Voorheen koning der armen

Marokko wordt door de buitenwereld gezien als de gunstige uitzondering op de teleurstellende afloop van de Arabische Lente. Maar koning Mohammed VI maakt geen haast met democratisering. De vorst ontpopt zich als een kleptocraat die het economisch leven volledig in zijn greep heeft.

Het enthousiasme voor de Arabische Lente heeft plaatsgemaakt voor de kille scepsis van de Arabische herfst. De revoltes die een einde maakten aan de autoritaire regimes in Tunesië, Egypte en Libië zijn op zijn best verzand in moeizame worstelingen tussen de oppositiegroepen. In het ergste geval is er chaos en burgeroorlog. Marokko vormde van meet af aan een uitzondering.

De Marokkaanse koning Mohammed VI lijkt vooralsnog stevig op zijn troon te zitten. Na de optochten van Facebookjongeren en islamisten - met hun protest tegen de armoede, de corruptie en het gebrek aan democratie - kondigde de vorst een nieuwe grondwet aan. Le grand tournant démocratique (de grote democratische wending), zo noemde het regime de nieuwe constitutie. Uitgeschreven verkiezingen brachten in 2012 de eerste islamistische regering in Marokko aan de macht. Vanuit het buitenland regende het felicitaties: hier was een vorst die begreep dat er een nieuwe wind door de Maghreb waaide en tijdig de gevraagde veranderingen doorvoerde.

Is Marokko dan inderdaad anders, zoals het regime zelf aanhoudend beweert? In eigen land worden daar vraagtekens bij gezet. 'Het probleem van Marokko is dat het land er van buiten goed uitziet, maar van binnen uitgehold is', schreef Karim Boukhari, hoofdredacteur van Tel Quel, in een recent commentaar. Daar was moed voor nodig, want Tel Quel is een van de weinige onafhankelijke Marokkaanse kwaliteitsweekbladen die het hoofd boven water houden. Eén stap te ver en het weekblad wordt volgens beproefd recept door het regime het leven onmogelijk gemaakt.

Een ding werd het afgelopen jaar duidelijk: van de beloofde grote democratische stap voorwaarts is geen sprake. Mohammed VI is nog steeds regerend staatshoofd, zit de ministerraad voor, neemt de belangrijkste beslissingen. Hij is opperbevelhebber van de strijdkrachten en Amir al-Mu'minin, aanvoerder der gelovigen.

Wat evenmin veranderde, is dat Mohammed VI samen met zijn familie en zijn vrienden het grootste deel van de Marokkaanse economie in handen heeft. Het koninklijke vermogen werd in 2009 door Forbes geschat op 2 miljard euro. Koning Mohammed was daarmee de nummer zeven op de ranglijst van steenrijke monarchen en stak menige oliesjeik naar de kroon. Met een belangrijk verschil: Marokko heeft geen olie.

Het is een opmerkelijk traject van een vorst die ruim dertien jaar geleden werd verwelkomd als de 'koning der armen'. Er is weinig bekend over zijn persoon, maar wel dat Marokko onder zijn bewind onmiskenbaar is vooruitgegaan: de economische groei is al jaren hoger dan de bevolkingsaanwas. Er zijn snelwegen aangelegd, de enorme nieuwe containerhaven bij Tanger heeft een impuls aan de regio gegeven. De positie van de vrouw werd wettelijk verbeterd. Marokko beschikt over de grootste shopping mall van het Afrikaanse continent. En in Frankrijk is een hogesnelheidstrein besteld voor het traject Tanger-Casablanca, een investering van 2,5 miljard euro en nu al een visitekaartje van het moderne Marokko dat meegaat in de vaart der volkeren.

Maar precies die hogesnelheidstrein is voor critici het perverse symbool voor de wijze waarop Marokko goede sier maakt. Want alle vooruitgang ten spijt stokt het land in zijn ontwikkeling. De werkloosheid onder jongeren is pijnlijk hoog. Na dertien jaar is het onderwijssysteem nog altijd een ramp en is de bevolking nog bijna voor de helft analfabeet. De ziekenzorg is een hel. Nog steeds vriezen kinderen dood in het Atlasgebergte. En de democratische vrijheid staat in haar achteruit. Nog altijd regeert de koning en staat de regering met lege handen. Vooraanstaande journalisten hebben Marokko verlaten of zaten vast, hun bladen zijn onder druk van de autoriteiten verdwenen. De corruptie, onder Hassan al een probleem, is nu 'geïnstitutionaliseerd', aldus de Amerikaanse ambassade in de geopenbaarde Wikileaks-telegrammen. Het is een diplomatieke manier om te zeggen dat onbeschaamd graaien, niet in de laatste plaats bij westerse investeerders, vaste prik is geworden.

In Le Roi Prédateur - Main basse sur le Maroc (Koning Roofdier - Plundering van Marokko) van de Franse journalisten Catherine Graciet en Éric Laurent komt koning Mohammed naar voren als Marokko's grootste bankier, verzekeraar, voedselfabrikant, distributeur, vastgoedbelegger en telecominvesteerder. Volgens schattingen beheerst hij 60 procent van de beursgenoteerde ondernemingen in Marokko.

Dat een staatshoofd zich op deze wijze verrijkt in een land met een gemiddeld jaarinkomen van rond de 3.700 euro is al dubieus genoeg. Het gaat nog een stapje verder als blijkt dat de koninklijke bedrijven rechtstreeks profiteren van een niet onaanzienlijk deel van de staatssubsidies waarmee de prijzen van basisvoedselproducten als olie, suiker, meel en brood kunstmatig laag worden gehouden. Van ieder stokbrood dat een Marokkaan eet, komen die subsidies ten goede aan zijn koning.

Le Roi Prédateur is niet verkrijgbaar in Marokko. Het regime weet uit ervaring dat dit soort boeken schade kan veroorzaken. De auteurs hebben overigens vooral geput uit het werk van collega's, waarbij zeker de artikelen in de Marokkaanse weekbladen Tel Quel en Le Journal van belang zijn geweest. De verdienste is dat een en ander nu eens op een rijtje wordt gezet.

Het land is verdeeld, zo constateert de nieuwe editie van de Geschiedenis van Marokko van de historicus Herman Obdeijn en de sociaal-geograaf Paolo De Mas. Er is het Marokko van de hogesnelheidstrein: westerse kleding en muziekfestivals, gecontroleerde alcoholverkoop en gemengde scholen. Maar ook het Marokko van de islamisten, met reactionaire tirades tegen het Westen tot en met mishandeling van 'indecente' vrouwen, klopjachten tegen homo's en gestoorde internetpredikers met hun oproepen tot terreur en geweld. De koning zit daar middenin. Hij vormt de stabiliserende factor die het land behoedt voor chaos, zo valt uit het boek op te maken.

Obdeijn en De Mas zijn door de wol geverfde Marokko-kenners. Hun boek voorziet in een behoefte, want anders dan Frankrijk, waarvan de banden met de voormalige kolonie nog altijd meer dan hecht zijn, weet Nederland weinig van Marokko. De komst van de Marokkaanse immigranten maakte de kennis er niet veel beter op. De Berbers uit het Noorden wisten vaak maar weinig van de rest van hun land.

Obdeijn en De Mas beschrijven de verschuiving van regeerstijl onder koning Hassan en zijn zoon als die van verlicht despotisme onder Hassan naar verlichte autocratie onder Mohammed. Dat neemt niet weg dat volgens hen een nieuwe fase van de geschiedenis is ingegaan met de regering van de islamistische PJD die begin vorig jaar aan de macht kwam.

En zelfs dat is nog maar de vraag. De islamistische regering is tot dusver een grote teleurstelling geweest voor haar aanhangers. De vasthoudendheid waarmee koning Mohammed premier Abdelilah Benkirane publiekelijk voor schut zet, laat weinig twijfel over wie de touwtjes in handen heeft. Benkiranes besluiten worden zo nodig door de koning zonder veel omhaal in de prullenbak gegooid. Met een parlementaire democratie heeft het allemaal bar weinig te maken.

Het Westen ligt er niet wakker van, zeker omdat Benkirane de schijn tegen heeft. Obdeijn en De Mas beschrijven bondig de radicale herkomst van de huidige premier, die geen groot liefhebber is van een seculiere democratie. Zijn opmerkingen over de homoseksuele Elton John die op het door de koning bekostigde Mawazine-festival kwam zingen, staan voor een dieper liggende intolerantie, zijn houding tegenover vrouwen is ronduit beschamend. Dat merkte de Belgische minister van Justitie Annemie Turtelboom, die straal door de premier werd genegeerd tijdens een officieel bezoek. Met dat soort islamisten in de regering is er weinig haast in het Westen om aan te dringen op meer democratie.

Het Cabinet Royal, bestaande uit de raadgevers en bijgestaan door een technocratische elite van economen en ingenieurs, vormt de feitelijke regering van Marokko. Toen Hillary Clinton eerder dit jaar op bezoek kwam, was het dan ook de koninklijke raadgever en niet de minister van Buitenlandse Zaken bij wie ze als eerste aanklopte. Koninklijk raadgever El Himma geldt als de werkelijke sterke man van het land. Het straatprotest, waarbij hij met naam en toenaam werd uitgejouwd als een van hoofdschuldigen van de corrupte macht, had dat haarfijn in de gaten.

Wat in het buitenland weinig wordt opgemerkt, is het afknijpen van de onafhankelijke journalistiek die een andere zorgwekkende trend onder het regime van Mohammed VI is geworden. Ali Amar, auteur van het boek Paris Marrakech - Luxe pouvoir et réseaux (Parijs Marrakech - Luxe, macht en netwerken) en medeoprichter van het weekblad Le Journal, behoort tot het groeiende aantal journalisten dat een goed heenkomen heeft gezocht over de grens. In het geval van Amar waren er naast financiële sancties ook sprake van bedreigingen in de persoonlijke sfeer. Het succesvolle Le Journal werd al twee jaar geleden met een advertentieboycot en draconische geldboetes door het regime de nek omgedraaid.

In Paris Marrakech schetst Amar samen met de Franse journalist Jean-Pierre Tuquoi de verstrengeling van het Marokkaanse regime en de politieke en zakelijke jetset van zijn belangrijkste Europese bondgenoot Frankrijk. Marokko geldt als een strategisch bastion in Noord-Afrika voor de westerse politieke, militaire en economische belangen. Franse bedrijven als Renault, Citroën, Vivendi, Auchan en Danone delen in het economisch imperium van de koning. 'Marokko is de laatste Franse kolonie op het Afrikaanse continent', meent Amar. En dus kan koning Mohammed rekenen op een stevige steun vanuit Parijs, of dat nu van linker- of rechterzijde is.

Omgekeerd wordt tout Paris gefêteerd in Marrakech. Zoals Jacques en Bernadette Chirac, Dominique de Villepin, en natuurlijk het echtpaar Sarkozy-Bruni. Het Mamounia hotel en het Royal Mansour fungeren daarbij als luxueuze lokkertjes in de okergele stad. Er zijn betaalde reizen, uitnodigingen voor muziekfestivals of de inauguratie van een paleisje. Er wordt royaal gegrossierd in lintjes. Seks is in Marrakech ook ruim voorradig, de stad heeft niet voor niets de reputatie van 'het Bangkok van de Maghreb'.

De auteurs suggereren aldus het bestaan van een gecorrumpeerde, cynische lobby van 'les amis du Maroc' die de belangen van de paleismacht dient en de kritiek op het regime thuis de kop indrukt. Het verklaart de juichende commentaren over de grondwetswijziging van vorig jaar in de Franse publieke opinie, waarbij koning Mohammed VI werd geprezen als het beste jongetje van de klas.

De parallel met de warme banden die Europa aanhield met Ben Ali in Tunesië en de 'koning der koningen' Moammar Kadhafi in Libië ligt voor de hand. Maar Marokko bleek toch anders. Geen brute dictatuur, eerder een verlichte kleptocratie, die soepel meeboog op de storm van onrust die vorig jaar door Noord-Afrika joeg.

De economische crisis zet de zaken opnieuw op scherp. Het IMF heeft Marokko de wacht aangezegd, het systeem van prijssubsidies staat onder druk. De middenklasse, die stapvoets groeide, begint in de knel te komen. Het dilemma is: koning Mohammed VI staat borg voor stabiliteit en een geleidelijke democratisering, maar lijkt de zaak vooral handig te blokkeren. Is het alternatief een islamistische regering waarvan nog maar moet worden afgewacht of zij de democratische vrijheden respecteert?

De Marokkaanse rapper Bigg, die deel uitmaakt van het Marokko van de hogere snelheid, wordt aangehaald door Obdeijn en De Mas: 'Hef je hoofd o ware Marokkanen/ En laten we stoppen met bang zijn.' Dat is een goede aanbeveling. Alleen weet niemand nog waar dat op kan uitdraaien.

Herman Obdeijn en Paolo De Mas: Geschiedenis van Marokko

Bulaaq; 280 pagina's; € 29,95.

Catherine Graciet en Éric Laurent: Le Roi Prédateur - Main basse sur le Maroc

Seuil; 224 pagina's; € 18,10.

Ali Amar en Jean-Pierre Tuquoi: Paris Marrakech - Luxe, pouvoir et réseaux

Calmann-Lévy; 203 pagina's; € 16,-.

DE KONING KIEST UIT DRIE

Op 25 november 2011 vonden in MaroKkO verkieziNgen plaats onder het regIme vaN de nieuwe Grondwet. Niet langer zou de KonIng dE regering benoemen, maar het initiatief zou liggen bij de winnaar van de parlementSverkiezingen. SlechTs eenderde van de kiesgerechtigden nam aan die verkiezingen deel. De grote winnaar was de islamistisch PDJ, met 107 van de 395 zetels. Leider Abdelilah Benrikane werd door koning Mohammed benoemd tot premier met de opdracht een regering samen te stellen. In de praktijk kon de koning kiezen UIT een lijst van DRIE kandidaten voor elke ministerspost. Hij benoemde daarnaast zijn eigen 'soevereiniteitsministers'.

undefined

Meer over