Reportage

Voor zeevarenden, ver van huis, is er alleen de havenpastoor

Havenpastoor Dennis Woodward (r.) deelt kerstpakketten uit aan de crew van het schip Tihama in de Rotterdamse haven. Beeld Marcel van den Bergh/VK
Havenpastoor Dennis Woodward (r.) deelt kerstpakketten uit aan de crew van het schip Tihama in de Rotterdamse haven.Beeld Marcel van den Bergh/VK

Mensen op de grote vaart zijn door corona al tijden niet of nauwelijks van boord geweest. Laat staan thuis. Ook Kerst vieren ze zonder familie. Pastoor Dennis Woodward zorgt in de Rotterdamse haven voor bemanningsleden van heinde en verre. ‘Mijn nummer staat op de sticker in de tas, je kunt me altijd appen als je hulp nodig hebt.’

Haro Kraak

Ieder mens heeft een breekpunt, zegt Dennis Woodward. Om hem heen zoemen zelfrijdende karretjes en glijden containers geheel automatisch van gigantische vrachtschepen op die karretjes. Aan de overkant van het water spuugt een van de twee overgebleven kolencentrales gestaag een grijze pluim de bijna even grijze lucht in.

Dit is zijn werkveld, de haven van Rotterdam. Woodward (39) is havenpastoor en komt op schepen om met bemanning te praten die vaak maanden van huis is, wekenlang op het water, en als ze eindelijk aanmeren mogen ze niet of nauwelijks van boord. Door de pandemie krijgen de zeevarenden nog minder vaak walverlof.

Houd de bubbel gesloten, zeggen de kapiteins dan. Maar de matrozen zeggen: vervang bubbel maar door gevangenis.

De havenpastoor biedt ze troost met een kort gesprek, een luisterend oor of een gebed. Soms komt hij ook voor rouwverwerking. Dit jaar al twee keer na een zelfmoord aan boord; hij vermoedt dat de strikte regels rond het virus ermee te maken hebben. Het breekpunt van een Oekraïner kwam na meerdere signalen.

‘Ik was er kwaad over’, zegt Woodward. ‘Hij was erg teruggetrokken geweest, zeiden crewleden, hij kwam nauwelijks nog zijn kamer uit, had geen eetlust meer. En niemand heeft aan de bel getrokken. Uiteindelijk heeft hij zich in de machinekamer opgehangen.’

Een muts, een setje speelkaarten en deo

Op deze woensdag komt de havenpastoor voor een vrolijker bezoek. Hij heeft kerstpakketten meegenomen voor de bemanning van een paar schepen. Namens de Anglicaanse welzijnsorganisatie The Mission to Seafarers deelt hij linnen tasjes uit met onder meer een gebreide muts, een pet, een tandenborstel, een setje speelkaarten, een deo-roller, een gigareep Toblerone en een boekje met bijbelteksten, voor de geestelijke verheffing tijdens Kerst.

Gedurende twee weken delen Woodward (half-Brits, half-Nederlands) en zijn team van scheepsbezoekers vijfhonderd pakketten uit. Hij draagt een reflecterende gele jas, zijn priesterboordje steekt erboven uit. In Cambridge studeerde hij theologie en besloot hij dat hij niet het soort kapelaan wilde worden voor wie op zondag het beste servies wordt neergezet. Hij wrijft over zijn baardje en zegt: ‘Ik houd meer van de rauwe kant van het leven.’

Bij het binnenrijden van de haven controleert een beambte de kofferbak: geen contrabande. De haven is een bastion, hermetisch afgesloten. Dankzij drugscriminaliteit, terrorisme en corona zijn de regels strenger dan ooit. Zeevarenden zul je in het centrum van Rotterdam niet treffen. Zij blijven aan boord en zien nauwelijks een vreemd gezicht.

De havenpastoor brengt de kerstpakketten aan boord. Beeld Marcel van den Bergh/VK
De havenpastoor brengt de kerstpakketten aan boord.Beeld Marcel van den Bergh/VK

Van het zeemanshuis in Schiedam, waar Woodward kantoor houdt, rijd je 30 kilometer langs eindeloze raffinaderijen, chemieterminals, silo’s en hijskranen zonder een mens of een boom te zien. Dan: de poort. Buitenstaanders komen er nagenoeg niet in. Alleen de vertegenwoordiger van de Heer kan een paar pottenkijkers meesmokkelen. Als we tenminste vooraf onze ID’s en kentekens doorgeven, een zelftestje doen en ter plekke een QR-code laten zien. En dan gaat de hefboom van Hutchison Ports ECT Delta omhoog.

Rotterdam is een ‘high stress port’, zegt Woodward. De omloopsnelheid van de vracht is hoog, de automatisering ongeëvenaard in de wereld – spreadsheet-efficiëntie, alles voor de marges. Een vrachtschip van een paar voetbalvelden lang ligt soms maar een dag of twee in de haven en is voortdurend aan het laden en lossen. Het is niet ongebruikelijk dat de crew slechts 25 man telt. De kans is groter dat er tijd is om Kerst te vieren als ze op het water zijn. En anders vieren ze het gewoon op een andere datum.

Nog zeven maanden te gaan

‘Wij zijn met Kerst in het Suezkanaal’, zegt Al, een Filipijnse able body, oftewel matroos, van het schip Tihama (400 meter lang, 59 meter breed). Hij is vijf dagen geleden naar Hamburg gevlogen en daar aan boord gegaan. Zeven maanden heeft hij nog te gaan. Na Suez gaat de reis verder naar Singapore, China en dan weer terug.

Woodward loopt de gangway (loopbrug) op, baant zich een weg door het gangenstelsel, brengt de tassen naar de eetzaal en verzamelt een deel van de crew om een dankwoord uit te spreken. ‘Ik heb alleen maar bewondering voor jullie harde werk. Mijn nummer staat op de sticker in de tas, je kunt me altijd appen of bellen als je hulp nodig hebt.’

Ze knikken lief, lachen en bedanken hem voor de cadeautjes. Filipijnen blijven altijd lachen, zegt Woodward even later, maar daarachter schuilt vaak van alles. Van de Filipijn die dit jaar zijn breekpunt bereikte en voor wie Woodward een rouwdienst aan boord hield, had niemand een signaal opgevangen dat hij het niet meer aan kon. Tot het eind lachte hij.

Mannen komen op Crocs de zaal binnen geschuifeld. Borden kip met rijst gaan rond – of we mee willen eten. Na veel knikken en lachen komen de verhalen.

Marcon (31) draagt een blauwe bandana en is in totaal straks tien maanden van huis, het grootste deel van het leven van zijn nu 14 maanden oude zoontje. Hij laat op zijn Samsung een foto van zijn vrouw en kind zien en een video van de eerste stapjes. Björn heet hij. Naar de tennisser? Nee, zegt hij met een lach. ‘Naar een personage uit de Netflix-serie Vikings.’

Hij hoopt dat in 2022 de wereld weer een beetje terugkeert naar normaal. In Singapore mag nu niemand op of af het schip, in Egypte mogen er alleen mensen af, niet op. In Hamburg had hij even walverlof, een paar uur. Hij kwam de haven niet uit.

De kerstpakketten van de Anglicaanse welzijnsorganisatie The Mission to Seafarers. Beeld Marcel van den Bergh/VK
De kerstpakketten van de Anglicaanse welzijnsorganisatie The Mission to Seafarers.Beeld Marcel van den Bergh/VK

Christian, de kok, zat vorig jaar tien maanden alleen maar aan boord. Toen was hij vier maanden thuis bij zijn 5 jaar oude kind en daarna ging hij weer. Op de vraag waarom hij zeeman is, geeft hij een simpel antwoord: ‘Het salaris’. In de Filipijnen verdien je met ongeschoold werk minder dan tien dollar per dag, vertelt hij. Op het water pakt een matroos zo’n 1.600 dollar per maand. En je geeft nauwelijks iets uit. De rest van het geld stuurt hij naar huis.

Zonder zeevarenden geen Nikes

Aan het geploeter van de zeevarenden zal menig mens nog nooit een gedachte hebben gewijd, maar toch profiteert iedereen ervan. Naar schatting 90 procent van al onze spullen, wat we eten, gebruiken, dragen, consumeren, komt per schip binnen. Zonder zeevarenden geen iPhone of koptelefoon onder de kerstboom. Geen rijst, koelkasten, benzine, Kia Niro’s, Nikes of designmeubels.

Op wereldhandel rust tegenwoordig een klimaatvloek, maar voorlopig kunnen we niet zonder. ‘Onze cultuur is helemaal afgesloten van de supply chain, bijna niemand weet waar een product helemaal vandaan komt’, zegt Woodward. ‘Exactly’, zegt de Russische eerste stuurman met een vet accent. ‘Het enige voordeel van de Ever Given die dit jaar vast kwam te zitten in het Suezkanaal is dat mensen zich weer even realiseerden hoe afhankelijk de wereld is van de scheepvaart.’

Toen de Ever Given – na weken voor anker te hebben gelegen bij Egypte wegens de juridische afwikkeling – in juli eindelijk aanmeerde in de Rotterdamse haven ging Woodward aan boord. Van de originele bemanning was inmiddels iedereen vervangen, op twee na. Met die twee had de havenpastoor even een gesprek. ‘Ze maakten zich vooral zorgen over hun familie die maar bleef vragen wanneer ze thuis zouden komen.’

Zodra de ‘ber’ in de maand zit

Kerst is hier een ritueel, iets om de eentonigheid van de dagen aan boord te verbreken, iets om de stalen gevangenis (waar zero tolerance geldt voor alcohol) op te fleuren. Op de Elbwave, een feeder-schip dat grotere schepen bevoorraadt, begint Kerst zodra de ‘ber’ in de maand zit, zegt de Filipijnse eerste stuurman met een brede lach. ‘September, oktober, november, december.’

In de plastic kerstboom hangen ballen en chocolaatjes, aan het plafond gouden opblaasletters met ‘Happy New Year’ en ‘Merry Christmas’. Woodward legt de linnen tassen onder de boom. Na een dankwoord en wat smalltalk beginnen de Russische kapitein Dimitri en de Oekraïense matroos Sergei stoere verhalen te vertellen.

‘Een paar weken geleden, de golven waren vijf meter hoog’, zegt Dimitri, ‘en het schip ging zo.’ Hij wiegt zijn hand heen en weer. ‘Alles wat niet vast zat begon te schuiven. En wat is het eerste wat hij doet?’ Wijst naar Sergei. ‘Hij rent naar het koffieapparaat om dat te redden.’

Bulderende lachen galmen door de krappe gangen. Daarna zet Sergei voor het bezoek een kopje koffie met de machine van De’Longhi om te laten zien dat het echt de moeite waard was, zijn reddingsactie.

God blijft onbesproken aan boord, maar dat deert Woodward niet. ‘Jezus houdt van iedereen, dat geloof ik echt. Ik kom niet met de Bijbel onder mijn arm de gangway opgelopen.’ De havenpastoor biedt eenieder die het wil soelaas. Ook met moslims of hindoes bidt hij soms.

Iemand moet zich om hen bekommeren, de anonieme zeevarenden die ons allen bevoorraden, die de wereld overvaren maar er niets van zien.

Meer over