Nieuws

Voormalige topambtenaren schaafden aan gevoelig rapport over memo-Palmen

Voormalige topambtenaren van de Belastingdienst en het ministerie van Financiën hebben het onderzoeksrapport van PwC over het memo-Palmen in de toeslagenaffaire op gevoelige punten bijgeschaafd. Diverse aanwijzingen dat de top in juni 2019 besefte hoe explosief het memo was, zijn in het eindrapport afgezwakt of ­geschrapt.

Demissionair staatssecretaris Alexandra van Huffelen van Financiën tijdens een persconferentie over de toeslagenaffaire. Beeld ANP
Demissionair staatssecretaris Alexandra van Huffelen van Financiën tijdens een persconferentie over de toeslagenaffaire.Beeld ANP

Het bewuste memo werd in maart 2017 geschreven door een jurist van de dienst Toeslagen, Sandra Palmen. Zij adviseerde haar leidinggevenden een groot aantal ouders een schadevergoeding te betalen, omdat de Belastingdienst volgens haar ‘laakbaar’ en ‘onrechtmatig’ had gehandeld bij het stopzetten en terugvorderen van hun kinderopvangtoeslag. Haar leidinggevenden negeerden dat advies.

Palmens memo bewijst dat de dienst Toeslagen al in 2017 had kunnen weten dat zijn aanpak van toeslagenfraude niet deugde en dat ouders onrechtvaardig waren behandeld.

Geheugenverlies

Dit cruciale bewijsstuk bleef drieënhalf jaar verborgen voor de Tweede Kamer. Staatssecretaris Alexandra van Huffelen haalde het pas in oktober 2020 boven water, terwijl het memo in juni 2019 was besproken tijdens een crisisoverleg op het ministerie van Financiën, in aan­wezigheid van toenmalig directeur-­generaal van de Belastingdienst Jaap ­Uijlenbroek en secretaris-generaal van Financiën Manon Leijten.

Waarom Palmens memo ook in 2019 niet met de Tweede Kamer is gedeeld, blijft een onopgelost raadsel. Uijlenbroek beweerde in november 2020, ­tijdens zijn verhoor onder ede door de parlementaire ondervragingscommissie, dat hij het memo alleen ‘via de ­media’ kende. Het eerste nieuwsbericht over het memo verscheen vijf dagen voor zijn verhoor. Uijlenbroek zou daarvóór dus niet van het bestaan ervan geweten hebben.

Leijten beriep zich tijdens haar verhoor op geheugenverlies: ze kon zich niets over het memo herinneren. De Tweede Kamer vermoedt een doofpot en vroeg het demissionair kabinet om een onafhankelijk onderzoek naar de mysterieuze verdwijning van het memo. PwC voerde dat uit.

Meineed

Een vergelijking tussen het concept- – dat Van Huffelen dinsdagochtend openbaar maakte – en eindrapport legt verschillen bloot die wijzen op significante eindredactie door Uijlenbroek en Leijten. Volgens de conceptversie vraagt Uijlenbroek op 5 juni 2019 tijdens een ambtelijk vooroverleg ‘naar de opvolging van het memo-Palmen vanaf 2017’. Als die weergave juist is, kende Uijlenbroek het memo in 2019 dus en zag hij er ook het belang van in. Hij wilde immers weten wat er twee jaar eerder met Palmens advies was gedaan. In dat geval heeft de oud-directeur-generaal meineed gepleegd voor de verhoorcommissie.

PwC heeft de gevoelige passage in zijn eindrapport echter geschrapt. Dit gebeurde op aanwijzing van Uijlenbroek, blijkt uit de gewijzigde tekst. De aangepaste tekst camoufleert dat Uijlenbroek zelf over het memo begon en wekt de indruk dat het document slechts zijdelings ter sprake kwam.

Voormalig directeur-generaal van de Belastingdienst Jaap Uijlenbroek Beeld ANP
Voormalig directeur-generaal van de Belastingdienst Jaap UijlenbroekBeeld ANP

Het conceptrapport bevat ook een verwijtende opmerking van Leijten dat de Belastingdienst ‘het probleem klein had gehouden’. Die zin ontbreekt in de eindversie.

In het conceptrapport zegt een belastingambtenaar dat hij of zij moest onderzoeken of er intern ‘eventuele eerdere signalen’ waren afgegeven dat de Belastingdienst fout zat. Die signalen moesten in het feitenoverzicht voor de Tweede Kamer opgenomen worden. PwC heeft daar later van gemaakt: ‘eerdere signalen waarvan kon worden vastgesteld dat deze de ambtelijke top of bewindspersonen hadden bereikt’.

Het memo-Palmen kwam in 2017 niet ‘hoger’ dan directeur Toeslagen ­Gerard Blankestijn, die kennelijk niet tot de ambtelijke top werd gerekend. De begripsvernauwing in het eindrapport geeft de Belastingdienst dus een alibi om het memo in 2019 niet aan de Kamer te sturen.

Het feitenoverzicht dat de Kamer te zien kreeg bevatte alleen een summiere verwijzing naar het memo, die het belang ervan verdoezelde. In eerdere versies van dat feitenoverzicht ­waren nog uitgebreide citaten opgenomen, waaronder Palmens conclusie dat de Belastingdienst ‘laakbaar’ ­gehandeld had.

Meer over