Voorsprong bij aanbestedingen door milieuvriendelijk te bouwen

Aannemers en architecten buitelen de laatste jaren over elkaar heen met trotse persberichten over 'het energiezuinigste huis' dat ze hebben opgeleverd of het 'klimaatvriendelijkste kantoor', 'beter dan energielabel A'. En sinds januari zijn de energienormen voor nieuwe huizen strenger geworden, voor 2015 staat er weer een aanscherping op stapel. Ook in de bouwsector is de groene koorts dus in volle hevigheid uitgebroken.


Toch moet de bouw volgens de Europese Commissie nog veel minder CO2 uitstoten dan nu het geval is. In het klimaatplan dat vorige week door milieucommissaris Hedegaard werd gepresenteerd, wordt expliciet gesteld dat er in de bouwsector nog een wereld te winnen valt.


Die winst ligt niet direct bij de nieuwe kantoren en woonhuizen zelf, daarin zijn de afgelopen jaren al flinke stappen gezet. Allemaal door strengere normen van de overheid. Lastiger af te dwingen is hoe de energieverspilling van het bouwproces zelf kan verbeteren, met name bij grote infrastructurele projecten. De aan- en afvoer van grondstoffen en personeel naar de bouwplaats, het noeste werk van graafmachines, hijskranen en betonmolens en de productie van bouwmaterialen - het zijn allemaal energieslurpende bezigheden. En het kan doorgaans een stuk zuiniger.


Hoezeer aannemers zich misschien ook bewust zijn van hun methoden en hoezeer ze dit misschien ook beter zouden willen doen, het gebeurt vaak niet. Bij het verkrijgen van opdrachten is er voor de opdrachtgever immers vaak maar één ding belangrijk: de prijs. Het is voor overheden, die Europees moeten aanbesteden, erg lastig om in een bestek te eisen dat alle bouwactiviteiten zo energievriendelijk worden uitgevoerd. Dat zou erg veel extra werk en kosten betekenen.


Toch zit ook daar schot in. Toen de overheid enkele jaren geleden aankondigde dat het altijd duurzaam wilde inkopen, ontwikkelde Prorail een succesvolle methode die deze week voor alle mogelijke opdrachtgevers in aanbestedingsprocedures beschikbaar is: de CO2-prestatieladder.


'Het leek ons ondoenlijk om op het spoor, waar je met veel veiligheidseisen zit, per opdracht alles zo duurzaam mogelijk aan te kopen', zegt Patrick Buck van Prorail. 'Daarom besloten we naar onze aannemers te kijken en hen op duurzaamheid te testen. Daarvoor hebben we in 2009 die ladder de wereld in geholpen.'


De CO2-prestatieladder is een reeks aan criteria die een bedrijf al dan niet groen maken. Hoe beter de opdrachtnemer presteert op het gebied van CO2-uitstoot, hoe hoger hij op de virtuele ladder klimt. En hoe hoger hij op de ladder staat hoe meer 'korting' de opdrachtgever hanteert bij de aanbesteding. Een korting die kan oplopen tot 10 procent. Dat betekent in de praktijk dat een groen 'sport 5-bedrijf' dat voor 1 miljoen euro op een project inschrijft de klus krijgt zolang zijn energieverslindende concurrent het niet voor minder dan 9 ton doet.


Om de vijf sporten op de ladder te beklimmen moet vanzelfsprekend aan steeds hogere eisen worden voldaan. Waar het er bij de eerste stap alleen nog maar om gaat of een bedrijf inzicht heeft in hoeveel CO2 het uitstoot, moet er op de tweede, derde en vierde stap steeds bespaard worden op die uitstoot. Op de hoogste trap selecteert de aannemer uiteindelijk zelf ook zijn leveranciers op basis van CO2-uitstoot. De opdrachtnemers vullen zelf het formulier in waarmee zij bepalen op welke tree hun bedrijf staat. Dit wordt geverifieerd door onafhankelijke certificerende instellingen, zoals de KEMA.


Meer dan honderd spoorbouwbedrijven hebben zich voor de ladder van Prorail laten registreren. Dat zijn bijna alle ondernemingen die op of rond de rails werk aannemen. Tussen de invoering van de ladder en maart 2011 zijn zo'n 360 opdrachten gegund met een totale waarde van 640 miljoen euro.


BAM rail, de spoorwegdivisie van het grootste Nederlandse bouwbedrijf, bezit de hoogst mogelijke rating en kan daardoor met 10 procent korting offertes indienen. Ook concurrenten VolkerRail en Strukton Rail zagen hun uitstoot substantieel teruglopen. Zij bespaarden, gecorrigeerd voor omzet, 10 procent. Bedrijven nemen uiteenlopende maatregelen om die besparing te realiseren. Van een cursus 'het nieuwe rijden' of een gratis ov-kaart voor alle werknemers, tot het omlaag brengen van de toerentallen van apparaten en het recyclen van ballastwater.


Het lijken geen wereldschokkende resultaten maar oud-minister van milieu Jacqueline Cramer is positief. Cramer, inmiddels weer hoogleraar duurzaamheid in Utrecht, is als bestuurslid betrokken bij de Stichting Klimaatvriendelijk Aanbesteden en Ondernemen die de klimaatladder van Prorail heeft geadopteerd. 'In de bouw valt veel energiewinst te halen door alle schakels goed op elkaar af te stemmen. Wie heeft er niet eens meegemaakt dat zijn straat binnen korte tijd twee keer werd opengebroken? Daar zijn talloze voorbeelden van, zoals leveranciers die met lege vrachtwagens weg rijden naar een bouwplaats terwijl andere onderaannemers er juist langs komen om spullen op te halen. Dat kan handiger en bedrijven worden nu gestimuleerd dat te doen.'


Rijkswaterstaat is al enthousiast over de ladder en gaat er bij tien projecten mee experimenteren. Lokale overheden passen het toe. 'In totaal besteedt de overheid er voor 60 miljard euro per jaar aan', weet oud-minister Cramer. 'Dus dat kan veel CO2-reductie betekenen.'


Daarbij kan de ladder ook buiten de bouw een slimme methode zijn zegt Cramer. Zij denkt bijvoorbeeld aan ict-opdrachten. 'Bij die nieuwe technologieën veranderen de eisen die je moet stellen zo snel dat het veel te ingewikkeld wordt om op duurzaamheid te selecteren, met name voor lokale overheden. Als je ook daar met duurzame leveranciers werkt is het ineens veel simpeler. Er is vanuit de ict al interesse getoond.'


En gaat dit de belastingbetaler niet veel meer geld kosten? 'Dat lijkt mee te vallen', zegt Patrick Buck van Prorail. 'Dat was natuurlijk aanvankelijk de angst. Maar over 2010 hebben wij berekend dat de nieuwe manier van aanbesteden ons slechts 0,3 procent meer heeft gekost dan we hadden betaald als we de ladder niet gehad zouden hebben.' Dat is ook logisch vindt Buck. 'Energiebesparing is uiteindelijk toch ook geldbesparing. De bedrijven krijgen dus wel korting, maar hun offerte is er ook goedkoper op geworden.'


Meer over