Voorspelde voedingsrevolutie blijft uit

Voedingsfabrikanten en farmaceuten beloofden tien jaar geleden een revolutie in ons voedsel. Maar daar gelooft inmiddels niemand meer in. 'We zijn er niet op uit om geneesmiddelen in je eten te stoppen.'..

Waar blijven de chips die je slanker maken? En de antigrieptomaat die ons al jaren wordt beloofd? Waarom is Prozac nog niet in een lekkere chocoladereep verpakt? En wanneer smeren we anti-conceptie gewoon op ons dagelijks brood?

Zo'n tien jaar geleden waren ze het gesprek van de dag: functional foods, ofwel voeding waaraan welzijnsbevorderende middelen zijn toegevoegd. Over tien jaar, luidde de voorspelling, zijn farmacie en voedingsindustrie volledig met elkaar verweven. Dan eten we soep tegen kriebelhoest en slikken we aardappels per capsule.

Maar het bleef jaren rustig, zowel in de publiciteit als op de schappen van de supermarkt. Waar blijft de grote voedingsrevolutie?

'We zijn met z'n allen iets te optimistisch geweest', beaamt voedingskundige Gert Meijer, directeur van het Unilever Health Institute in Vlaardingen. Zowel voedingskundigen alsook trendwatchers en de industrie hebben zich destijds volgens hem vergist. En dat heeft drie oorzaken: de wetgeving, die 'rampzalig vertragend' werkt, de onderbouwing van gezondheidsclaims met wetenschappelijke studies die veel tijd kosten, en de consument zelf, die niet overal het nut van inziet. 'Een cholesterolverlagend product snappen ze direct', - één op de drie Nederlanders heeft een te hoog cholesterolgehalte - 'maar zodra je over cytokinen of goeie en kwaaie bacteriën in het darmstelsel begint, haakt-ie af'.

Zo heeft Nestlé een yoghurt je met LC1-bacterie op de markt gezet met een onomstreden, torenhoge bewijstlast van de positieve effecten ervan. Maar het wordt nauwelijks verkocht omdat darmflora geen spraakmakend onderwerp is. 'Ik krijg het alleen nog tijdens vluchten van British Airways voorgeschoteld', zegt Meijer.

Vorige week deden de functional foods plotseling weer van zich spreken. Iedereen die yoghurt of halvarine van Unilevers Becel Proactiv eet, krijgt het prijsverschil met 'gewone' zuivel van zijn zorgverzekeraar terug. Tenminste, als hij premie betaalt aan VGZ. Het is de eerste keer dat een ziektekostenverzekeraar een voedingsmiddel vergoedt, dat bovendien vrij in de supermarkt verkrijgbaar is.

'Ik vind het goed dat een zorgverzekeraar meer aan voeding en leefwijze doet', zegt Martijn Katan, hoogleraar humane voeding bij het Wageningen Center for Food Sciences. 'Ik zat er eigenlijk al tijden op te wachten.'

Hij hoopt dat VGZ ook foliumzuur in zijn polis opneemt: het voedingsbestanddeel verkleint de kans op baby's met een open rug of waterhoofd als het geslikt wordt voordat een vrouw zwanger wordt. 'Dat is nuttiger dan cholesterolverlagende halvarine, want voor foliumzuur bestaat geen geneesmiddel als alternatief.'

Het huwelijk van VGZ met Unilever is volgens Katan een slimme zet: 'Je trekt er klanten mee die zelf goed op hun gezondheid letten - de ideale klant voor een zorgverzekeraar.' Want mensen die een cholesterolverlagende margarine kopen, stelt hij, zijn mensen die zich fysiek willen verbeteren. 'Die stoppen met roken en doen aan sport. En drukken dus zelf al de ziektekosten.'

Want verlaging van de ziektekosten is één van de redenen waarom er vraag is naar functional foods. Een andere is de vergrijzing - mensen willen zo gezond mogelijk oud worden - en het feit dat consumenten steeds minder tijd hebben ('druk-druk-druk') om verantwoord boodschappen te doen en te koken. Daardoor is de warme maaltijd in veel gevallen vervangen door ongezonde snacks of fastfood, en eten we vaak minder dan de voorgeschreven 400 gram groente en fruit per dag. Ook wordt iedereen eigenwijzer, zegt Katan. 'In plaats van blind te vertrouwen op de dokter vogelen mensen graag zelf uit wat hen mankeert. Ze gaan zelf iets slikken en letten beter op hun gezondheid.'

Toch verlopen ook volgens hem de ontwikkelingen in de voedingsindustrie veel trager dan iedereen had voorspeld. 'Een revolutie kun je wel vergeten.' Dat heeft te maken met het feit dat op gezonde voeding geen patent kan rusten. Het is voor de industrie dus heel moeilijk om gemaakte investeringen terug te verdienen. Bovendien zijn verwachtingen van weleer niet uitgekomen. 'Het hele anti-oxidantenfeest is in een kater geëindigd; dergelijke vitamines zijn toch minder effectief dan we dachten.'

Wel gaat de hoogleraar ervan uit dat de grens tussen voedingsindustrie en farmacie zal vervagen. De Wageningen Universiteit krijgt dit jaar immers niet voor niks een nieuwe leerstoel 'Food en farma', stelt hij.

Komt er een chocopasta die botbreuken sneller heelt? 'Dat denk ik niet', zegt Katan. 'Er mogen namelijk geen bijwerkingen aan zitten. Want dat pikken we wel van geneesmiddelen, maar voeding moet absoluut risicovrij zijn.' Zo is broodbeleg met anti-conceptie in theorie wel mogelijk, maar in de praktijk niet omdat het hormoonschommelingen bewerkstelligt. 'En dat kunnen we kleine kinderen natuurlijk niet aandoen.'

Voeding met een meerwaarde moet, kortom, geschikt zijn voor iedereen. En niet alleen voor depressieve mensen, gebroken benen of patiënten met een chronische verkoudheid. En dat maakt het heel ingewikkeld om zo'n product te bedenken. Samenwerking tussen de farmaceutische en de voedingsindustrie heeft tot dusver dan ook niet veel opgeleverd. 'En of het er nog van komt, betwijfel ik', stelt Gert Meijer van Unilever.

Het Finse zusje van Becel Proactiv, de Benecol-halvarine die door Johnson & Johnson op de markt is gezet, is bepaald geen succes. Ook het met calcium verrijkt chocolaatje 'voor vrouwen in de menopauze' van dezelfde fabrikant is jammerlijk mislukt. Het farmaceutisch concern ontdekte dat voeding en geneesmiddelen twee heel verschillende werelden zijn, zegt Meijer: 'Het ontbreekt ze domweg aan het juiste distributienetwerk om via de supermarkt de doelgroep te bereiken'.

Omgekeerd boekt voedingsfabrikant Procter & Gamble weinig succes met Olestra, een bakolie die door het lichaam niet als vet wordt afgebroken en waaraan gezonde bestanddelen als als vitaminen en mineralen zijn toegevoegd. De Amerikaanse Food- and Drug Administration eiste dat op het etiket wordt vermeld dat de olie tot darmklachten kan leiden: in enkele gevallen is anale lekkage geconstateerd. De klant gruwt van die mogelijkheid en legt het niet in zijn winkelwagentje.

Inmiddels richt Unilever, een van de grootste voedingsproducenten ter wereld, zich met name op functionele voeding die overgewicht en hart- en vaatziekten bestrijdt. Dat is niet onlogisch: hart- en vaatziekten zijn vaak een gevolg van overgewicht, en dat is bij uitstek een terrein voor de voedingsindustrie.

Kunnen we de slankmakende chips dan wél tegemoet zien?

'Als het aan ons ligt wel, maar niet in chipsvorm', zegt Meijer. 'Het snacken van chips past immers niet in een voedingspatroon waarmee iemand gewicht probeert te verliezen.' Unilever heeft vorige maand de exclusieve gebruiksrechten gekocht van een eetlustremmende stof die voorkomt in een cactus de Zuid-Afrikaanse Khalahari-woestijn. Over drie à vier jaar zijn daarvan de eerste functional foods met een afslankeffect te verwachten, stelt het bedrijf.

Ook de bloeddrukverlagende boterham is denkbaar, zegt Meijer, en met jodium verrijkt zout is al een feit. Maar Unilever zal nooit een dokter worden: 'Wij zijn er niet op uit om geneesmiddelen in je eten te stoppen.'

Meer over