Voorbeeldhond

Rin Tin Tin hield Holly-wood in zijn greep. Hij verdiende 8 keer zo veel als zijn tegenspelers en speelde in bijna 30 films. Nu is er een biografie over de 'onsterfelijke' filmhond.

Met zijn voorstel om ook dieren een Oscar te geven, blies Steven Spielberg eerder deze maand een oude discussie nieuw leven in. Eén dier sleepte de felbegeerde filmprijs namelijk al eens in de wacht. In 1927, bij de allereerste uitreiking van de Academy Awards, kreeg de Duitse Herder Rin Tin Tin de meeste stemmen voor Beste Acteur. Bang dat het prestige van de prijs in gevaar zou komen, lieten de organisatoren de stemmen hertellen en gaven de prijs aan acteur Emil Jannings.

Of de Academy achteraf spijt kreeg, is niet bekend. Maar het zou best kunnen. Want hoewel Jannings best een aardige loopbaan had, kon deze toch niet tippen aan die van zijn viervoetige tegenstrever. Zelfs in onze tijd is Rin Tin Tin nog niet vergeten, getuige de heerlijke biografe die onlangs verscheen van de Amerikaanse Susan

Orlean. Tien jaar lang werkte de journaliste aan Rin Tin Tin, The Life and the Legend, en in die tijd beperkte ze zich niet tot het lezen van boeken en het bekijken van dvd's. Ze ploos privéarchieven uit, bezocht elke mogelijke locatie, en sprak met kinderen en kleinkinderen van de mensen rond Rin Tin Tin.

Orleans imposante research betaalt zich terug vanaf de eerste hoofdstukken van het boek. Daarin reconstrueert ze met bewonderenswaardige precisie de carrière van Rin Tin Tin. Het verhaal begint in de Eerste Wereldoorlog, als de Amerikaanse soldaat Lee Duncan nabij het Franse Toul twee puppy's vindt. Hij noemt ze Rin Tin Tin en Nanette, naar populaire Franse speelgoedfiguurtjes, en neemt ze mee terug naar Amerika.

Thuis in Californië leert Lee Rin Tin Tin kunstjes, en neemt hem mee naar hondenshows. De hond blijkt over aanleg te beschikken, en Lee vat het plan hem te laten optreden in een film. Hij schrijft zelf een script, en voegt zich bij de andere gelukzoekers op Poverty Row in Hollywood, waar acteurs in cowboykleding klusjes proberen te krijgen. Na talloze afwijzingen heeft Lee geluk: Warner Brothers ziet wel wat in zijn script en in Rin Tin Tin.

De volgende acht jaar treedt Rin Tin Tin op in 22 stomme en zeven sprekende films, waarvan helaas maar enkele bewaard gebleven. Het zijn avonturenfilms waarin Rin Tin Tin steevast een heldenrol vervult. Hij haalt stunts uit, vecht, redt mensen uit hachelijke situaties, ontwart knopen en klimt zelfs in bomen. 'Hij was alles wat de Amerikanen wilden zijn', schrijft Orlean. 'Dapper, ondernemend en vooral individualistisch.' Het succes is er naar: de films trekken een miljoenenpubliek en Rin Tin Tin wordt een wereldster. Zijn films zijn zo winstgevend dat hij acht keer zoveel betaald krijgt als zijn menselijke tegenspelers. Op promotiefoto's wordt Rin Tin Tin afgebeeld met andere filmsterren, en laat men hem golfen en waterskiën. Op een ervan is hij zelfs te zien met 'vrouw en kinderen'.

Had elke willekeurige hond dit kunstje kunnen flikken? Nee, betoogt Orlean. Uit recensies die ze heeft opgeduikeld, blijkt dat Rin Tin Tin door de filmpers als een uitzonderlijk talent werd beschouwd. Een criticus van Chicago Daily News beschrijft hem als 'opwindend intelligent. Hij heeft een uitdrukkingskracht die hem tot een van de beste mimespelers van het scherm maakt.' Een andere recensent ziet in zijn ogen 'iets tragisch, fels, droevigs, een edelmoedigheid en een graad van loyaliteit die ongeloofwaardig zouden zijn bij een mens'. Orlean gelooft dan ook niets van het gerucht dat er 'wel achttien Rin Tin Tins' waren, zoals Jack Warner later beweerde. Wel acht ze het waarschijnlijk dat stand-ins werden gebruikt voor de gevaarlijkste stunts.

Met de komst van de geluidsfilm in 1929 zijn de gloriedagen van Rin Tin Tin voorbij. Maar als hij drie jaar later overlijdt, blijkt wat voor indruk hij op de Amerikanen heeft gemaakt. Radiostations lassen een speciale uitzending in, en alle kranten publiceren uitgebreide in memoriams. Om mysterieuze redenen wordt hij begraven op het Parijse Cimetière des Chiens, waar zijn grafsteen leest: 'Rin Tin Tin, La grande vedette du cinéma'.

Einde verhaal, zou je denken. Maar zo is het niet. Als Orlean in Parijs nog eens overpeinst wat haar nu zo fascineert aan de hond, beseft ze dat het vooral het idee van diens onsterfelijkheid is. Dat thema werkt ze in de rest van het boek verder uit.

Soms probeert Orlean dit iets te mooi te doen, zoals in de wat ongeloofwaardige passages over een Rin Tin Tin-beeldje dat haar al van kindsbeen fascineert. Maar dat maakt ze meer dan goed met haar portretten van de mensen die Rin Tin Tins erfenis levend proberen te houden. Allereerst is daar Lee Duncan, die na de dood van zijn geliefde metgezel de draad weer oppikt met Rin Tin Tin jr. en Rin Tin Tin III. Zij zullen nooit het succes benaderen van hun beroemde voorvader, maar Lee slaagt er wel in met deze opvolgers de herinnering aan Rin Tin Tin levend te houden. Op zijn ranch, El Rancho Rin Tin Tin, kunnen fans en kinderen op de foto met de nakomelingen.

Veel minder geliefd is Duncan zelf. Hij heeft veel weg heeft van de geobsedeerde bloemenverkoper uit Orleans bekendste boek De orchideeëndief. Daar waar deze volledig in de ban was van orchideeën, leeft Duncan slechts voor zijn honden. Tragisch zijn de verhalen van zijn echtgenote en dochter, die zich altijd achtergesteld voelden bij de verschillende Rin Tin Tins.

Halverwege de jaren vijftig wordt het stokje overgenomen door een ambitieuze jonge Hollywoodproducer, Bert Leonard. Hij geloof heilig in een wederopstanding van Rin Tin Tin, alleen dit keer niet op film, maar op televisie. Tot Duncans verdriet komt Rin Tin Tin IV niet in aanmerking voor de hoofdrol omdat hij te dom is. Maar met een anonieme andere hond in de hoofdrol wordt de serie The Adventures of Rin Tin Tin een doorslaand succes. De show wordt in zeventig landen uitgezonden, en leidt tot een stroom van merchandise en stripboeken. In België parodieert striptekenaar Morris de slimme Rin Tin Tin met zijn oliedomme hond Rataplan, de trouwe metgezel van Lucky Luke.

Eind jaren vijftig lijken de dagen van Rin Tin Tin dan toch definitief geteld. Met films als Rebel Without aCause waait een hele andere wind door Hollywood, en lijkt het idee van een serie over een hond plots achterhaald en kinderachtig. Een jaar voordat Lee in 1960 berooid en anoniem overlijdt, wordt de serie gestopt.

Maar zelfs dan is het verhaal niet voorbij. In de laatste hoofdstukken beschrijft Orlean hoe de steeds verder aan lager wal rakende Leonard wanhopig probeert om Rin Tin Tin te doen herleven, en diens nalatenschap te gelde te maken. Daarbij komt hij in conflict met de eigenaresse van Rin Tin Tin VIII, die zich eveneens de enige rechtmatige erfgenaam waant en een museum wil oprichten. Hun juridische dispuut wordt uiteindelijk pas beslecht in 1996, waarna Leonard nog vergeefse pogingen doet filmmaatschappijen te interesseren in het verhaal van Lee Duncan. Is dit dan het definitieve einde? Welnee, want nu is er Orleans non-fictieklassieker waarmee we weer jaren vooruit kunnen. Rin Tin Tin leeft voort!

Susan Orlean: Rin Tin Tin. The Life and the Legend

Simon & Schuster,

€ 29,99,-

Eerlijk is eerlijk,

Rin Tin Tin

was niet de eerste hond die furore maakte op het witte doek. Die eer was weggelegd voor

Strongheart

, ook een Duitse Herder. Maar aan diens carrière kwam na zes films een tragisch eind toen hij tegen een studiolamp viel en de brandwond tot kanker leidde. In de jaren daarna deed Rin Tin Tin de herinnering aan zijn soortgenoot verbleken. Warner Brothers boekte zoveel succes met zijn films, dat ook andere studio's Duitse Herders gingen inzetten. Op het hoogtepunt van de hondenrage waren er zo'n vijftig werkzaam in Hollywood. Vanaf de jaren veertig kreeg Rin Tin Tin concurrentie van de collie

Lassie

. In een beroemde foto uit 1955 prijken ze samen op de cover van TV-Guide (rechts). Lassie werd nog populairder dan Rin Tin Tin. Na de laatste Lassie-film uit 1978 was het stil aan het hondenfront, tot de Sint-Bernard Beethoven (1992) voor een opleving zorgde.

undefined

Meer over