Voorheen Mrs. Perfect

In de serie Over de helft interviewt Cornald Maas net- of bijna-vijftigers over hun dilemma's. In aflevering 10: tv-personality Linda de Mol. Bevoorrecht, zeker, maar inmiddels waren er de nodige tegenslagen. De onbevangenheid is minder.

Ik heb wel even getwijfeld of ik mijn 50ste zou vieren. Elk jaar ga ik voor mijn verjaardag met veertien vriendinnen naar een geheime bestemming - tevoren geef ik hooguit vage tips over waar we heen gaan. Op die week met hen in het buitenland kan ik altijd lang teren. Over de successen en de drukke carrières die we hebben, spreken we nauwelijks. We nemen vooral het leven door en stellen ons daarbij kwetsbaar op. Dat is inspirerend en ik steek er bovendien veel van op.

Zo'n reisje had ik nu dus wel weer gewild en dan zou ik met familie en een paar goeie vrienden op 8 juli, mijn verjaardag zelf, gaan eten. Maar er gebeuren de laatste tijd zo veel vervelende dingen om me heen dat ik besloot het leven groots te vieren, met een feest, met alle mensen die iets voor me betekenen. Vijftig is een halve eeuw en dat is erg lang. Als je zo druk bent als ik vergeet je soms te genieten van wat je hebt bereikt. Hoog tijd dus om daar een keer bij stil te staan.

Het gaat met een hoop mensen niet zo goed, kom ik steeds weer tot de ontdekking - de levensfase rond de 50ste verjaardag is niet de makkelijkste periode uit iemands bestaan. Kinderen gaan het huis uit, ouders gaan dood, er wordt gescheiden, in het werk daagt het besef dat als iets nu nog niet is gelukt de kans minimaal is dat het alsnog wél zal lukken. Ik merk dat ik me de narigheid van anderen meer aantrek, de laatste jaren. Sinds ik zelf het nodige heb meegemaakt en de levenservaring is gegroeid, snap ik beter wat anderen overkomt en ben ik meer met ze begaan. Ik ben niet somber en het zit nogal in mijn aard om vooral te denken dat het glas nog halfvol is in plaats van halfleeg, maar het gevaar dreigt dat ik cynischer word met het klimmen der jaren en daar wil ik voor waken. Vroeger had ik een hekel aan mensen die cynisch waren over jonge mensen en riepen dat vroeger alles beter was. Zo wil ik niet worden. Ik betrap me erop dat ik me erger als dingen niet lopen zoals ik ze in mijn hoofd had of niet professioneel zijn geregeld. Maar ik realiseer me ook dat ik, bijvoorbeeld voor de nieuwssite van mijn blad LINDA., vooral met jonge mensen werk die nog moeten groeien. Dan helpt een uitbrander niet - liever stuur ik een mail waarin ik een en ander geduldig uitleg.

De onbevangenheid is ook afgenomen, merk ik. Zeker sinds ik, vijftien jaar geleden, ondernemer ben geworden. Ik verschaf mensen werk en dat betekent ook dat velen iets van je willen. Je hebt geen idee hoeveel verzoeken er soms op mijn bordje liggen; of ik een stageplek op de toneelschool kan regelen, of ik met een donatie voor een goed doel de beklimming van de Himalaya wil steunen, of ik een kaartje wil sturen naar een vrouw die borstkanker heeft. Ik betrap me erop dat ik soms wantrouwig ben - dan begint iemand iets aardigs tegen me te zeggen, en denk ik: oppassen, zo meteen komt de catch, het dringende verzoek waarom het allemaal begonnen was, iedereen wil iets van me, leave me alone. Maar ook hier geldt: niet cynisch worden en vaak voel ik me verplicht te reageren omdat ik me anders schuldig voel. Dat is ook het resultaat van de opvoeding door mijn ouders: niet zeuren, dit is de prijs die je betaalt en daar ga je netjes mee om.

De door mij opgerichte LINDA Foundation, de stichting die een sociaal vangnet is voor gezinnen in Nederland die het in financieel opzicht heel moeilijk hebben, had ik zo'n jaar of tien geleden nooit kunnen bedenken. Ook hier speelt schuldgevoel een rol, en misschien zelfs gêne: ik kreeg steeds meer de behoefte iets terug te doen voor alles wat mij in het leven tot nog toe mee zat. Ik heb mijn portie gedoe en sores heus wel gehad, maar financieel had ik nooit te klagen en dat maakt een hoop dingen in het leven een stuk makkelijker. Ik kan in alles kiezen en een hoop mensen kunnen dat niet, laat staan hun kinderen. O, vind je dat ik in mijn editorial in LINDA. de boel te veel bagatelliseerde toen ik mijn werk een gezellig potje amusement noemde? Maar dat ís het toch? Ik werk hard, ben perfectionistisch en loop nooit de kantjes eraf, maar wat ik doe is echt minder belangrijk dan het werk van een hersenchirurg. Ik red geen levens. Natuurlijk was ik tevoren bang dat mensen over die Foundation zouden zeggen: 'Zij moet ook zonodig.' Ik had ook zonder ruchtbaarheid iets kunnen doen. Maar ik heb nou eenmaal dat enorme netwerk opgebouwd en ik heb een bepaalde invloed - en je hoopt toch ook dat dit initiatief zich als een olievlek uitbreidt en zich verankert in het bewustzijn van mensen. Dat lukt niet als je er geen ruchtbaarheid aan geeft.

Nou ja, als mensen mijn integriteit in twijfel trekken, doen ze dat maar. Mrs Perfect hoef ik niet te zijn, ik durf de laatste tijd meer stelling te nemen en me daardoor ook kwetsbaarder op te stellen. Zeker in deze tijd van sociale media is goed te begrijpen dat er genoeg mensen zijn die een hekel aan je hebben. Ik heb een grote schare lovers én haters, en dat accepteer ik. Al sinds mijn 19de verkeer ik in de openbaarheid en daardoor ontwikkel je ook wel een olifantenhuid. Maar natuurlijk is het heus niet leuk om te lezen wat soms over je geschreven wordt. Voor mij was er een grens bereikt toen het 'nieuws' naar buiten kwam dat mijn partner Jeroen (Rietbergen, red.) mij bedrogen zou hebben. Dat een verhaal van een willekeurig iemand klakkeloos groots werd gebracht en uit en te na op tv werd besproken, kon ik even niet handelen. Misschien omdat mijn vader in diezelfde periode erg ziek was, maar zeker ook omdat mijn kinderen opeens verhalen hoorden die ik ze had willen besparen. Kwetsend vond ik het. Het leek of men het fijn vond dat mijn succesverhaal nu eindelijk weer een flinke kras opliep. Terwijl: mensen weten nog niet de helft van wat ik in het leven inmiddels achter de rug heb. En ik beschouw het ook als mijn goed recht bepaalde dingen niet te melden. Een hoop verhalen gaan niemand wat aan.

Ja, het klopt dat ik ten tijde van die berichtgeving over Jeroen en mij tijdens een feest van mijn eigen blad niet over de rode loper naar binnen ging. Ik kwam later, door de zij-ingang. Ik had even geen zin om ten overstaan van al die fotografen te gaan staan lachen. Een toneelstukje was het laatste waar ik behoefte aan had. Moeilijk vind ik zo'n beslissing wél: wat ik doe is, zou je kunnen zeggen, toch een dienstverlenend vak. Mijn vader zou zeggen: niet klagen, it's all in the game.

Hij is vorig jaar september overleden. Uitgezaaide longkanker had hij, maar hij was een taaie: na de diagnose heeft hij anderhalf jaar geleefd, met best goede perioden waarin hij kon genieten. De laatste weken had hij erg veel pijn en was hij er klaar mee. Hij behield de regie, hij koos ervoor om eruit te stappen. Dat had hij tevoren niet met mij en John overlegd, maar ik had geen moeite met die beslissing, integendeel.

Mijn vader en ik hebben altijd veel op elkaar geleken: we zijn gedreven, leggen de lat hoog, zijn uitgesproken, beschikken allebei over nogal wat temperament. Het emotionele delen we ook: we raken snel ontroerd. En we hebben allebei last van veel meningen. Daarin kon mijn vader ook heel volhardend zijn: hij vond Paul de Leeuw leuk omdat Paul lief voor mij is, maar steeds opnieuw vond hij het nodig mij te melden dat zijn programma's en grappen toch echt niet konden.

Mijn moeder is heel anders. Zij is rustig, op de achtergrond, heeft niets met poppenkast en poeha. Kon zich, anders dan mijn vader, nooit wentelen in de glamour van het bestaan. Zestig jaar lang was ze met mijn vader samen, en omdat ze nogal verschillend zijn, leverde dat soms een enorme strijd op - het was nou niet bepaald een relaxed setje. Maar ik vind het mooi en roerend om te zien dat ze het al die tijd toch met elkaar hebben volgehouden en dat ze zo met elkaar vergroeid zijn geraakt. Zij zijn nog van de generatie die 'trouwen is houwen' als devies had en voor wie scheiden geen optie was; ik denk dat hun relatie in de huidige tijd geen schijn van kans zou hebben gehad. Maar omdat mijn ouders altijd bij elkaar bleven, delen ze een prachtige geschiedenis die je nooit meer met een ander zou kunnen opbouwen. Ze delen een ander soort liefde dan in kortere verbintenissen mogelijk is.

Ik denk weleens dat mensen tegenwoordig te snel uit elkaar gaan. Iedereen wil vooral constant heel gelukkig zijn en als dat even niet dreigt te lukken, worden ingrijpende beslissingen genomen. Terwijl ongelukkig zijn er erg bij hoort. Ook mij is het niet gelukt bij de vader van mijn kinderen te blijven. Maar als je me nou vraagt waar ik echt trots op ben dan is het dít: dat Sander en ik onze stinkende best hebben gedaan het belang van Julian en Noa, onze kinderen, voorop te stellen. En dat we nu goede vrienden zijn - ondanks de eerste fase waarin ik vooral boos was, ondanks de kwetsende publiciteit, dat iedereen een mening over je had en het stil viel bij de bakker als je de winkel binnenkwam. Mijn moeder heeft sowieso altijd contact gehouden met mijn exen: zij is niet de labrador die ik ben, zij is veel meer zwart-wit en prikt door alles heen wat fake is. Het duurt even voor je bij haar binnen bent, maar áls je binnen bent laat ze je niet meer gaan.

De dood van mijn vader heeft haar diep geraakt. Ze voelt zich geamputeerd. Ze mist hem verschrikkelijk, zelfs de momenten dat hij op haar kon mopperen. De structuur van haar bestaan is verdwenen. Het gaat lichamelijk én mentaal niet goed met haar - ik wil er eigenlijk niet te veel over zeggen. Ik bezoek haar meerdere malen per week: ik vind het volkomen vanzelfsprekend dat ik nu zorg voor degene die zo lang voor mij heeft gezorgd. Vroeger hield ze er niet zo van om te knuffelen, maar nu merk ik dat ze het prettig vindt als ik haar hand vasthoud of over haar rug aai. Als mijn neef Johnny bij haar op bezoek komt, is het ongelooflijk wat er gebeurt: dan lacht ze opeens voluit om de grappen die hij maakt en geniet als hij naast haar op bed komt liggen. Ook Julian en Noa zijn heel lief voor haar - ze fietsen er vaak heen, Noa lakt haar nagels. Ik heb goede hoop dat zij er straks ook voor mij zullen zijn, als ik oud en behoorlijk versleten ben.

Dat Julian over een jaar al eindexamen doet en dan het huis uit gaat, daar zie ik nu al verschrikkelijk tegenop. Hij wil naar het conservatorium en als dat lukt, zal ik hem een nieuw leven in Amsterdam of Rotterdam absoluut niet misgunnen. Maar ik zal hem missen als hij straks het nest heeft verlaten. Hij is nooit een vervelende puber geweest, hij en Noa brengen dagelijks gezelligheid en reuring met zich mee. Het zal even wennen zijn als straks op zaterdagen niet meer het halve hockeyelftal hier in huis hotdogs zit te eten.

Ik ben de afgelopen dertig jaar erg met mijn carrière bezig geweest en ik houd nog altijd veel van mijn werk, maar ik realiseer me steeds meer dat dingen daarbuiten belangrijker worden. Het gaat er toch om wie straks jouw rolstoeltje duwt. Verlies van decorum en geestelijke aftakeling zijn een schrikbeeld voor me. Ik moet er niet aan denken straks in een verzorgingstehuis te belanden waar niemand de tijd heeft naar je om te kijken en je hooguit één keer per week onder de douche wordt geschoven. Gelukkig ben ik in de positie die verzorging financieel te regelen, maar met all the money in the world kun je toch niet regelen dat je wordt gevrijwaard van pijn, ziekte en verval. Op zijn minst zou ik van dit huis hier een luxe bejaardensegment willen maken, waar dan ook al mijn vriendinnen komen wonen en waar we op een mooie manier samen oud worden.

Zolang ik mijn vriendinnen maar niet overleef. Ik wil zo gezond mogelijk oud worden en waak de laatste jaren veel meer over mijn gezondheid. Ik rook niet, ik drink amper, ik sport een paar keer per week. Maar voor de duidelijkheid: 100 hoef ik echt niet te worden. Mijn overbuurvrouw is 101 geworden en ze was tot op het laatst een sterke, slimme en zelfstandige vrouw, die ooit het jappenkamp overleefde. Maar ze zei steeds, omdat ze onherroepelijk eenzamer werd: je moet het niet willen, ouder worden dan de rest.

Mijn moeder wordt, als alles goed gaat, in juli 80. Als zij er straks niet meer is, schuif ik een generatie op en dat confronteert me nogal met de eindigheid van mijn eigen bestaan. Ik reken vooral in goeie jaren, maar misschien reken ik me wel rijk met niks: een dierbare vriendin is maar 54 geworden. Van alle plannen die ze nog had, is niks terechtgekomen. Zelf hoef ik geen al te grootse dingen meer te verrichten: er is al boven verwachting veel gelukt in mijn leven.

Anders dan misschien over mij wordt gedacht, blik ik nooit verder dan een jaar vooruit. Ik ben al blij dat ik elk jaar alles weer heb gehaald. Ik teken bij RTL steeds voor twaalf maanden bij, niet langer. Ik houd niet van wegen die lang tevoren geplaveid zijn en wil het gevoel vasthouden dat ik opeens onverwachte beslissingen kan nemen. Of ik zomaar zou kunnen stoppen op mijn 55ste? Geen idee, wie zal het zeggen? Alles is mogelijk. Al denk ik dat ik dan in elk geval iets zinvols zal willen blijven doen. Een leven vol yoga en tennis is niet aan me besteed.

Eerst maar eens 50 worden. Toen mijn vader overleden was, kreeg ik een lief mailtje van Adam Curry, die ik niet eens goed ken. Op bijzondere momenten zal hij toch bij je zijn, schreef hij, zoals mijn moeder er nog steeds bij is als ik sta te koken. Ik geloof dat dat waar is: mijn vader was erbij toen Johnny en ik tijdens het Televizierring-gala werden gelauwerd. En ik zie hem nu al voor me, met zijn tevreden hoofd, als ik straks mijn 50ste vier: trots op mij en op mijn vrienden, en op alles wat ik die dag heb samengebracht.

LINDA DE MOL

Linda de Mol werd op 8 juli 1964 geboren in Hilversum, als dochter van de voormalige zanger en muziekondernemer John de Mol sr en zus van de latere mediatycoon John de Mol. Ze debuteerde op tv met AVRO's Kinderkoor. Haar studie rechten brak ze af om zich te bekwamen als presentatrice, eerst voor Sky Channel, later voor de TROS, Talpa en RTL4. Ze presenteerde spelprogramma's als Love Letters, Home Run, Miljoenenjacht en Ik hou van Holland. Ook in Duitsland maakte ze furore als presentatrice. Ze profileerde zich ook als zangeres en actrice (Spangen, Gooische Vrouwen, Divorce) en talkshowhost (Linda's Zomerweek), nam het initiatief voor speelfilms en lanceerde met groot succes het blad LINDA.. Meer dan eens werd ze gelauwerd met de Zilveren Tv-Ster als tv-vrouw van het jaar. In 2013 richtte ze de Linda Foundation op. Eind dit jaar gaat de film Gooische Vrouwen II in première. Met regisseur Sander Vahle kreeg ze twee kinderen: Julian en Noa. Sinds 2007 heeft ze een relatie met componist/toetsenist Jeroen Rietbergen.

Vervolg van pagina V19

undefined

Meer over