Voorbij de magie Meerdere gesprekken met simeon Ten Holt in 2012

'Als je slaapt ben je ook een beetje dood. Je kunt zo helemaal weg zijn hè'

Hij was niet bang voor de dood; hij dacht er eigenlijk nooit aan. 'Ik weet dat ik aan het eind van mijn leven ben, maar je voorbereiden op de dood doe je toch vooral door te leven. Als je slaapt ben je ook een beetje dood. Ik heb weleens, als ik wakker word: verrek, ben ik nou dood geweest of niet? Je kunt zo helemaal weg zijn hè.'


Hij verheugde zich erg op zijn 90ste verjaardag, in januari 2013, en op de speciale avond die het Concertgebouw voor hem had georganiseerd. Niet dat hij daar zelf bij aanwezig zou zijn: Simeon ten Holt kwam de deur allang niet meer uit.


'Ik ben een oud mannetje hoor', zei hij vaak tijdens de interviews voor het boek over zijn meesterwerk Canto Ostinato. 'Ik ben heel ongemakkelijk op het ogenblik.' En dan tilde hij zijn handen even op van de leuning van de rollator, waar ze meteen weer op terugvielen: 'Kijk maar. Er zit helemaal geen kracht meer in.'


Maar hij vond het leven nog altijd spannend. Hij genoot van alle aandacht. De aandacht voor zijn persoon - daar was hij ijdel genoeg voor - en vooral voor zijn meesterwerk Canto Ostinato, dat sinds de première in Bergen, in 1979, telkens een nieuw en almaar jonger publiek bereikte. Met verbazing keek hij toe hoe musici zijn stuk te lijf gingen; de een op marimba, de volgende op harp, weer anderen keurig op twee of meer piano's maar dan wél met het publiek liggend op matjes die ze van van huis hadden meegebracht.


'Ik denk wel eens dat ik dáárom zo oud word', zei Ten Holt vier weken geleden, 's avonds aan tafel, terwijl zijn dertig jaar jongere echtgenote Colette gekookte mosselen uit de schelp peuterde en op Ten Holts bord legde. 'Zodat ik dit allemaal nog kan meemaken. Mensen lopen er echt mee weg hè? Canto doet iets met ze waarvan ik ook niet weet wat het is.'


Luistert u nog weleens naar muziek?


'Heel weinig. 's Avonds, na het eten, ben ik afgebrand. Maar ik ben sowieso niet iemand die de hele dag maar naar een plaatje moet luisteren. Ik luister alleen als het moet, als iemand me vraagt iets te beoordelen of zo.'


Toen hij 9 was, hoorde Simeon ten Holt zijn vader, de schilder Henri ten Holt, een prachtig stuk op de piano spelen: het eerste deel van de Mondscheinsonate van Beethoven. Het was avond, hij lag al in bed en Simeon bedacht dat hij nog nooit zoiets moois had gehoord. Dit wilde hij ook kunnen. Hij ging zijn leven aan de muziek wijden. Simeon vroeg zijn vader hem de noten voor te spelen, wekenlang, elke keer een stukje, en dan speelde hij het na; hij oefende net zo lang tot hij het hele eerste deel kon spelen.


Zijn eerste echte - en enige - leraar werd de componist Jakob van Domselaer, een vriend van zijn vader. Een strenge man. Zijn muziek werd nauwelijks uitgevoerd, maar hij componeerde zonder aarzelen voort, gedreven, orthodox en overtuigd van zijn heilige opdracht. 'Hij geloofde in de waarheid van zijn muziek, hij was de meester; zelfrelativering was niet zijn sterkste kracht.'


Hij heeft u muzikaal gevormd.

'Zeker; mijn Compositie 1 is net Van Domselaers Proeven van Stijlkunst. Die invloed kan ik niet ontkennen. Maar hij heeft mij niet alléén gevormd. Het was de hele omgeving. Je bekeek partituren, luisterde naar muziek, al die dingen vormden de compost voor het latere werk, zoals alles in je leven de compost is van waaruit dingen voortkomen. Van Domselaer gaf wel lessen in harmonieleer maar het meeste heb ik me toch zelf eigen gemaakt. Ik ben ervan overtuigd: als je het bent, componist, dan hoeft niemand het je te leren.'


Wie bepaalt wat u maakt: u, een geheime schepper van buiten of de compositie zelf?

'Het gaat erom dat jij, de kunstenaar, je dienstbaar opstelt ten opzichte van een proces dat op een goed ogenblik zichzelf dicteert. Waarom is mijn muziek goed: omdat ze niet luistert naar wat ik wil, maar naar wat ze zelf wil. Ik was een proces bewaker. Misschien is dat wel de beste omschrijving van mijn taak tijdens het schrijven van mijn muziek. Dat proces ís er. En dat heeft tijd nodig om zich te voltrekken. Je merkt het als het niet goed gaat, dan ga je dwalen. Het is belangrijk om geduld te hebben. Soms kun je beter een paar dagen wachten dan dat je moet terugkeren van je dwalingen.'


Als je niet wacht, ga je de dingen forceren?

'Ja, en dan ga je uiting geven aan je eigen wil. Terwijl je uitdrukking moet geven aan de wil van het stuk zelf.'


Van de opvatting dat muziek vooral emotie is, moest Ten Holt weinig hebben. 'Als ik een stuk muziek maak, dan zit de echtheid daarvan in het feit dat ik dienstbaar ben aan dat stuk en niet aan mezelf. Kunst als uitdrukking van gevoelens, daar ben ik tegen. Ik hoef geen gevoelens. Waar het om gaat, zijn de dingen die blijven, die waarde hebben en voor iedereen geldig zijn. Daar moet je in het leven mee omgaan als een behendige stuurman.'


In de periode 1965-1975 stortte Ten Holt zich op het serialisme. 'Het is een episode geweest waarin ik een vorm van muziekmaken heb willen onderzoeken en daar dienstbaar aan was. Ik vond het spannend, en ik heb op een gegeven moment ook begrepen dat die muziek voor mij niets was. Dat het geen aansluiting gaf met mijn wezen. Het is tafelmuziek, muziek die je aan tafel schrijft; niet met het hart maar met het verstand.'


Maar u had het nodig om daarna met hernieuwde kracht verder te kunnen?

'Ja. Die periode van de atonaliteit, die ongeveer tien jaar heeft geduurd, is mijn artistieke winter geweest. De vriesnacht, zoals ik dat altijd noem. Toen ik er middenin zat, geloofde ik er heilig in. Ik leek in die tijd nog het meest op een drammerige bekeerling die de mensen het ware geloof door de strot wil duwen. Ik verkondigde dat muziek maatschappelijk relevant moest zijn.'


Inmiddels werkte hij vanaf 1973 zo nu en dan aan een stuk dat met seriële muziek niets te maken had; dat volkomen tonaal was en uniek van vorm, met zijn open structuur die de uitvoerders een grote vrijheid geeft. Pas veel later zou dat stuk zijn uiteindelijke naam krijgen: Canto Ostinato.


Kunt u zich het eerste begin van het maken van Canto herinneren? De allereerste gedachte?

'Er is geen allereerste gedachte. Het is ontstaan uit een nevelvlek die zich geleidelijk uitkristalliseerde. Alles is ontstaan uit een nevelvlek, de aarde en de sterren, en zo is het met zo'n stuk ook. Het is eerst een vage toestand. Mensen denken dat het componeren van een stuk magie is. Dat is onzin.'


Maar je begint wel ergens mee. Met een melodielijn, een ritme. Iets.

'Nou gewoon, met je lichaam. Met een greep op het klavier. Goede muziek begint altijd aan de piano. Ik denk dat eerst de melodie er was, het thema, en daarna die linkerhandbeweging. Op een gegeven moment had ik het stuk wel ongeveer in mijn hoofd en toen ben ik het gaan opschrijven, in klad, met een ballpoint.


'Ik ben er zes jaar mee bezig geweest. Het schrijven deed ik grotendeels tussen 1973 en 1976. Het heeft alleen wel tot 1979 geduurd voor het werd uitgevoerd. Toen heb ik het ook pas in het net uitgeschreven, met een Rotringpen. Daarvoor heb ik het jaren in een la in mijn kast gehouden. Uit een soort kiesheid, om de mensen niet te hinderen met mijn tonale preoccupatie. Er is veel tijd overheen gegaan. Ik accepteerde het stuk niet, aan het begin.'


Omdat het tonaal was?

'Omdat het tonaal was, en ook... wat zal ik zeggen: toch vooral omdat ik dacht dat het niet goed was. Maar doordat de mensen die het hoorden er wel wat in zagen, begon ik er langzaamaan in te geloven.'


U hebt na Canto prachtige dingen geschreven: Lemniscaat, Horizon, Natalon in E. Toch heeft iedereen het vooral over Canto Ostinato. Wordt u niet af en toe doodziek van dat stuk?

'Ach, zo kan het gaan. Ik kan er niks aan doen, ik laat het maar. Blijkbaar is het een stuk dat iets heeft gedaan. En het was anders. In de gangbare klassieke muziek staat er een noot op papier en daar kun je niet van afwijken; die moet je zo spelen.


Maar bij Canto laat de muziek ruimte voor de uitvoerders: je kunt, door naar elkaar te kijken, door op een bepaalde manier op elkaar te reageren, even afwijken van de tekst. Die vorm, die was nieuw.'


In hoeverre bent u zich dat bewust op het moment dat u die noten schrijft?

'Dat ben je je niet bewust. Maar dat zijn dingen die te maken hebben met je wezen. Iedereen is anders geboren; je geeft uiting aan iets in jezelf. En ik heb een stuk gemaakt waarin de uitvoerders een grote mate van vrijheid hebben én heel goed moeten samenwerken. Kennelijk moest dat zo gaan.'WdR


Met verbazing keek Ten Holt toe hoe musici Canto Ostinato te lijf gingen; de een op marimba, de volgende op harp, weer anderen keurig op twee of meer piano's maar dan wél met het publiek liggend op matjes die ze van van huis hadden meegebracht. Foto links: Op zoek naar een passend cadeau voor Ten Holt bedacht pianist en beeldend kunstenaar Robert Lambermont een speeldoosje met de melodie van Canto. Alleen een bedrijf in China bleek in staat het te maken.


Lees verder op pagina V4


Vervolg van pagina V3


Meer over