Voortbestaan van ziekenhuis hangt af van 25 miljoen

Zorgverzekeraar Achmea ligt dwars bij de onderhandelingen over de overname van de IJsselmeerziekenhuizen in Lelystad en Emmeloord. Woensdagochtend liepen de gesprekken vast doordat Achmea weigerde 16,5 miljoen euro bij te dragen....

Van onze verslaggevers Maud Effting en Gijs Herderscheê

Bij een faillissement wordt het onzeker of de ziekenhuizen kunnen blijven bestaan. Volgens het ministerie van VWS kan Achmea niet aan zijn zorgplicht jegens verzekerden voldoen als er geen ziekenhuis in de regio is.

De IJsselmeerziekenhuizen zijn in onderhandeling over overname met de MC Groep van zorgondernemer Loek Winter. Het extra geld van Achmea is nodig omdat Winter wel de ziekenhuizen wil overnemen, maar niet alle schulden. De ziekenhuizen zeggen nog een gat te moeten dichten van 25 miljoen euro.

De bijdrage die Achmea zou moeten leveren, is volgens de verzekeraar grotendeels een lening, en deels een gift. Achmea zegt echter het niet passend te vinden om hiervoor premiegeld van verzekerden te gebruiken. ‘Als zorgverzekeraar zijn wij niet verantwoordelijk voor het betalen van schulden van een ziekenhuis’, aldus een woordvoerster. ‘Als we giften gaan uitdelen, staat er morgen nog een aantal instellingen op de stoep.’

Bovendien was Achmea in de gesprekken steeds voorstander van de andere overnamekandidaat, het Sint Jansdal Ziekenhuis in Harderwijk. Volgens Achmea had het Sint Jansdal een beter bod, waarin de investeringen voor alle partijen lager waren. Dat ziekenhuis is echter afgevallen, omdat de raad van bestuur voor Winter koos. Ook de medisch specialisten wilden liever verder met Winter.

De IJsselmeerziekenhuizen zijn nog wel met partijen zoals het ministerie van VWS en de Nederlandse Zorgautoriteit in gesprek om het geld toch bij elkaar te krijgen. Zij zitten echter met hetzelfde dilemma als Achmea: als ze te scheutig zijn, staan andere zorginstellingen met financiële problemen morgen ook op de stoep.

Als dat overleg mislukt, zegt het ziekenhuis surséance van betaling aan te vragen. In dat geval blijft het ziekenhuis open, maar komt er een bewindvoerder naast de raad van bestuur. Die bekijkt of er nog een oplossing te vinden is. Schuldeisers krijgen dan geen kans.

Als het ziekenhuis vervolgens toch failliet gaat, bestaat het risico dat het verdwijnt. Volgens adviseur Léon Lodewick, die de toekomst van het ziekenhuis onderzocht, is een faillissement ‘zeer riskant’, omdat er dan een curator wordt aangesteld die verplicht is te verkopen aan de hoogst biedende. ‘Bij een faillissement zijn de IJsselmeerziekenhuizen de regie helemaal kwijt’, zegt Lodewick. ‘Een projectontwikkelaar kan dan bijvoorbeeld ook gaan bieden.’

Het ziekenhuis kan verdwijnen, omdat volgens Lodewick alleen vaststaat dat burgers binnen 45 minuten in een ziekenhuis moeten kunnen zijn. Met omringende ziekenhuizen is dat in principe op te vangen. ‘Maar het is de vraag of dat wenselijk is.’

Toch verwacht hij dat het op een doorstart zal uitdraaien. ‘Al die partijen die geboden hebben, staan bij een faillissement weer op de stoep. Daar zitten goede partijen bij.’

Ook bij een doorstart wordt al het personeel ontslagen. Volgens Lodewick zouden er twee- tot driehonderd mensen uit moeten om het goed te laten draaien.

Vijf partijen deden een bod op de IJsselmeerziekenhuizen. Loek Winter is directeur van de Jan van Goyenkliniek in Amsterdam en zette in korte tijd negen diagnostische centra op. Hij werkte vijftien jaar als radioloog in het OLVG in Amsterdam. Als hij de ziekenhuizen koopt, is winstuitkering vooralsnog niet toegestaan; de ziekenhuizen zijn eigendom van een stichting.

Ook directeur Aysel Erbudak van het Slotervaartziekenhuis in Amsterdam deed een bod, maar zij viel af. Ze zou geen uitgewerkt plan hebben opgesteld. Volgens Erbudak, die eerder het Slotervaartziekenhuis redde, eisen de medisch specialisten dat ze alsnog mag gaan praten met interim-bestuurder Norbert Hoefstmit. Een woordvoerster van de IJsselmeerziekenhuizen zegt echter dat er geen afspraak is.

De IJsselmeerziekenhuizen raakten in crisis, nadat de Inspectie voor de Volksgezondheid in september de operatiekamers sloot. De luchtkwaliteit was onder de maat. Specialisten en de raad van bestuur wisten ervan, maar namen geen maatregelen. De directie stapte daarna op en een interim-bestuurder nam het over.

Meer over