innam en een vuilniszak over haar hoofd trok.

De rechtszaak draaide om de vraag in hoeverre M. haar daarbij had geholpen en of hij met zijn gedrag te ver was gegaan. Jurisprudentie over hulp bij zelfdoding is er nauwelijks. Advocaat W. Anker riep de rechtbank dan ook op een duidelijke grens te trekken en aan te geven waar straffeloze hulp ophoudt en strafbare hulp begint.

Anker bepleitte vrijspraak voor zijn cliënt, omdat diens gedragingen 'marginaal' waren geweest. M. opende een pot jam omdat de vrouw daarmee de pillen wilde doorslikken. Hij deed bij zichzelf voor hoe het elastiek om de vuilniszak bevestigd kon worden. En toen ze na twintig minuten nog ademde, controleerde hij de vuilniszak op gaatjes.

Het bevreemdde de raadsman dat M. door justitie zo hard was aangepakt, terwijl anderen een veel kwalijker rol hadden gespeeld. Zo zorgde een vriend van haar voor de pillen, een strafbare handeling. Op de avond van haar zelfdoding waren ook twee kennissen bij de vrouw in huis. De een zette de pillen klaar, deed het elastiek om haar nek en maakte een briefje voor op de deur: 'Niet storen s.v.p. Ik lig te slapen.' De ander haalde water om de pillen in op te lossen en zette de biogarde neer om de smaak weg te spoelen.

M. zat zeven weken in voorarrest en werd aanvankelijk beschuldigd van levensberoving op verzoek, waarop maximaal twaalf jaar cel staat. Die aanklacht moest uiteindelijk worden omgezet in hulp bij zelfdoding, een delict waarvoor voorlopige hechtenis niet is toegestaan. Anker kondigde dan ook aan dat zijn cliënt, ongeacht de uitspraak van de rechtbank, recht heeft op een schadevergoeding omdat hij heeft vastgezeten voor een delict waarvoor hij helemaal niet is gedagvaard.

De drie vrienden van de vrouw en de collega-consulent werden niet vervolgd. Anker meende dat daarmee het gelijkheidsbeginsel is geschonden. Volgens officier van justitie Laméris is alleen voor M. gekozen omdat hij een duidelijke regiefunctie had en omdat bij hem, als consulent, recidivegevaar bestaat. Zijn collega is inmiddels gestopt met haar werk voor De Einder.

Laméris verwees naar de nieuwe euthanasiewetgeving en merkte op dat het uiterst belangrijk is om de grenzen scherp te handhaven. Anker vond die nieuwe wetgeving helemaal geen rol spelen. De Groningse, zei hij, was een vasthoudende, eigengereide vrouw met een serieuze doodswens, die door haar kinderen werd gerespecteerd. 'Deze vrouw voelde zich in haar situatie veroordeeld tot het leven.'

Meer over