Voortgezet onderwijs best in Flevoland

In Flevoland staan de beste scholen voor voortgezet onderwijs en in de provincie Utrecht de slechtste. Dat blijkt uit het onderzoek naar de kwaliteit van middelbare scholen van Trouw....

Het oordeel over de scholen is gebaseerd op drie criteria: hoeveel leerlingen halen de derde klas zonder zittenblijven, hoeveel leerlingen halen hun diploma zonder zittenblijven en hoe hoog is het gemiddelde eindexamencijfer. De gegevens zijn afkomstig van de Inspectie van het Onderwijs, die diezelfde cijfers gebruikt om van alle scholen een kwaliteitskaart te maken. De inspectie wil echter geen eindoordeel vellen over de scholen.

Trouw doet dat wel. Scholen kunnen een dubbele plus halen, zoals het Caland Lyceum in Rotterdam, maar ook een dubbelde min, zoals het Goois Lyceum in Bussum. (Beiden krijgen dat oordeel voor hun havo-afdeling.)

Dit jaar heeft de inspectie voor het eerst gegevens verzameld over het advies dat leerlingen in het voortgezet onderwijs aan het eind van de basisschool kregen. Niet alle leerlingen blijken in de derde klas van de middelbare school te zitten waar ze volgens de basisschool thuishoren. Het komt voor dat kinderen die op de basisschool een havo-advies kregen, toch op het vwo zitten en daar goede resultaten halen. Het komt ook voor dat een leerling met een vwo-advies na drie jaar op de mavo blijkt te zitten.

Trouw concludeert dat het nadelig is voor resultaten van een school voor voortgezet onderwijs als er veel leerlingen met een laag basisschooladvies in een hogere schoolsoort terechtkomen. Volgens Roel Bosker, hoogleraar onderwijskunde aan de Universiteit Twente, is het niet mogelijk zulke vergaande conclusies te trekken. De meeste leerlingen krijgen van de basisschool een ruim advies voor bijvoorbeeld, mavo-havo of havo-vwo. Die dubbele adviezen worden door de inspectie echter verwerkt als een advies voor de laagste van de twee genoemde schoolsoorten.

Op basis van de gegevens van de Inspectie van het Onderwijs is het daarom onmogelijk vast te stellen of leerlingen op een andere schoolsoort zitten dan de basisschool adviseerde.

Indien wél wordt meegewogen dat sommige kinderen een advies krijgen voor twee schoolsoorten, blijkt dat de meeste basisscholen er niet zo ver naast zitten. De meeste leerlingen blijken na drie jaar in het voortgezet onderwijs daar te zitten waar de leerkracht van de basisschool ook verwachtte dat de leerling het best zou presteren.

Meer over