Voordeliger

T oen het brandalarm afging, was Shima Akhter Pakhi (24), naaister te Bangladesh, op de derde verdieping van het fabrieksgebouw van Tazreen Fashions bezig met het vaststikken van capuchons aan fleece jacks voor de firma C&A. Ze rende naar de trap. Daar stonden twee leidinggevenden iedereen tegen te houden. Vals alarm, hup, terug aan het werk. Dat deed ze.

Shima doet negentig seconden over het vastnaaien van een capuchon. Ze bevestigde er nog zes. Toen rolden rookwolken de derde verdieping op en klonk alom gegil. De trappen leidden naar de vuurzee onder haar, voor de ramen zat dievenijzer.

Op die derde verdieping, waar C&A 220 duizend kledingstukken liet naaien, zou de brandweer later 69 lichamen vinden. In totaal lieten 112 fabrieksarbeiders het leven in de brand op 25 november.

Shima overleefde door uit het raam te springen nadat het iemand gelukt was het dievenijzer los te trappen. Afgelopen week viel haar relaas te lezen in The New York Times. Een verslaggever sprak tientallen overlevenden, familieleden van slachtoffers, brandweerlieden, fabriekseigenaren en andere betrokkenen, en puzzelde een minutieuze, bloedstollende reconstructie bij elkaar. (Hij bewijst en passant ook dat topjournalistiek bestaat, en duur, tijdrovend en onmisbaar is.)

Achteraf bleek het allang bekend te zijn: het Tazreengebouw had geen nooduitgangen en geen sprinklerinstallatie. De textielvoorraad lag niet in een afgesloten brandveilige opslagruimte, zoals voorgeschreven, maar los op de begane grond. Sinds juni al had Tazreen geen veiligheidscertificaat meer. De Bengalese overheid liet evenwel na sluiting te verordonneren.

De brand is geen incident. Sinds 2006 kwamen volgens de Schone Kleren Campage 700 mensen om in fabrieksbranden in Bangladesh - hét naaitatelier van de wereld. De export bestaat voor 75 procent uit kleding. Vooral voor vrouwen biedt een baan in de textielindustrie ontsnapping uit de armoede van het platteland; Shima verdiende er 40 euro per maand.

Uit de asresten diepten activisten kledinglabels op van Disney en van warenhuizen als Walmart en Sears. Die beriepen zich op de favoriete smoes van warenhuizen wier kledinglabels worden gevonden naast de verkoolde lijken van naaisters die het afleggen tegen misdadige fabriekseigenaren, falende controleurs, lakse overheden, inhalige multinationals en consumenten die geen cent te veel willen betalen: we hebben het niet geweten. Iets met onderaannemers die stiekem de wet ontdoken.

C&A had niet eens zo'n smoes. Ging rechtstreeks een contract aan met Tazreen. Keek niet naar de nooduitgangen, stom, stom, stom. Uiteraard is C&A geschokt en gaat het er heus van alles doen om voortaan reuze streng te controleren.

De Schone Kleren Campagne zegt evenwel dat C&A schandalig weinig doet en liet afgelopen donderdag uit verdriet 'een zee van kaarsen' branden op de stoep van een Amsterdams filiaal. Ik heb er niets over teruggezien op de journaals of in de kranten. Maar er zijn ook zo veel zorgen, niet alles kan even breed worden uitgemeten.

In The New York Times legde Richard Locke, conrector van M.I.T. Sloan School of Management, uit dat wij consumenten eraan gewend zijn geraakt dat we almaar grotere hoeveelheden kunnen kopen van almaar goedkopere spullen, jaar in, jaar uit. Iemand betaalt dat: de collega's van Shima die het niet hebben gered bijvoorbeeld.

Dat willen we liever niet weten. Want het moet natuurlijk wel voordeliger.

undefined

Meer over