Vooral doorgaan met roddelen

In elke organisatie wordt geroddeld: het is de smeerolie van de werkvloer en het werkt nog statusverhogend ook. Over anderen praten is een aantrekkelijk verzetsmiddel en het is democratischer verdeeld dan macht, eigendom en inkomen....

RODDELEN IS een officieel taboe voor architecten, stelt de Bond Nederlandse Architecten (BNA) in een anderhalf jaar oude gedragsregel. 'De architect spreekt niet negatief over collega's noch over hun werk zonder hen hiervan in kennis te stellen', luidt het decreet.

Dat verbod zal de tongen wel hebben losgemaakt - geloof maar niet dat ook maar één architect zich eraan houdt. Overal waar meer dan twee mensen werken, wordt geroddeld. Het is de smeerolie van de werkvloer, in ziekenhuizen en IT-bedrijven, in brandweerkazernes en op krantenredacties. En bij architectenbureaus.

De gevolgen zijn bekend: voor altijd beschadigde imago's van buitenbeentjes, collega's die samenklieken in vijandige kampen, fluistergesprekken die plotseling stilvallen, wantrouwende blikken, een kleine faux pas van de chef die in het geruchtencircuit wordt in twee werkdagen opgeblazen tot haast criminele proporties.

Of neem de agent-in-opleiding die al na een week totaal werd genegeerd. 'Hij speelt vertrouwelijke informatie door', werd gefluisterd op het politiebureau waar hij stage liep. Je kon hem maar beter niet betrekken bij een onderzoek. Hij kreeg een andere werkplek, ver van de centrale computer met geheime gegevens, werd maanden buitengesloten. Klopten de geruchten over hem? Niemand die het natrok. 'Die jongen heeft een vreselijke stage gehad', oordeelt Karin van Mensvoort, destijds leidinggevende in de politieregio Kennermerland. 'Het was een klassieke, valse roddel van de bovenste plank. Pas achteraf realiseerde ik me dat ik ertegen had moeten optreden.'

Maar roddelen verbieden in een gedragsregel? Probeer het, controleer het verbod zo goed mogelijk door informele gesprekken af te luisteren en door interne e-mailtjes te onderscheppen, en constateer dat het hele bedrijf in een mum van tijd op zijn gat ligt. Organisatiesociologen zien roddelen als een bron van vermaak, van informatie en als een mogelijkheid tot beïnvloeding van collega's en zelfs van het beleid. 'De toevallige ontmoetingen bij de koffiemachine en het geklets bij het kopieerapparaat maken het verschil tussen een succesvolle organisatie en een minder succesvolle', beweert de Britse onderzoeker Robin Dunbar. Roddelen moet.

Wie wil overleven in de kantoorjungle houdt zijn oren wijd open in de lift, het rookhok en de kantine. Welke collega's op de afdeling liggen eruit en waarom, bij wie moet je zijn om iets gedaan te krijgen, wie heeft echt de macht? Nieuwe collega's krijgen zo vanzelf de heersende mores bijgebracht. Is sous-chef Rutger 'een saaie boer' omdat hij nooit meegaat naar het café? Boodschap voor de nieuwkomer: zo nu en dan een biertje meedrinken, of je hoort er niet meer bij.

Bijna afgebrande vijftigers redden het niet tot hun pensioen of VUT zonder te roddelen, concludeerde de Britse organisatiepsycholoog T. Burns in 1955. Hij volgde oude managers die wél de top van hun loopbaan hebben bereikt, maar níet de absolute top van de organisatie. De remedie tegen die kater is simpel: regelmatig bij elkaar komen, elkaar 'troosten' en elkaar het gevoel geven niet gefaald te hebben. De truc is op spottende en ironische wijze af te geven op degenen die het wél helemaal hebben gemaakt en op de ambitieuze jonkies die het nog helemaal willen maken.

Die jongere carrièretijgers worstelen zich overigens ook al roddelend een weg naar de top. Volgens Burns praten ze veelvuldig over de successen van de topleiding, over de normen van succes die daarvan uitgaan en over de prestaties van de leden van hun eigen kliek. Via die roddelverhalen worden de ambitie en de superioriteit van de eigen groep benadrukt en wordt de pikorde binnen de organisatie bepaald.

Roddelen is ook het wapen van de machteloze. Volgens antropoloog J.C. Scott is het de tactiek van onderop om de reputatie van anderen - superieuren - te beschadigen. De mogelijkheid tot roddelen is democratischer verdeeld dan macht, eigendom, inkomen en de vrijheid van meningsuiting. Roddel is een aantrekkelijk verzetsmiddel omdat de afzender anoniem kan blijven.

Voor alle roddelaars geldt: wie roddelt verlaagt niet zijn status, maar stijgt juist in aanzien - mits verstandig aangepakt. Ook de luisteraar en vaak zelfs de besproken persoon winnen in aanzien. De toehoorder waardeert de geruchtenverspreider omdat het nieuwtje spannend is en weer verder valt te vertellen. Natuurlijk houdt de verspreider van negatieve nieuwtjes zijn mond tegenover de vrienden van de besproken persoon. De toehoorder kan op zijn beurt ook aan status verdienen, door de roddel aan een vierde collega door te vertellen. Natuurlijk met een bezwerend 'maar je hebt het niet van mij, en houd het vooral voor je' - dat maakt het extra belangrijk.

Het slachtoffer verdient status als er positieve praatjes over hem worden rondgebazuind - loftuitingen over collegialiteit of werkvlijt zijn in roddelgesprekken op de werkvloer gespreksonderwerp nummer twee. Als het negatieve praatjes zijn, jammer dan. Kennelijk hadden de twee roddelaars toch al een hekel aan hem.

WAAR LIGT de grens? Natuurlijk kan het verspreiden van bakerpraatjes ook gierend uit de hand lopen. Over hoe vaak daardoor een afdeling of hele organisatie zo goed als lam wordt gelegd, zijn geen cijfers voorhanden. Wel valt er voor consultants een steeds dikkere boterham te verdienen aan het helpen verbeteren van een bedrijfscultuur, mede verziekt door roddel en achterklap.

'Integriteit en roddelen zijn voor organisaties het onderwerp van de toekomst', stelt Karin van Mensvoort, de leidinggevende op het politiebureau die zich te laat realiseerde dat ze de stagiaire in bescherming had moeten nemen. Sinds twee jaar werkt ze bij de Adviesgroep Omgangsvormen & Integriteit van KPMG.

Als KPMG wordt ingeschakeld voor het aanpakken van de bedrijfscultuur, speelt kwaadsprekerij volgens haar steevast een rol. 'Ik hoor dan: ''We ouwehoeren hier meer over dan mét elkaar.'' Dan is er natuurlijk heel wat aan de hand.' Een directeur die KPMG inschakelde na een melding van seksuele intimidatie zei ten einde raad: 'Er wordt hier al twee weken niet meer gewerkt en alleen maar gepraat over wat er gebeurd zou zijn.'

Neem de overheidsinstantie met tachtig medewerkers, waar klokkenluiders die een fraude aanhangig maakten zélf het mikpunt van roddel en uitsluiting werden. Van Mensvoort, die al een halfjaar de sfeer probeert te verbeteren: 'Niemand weet wie de fraude heeft gemeld, hetgeen leidde tot een aanhoudende stroom van geruchten en verwijten. De fraude zelf werd snel vergeten en vergeven. Erger vond men het dat er geklikt was: ''Je kunt elkaar niet meer vertrouwen.'' De omgekeerde wereld.'

Roddelen in zijn meest kwalijke vorm, waarbij doelbewust reputaties worden beschadigd zonder dat feiten de geruchten ondersteunen, komt vooral voor in organisaties waar weinig besef heerst van normen en waarden. Waar medewerkers het gewoon vinden dat ze dure privé-telefoontjes plegen naar het buitenland, waar pakken papier mee naar huis worden genomen, en waar onzorgvuldig wordt omgegaan met spullen van de baas. En waar die baas zelf ook een partijtje meeblaast met kwaadspreken over collega's.

Maar een organisatie die kwaadsprekerij wil uitbannen door een roddelverbod uit te vaardigen, zakt binnen de kortste keren in elkaar. Overleven in de kantoorjungle wordt een stuk moeilijker, de pauzes worden doodsaai, het werk wordt een stuk frustrerender.

De machteloze werknemer, die met roddelen zijn enige wapen in handen had, kan zijn strijd wel opgeven. Zijn bescheiden mogelijkheid om veranderingen tegen te gaan of te beïnvloeden, is hij kwijt. Zonder het ironische en spottende afweermechanisme dat hen op de been houdt, kwijnen de net niet geslaagde managers weg. En de jonge honden, die het nog helemaal willen maken, verliezen hun houvast.

Daarom moeten architecten vooral blijven roddelen.

Meer over