Voor tweehonderd euro per dag

Eind 2004 constateerde de Inspectie voor de Gezondheidszorg dat ruim driekwart van de verpleeghuizen de minimale zorg niet kon garanderen....

Jeroen Trommelen en Ellen de Visser

Zou het toeval zijn dat het beste verpleeghuis uit de Volkskrant-ranglijst te vinden is in een van de rijkste dorpen van Nederland? Op het kruispunt vlak bij verpleeghuis De Stichtse Hof in Laren staat een rode Ferrari geparkeerd. Het verpleeghuis is een in 2001 geopend laagbouwcomplex in antroposofische bouwstijl, volledig in harmonie met de omringende rietgedekte Larense villa’s in wat niet voor niets het ‘P.C. Hooft-dorp’ wordt genoemd.

Ook binnen de muren houdt de Stichtse Hof zijn stijl hoog. Gratis kerstconcerten worden deze maand in elk verpleeghuis gehouden. In Laren worden ze georganiseerd door het ‘uitbureau’ van het huis waar de toegangsbewijzen moeten worden afgehaald. ‘Chique aangeklede dames nemen die bij de entree in ontvangst en begeleiden de bewoners naar hun plek’, zegt directeur Theo Arts. ‘Dat geeft net wat meer cachet aan de beleving van zo’n avond.’

Trots leidt hij rond door de meanderende gangen, waar alleen één- en tweepersoonskamers te vinden zijn. Verder een bruin café waar de herensociëteit wordt gehouden, eersteklas vleugels voor de pianoconcerten en een hofboetiek met koopzondag. De 184 bewoners – allemaal dementerend – kijken uit op glooiende grasvelden waar herten grazen; een cadeau van een familielid die er toch genoeg had.

Ruim honderd kilometer zuidwaarts wordt in Roosendaal het in 1927 gebouwde klooster voor de congregatie zusters Franciscanessen van Mariadal deze maand vooral bevolkt door schilders en stukadoors. Verpleeghuis St. Elisabeth wordt grondig verbouwd en de 33 verpleeghuisbewoners zijn tot 2011 elders ondergebracht.

Tot 2000 was het huis alleen bestemd voor zieke zusters. Toen hun aantal afnam, werd besloten tot omvorming in een reguliere instelling. Nu is ongeveer de helft van de bewoners leek. Maar met zijn kapel, zijn dagelijkse ochtendmis en een overdaad aan gebrandschilderde ramen oogt het zorgcomplex (dat ook een verzorgingshuis telt) nog altijd als een katholiek bastion.

Het verpleeghuis dat op de Volkskrant-ranglijst als laatste eindigt, is druk bezig de de restanten van een sterk verouderde verpleegomgeving af te breken. Directeur Pieter Klijn laat op de tweede verdieping de voormalige slaapzalen zien, bestemd voor drie tot vijf bewoners. Persoonlijke bezittingen waren jarenlang gereduceerd tot wat er in een kledingkast en een nachtkastje past. Een houten scherm en een gordijn bewaakten de privacy.

Wat aanvaardbaar was voor de Zusters Franciscanessen, is het voor de hulpbehoevende oudere van vandaag niet meer. Het nieuwe St. Elisabeth zal straks alleen nog eenpersoonskamers tellen. Plus een Alzheimertuin en een ondergrondse parkeergarage. De situatie die in de Volkskrant-meting één schamel punt opleverde, is daarmee verleden tijd.

Bovendien was die laatste plaats ook niet terecht, vindt Klijn. De vragenlijst van de Inspectie, die de basis vormt voor de ranglijst, kwam nu eenmaal op een uiterst ongelukkig moment: net voordat het huis een kwaliteitsslag maakte. Als hij nu dezelfde lijst kon invullen, verzekert hij, zou het huis zeker niet zo laag eindigen.

Op het eerste gezicht lijken de verschillen tussen de nummers één en 334 duidelijk: een verpleeghuis uit een welvaartsenclave wint het van een verouderd congregatiehuis. Maar dat beeld blijkt veel te simpel. Dat de Stichtse Hof in Laren gesitueerd is tussen de Gooise miljonairs, speelt volgens directeur Arts geen enkele rol. ‘Absoluut niet: wij moeten het met hetzelfde bedrag doen als iedereen in Nederland, nog geen tweehonderd euro per bewoner per dag uit de AWBZ-pot.’

Het Larense huis heeft weliswaar een ‘stichting vrienden’ die jaarlijks dertigduizend euro binnenhaalt en waarvan bijvoorbeeld een bus is gekocht voor de uitjes. Maar ook in Roosendaal hebben de bewoners vanwege de feestdagen van de congregatie een flatscreentelevisie kado gekregen. ‘De congregatie was eigenlijk onze vriendenstichting’, zegt Klijn. Juist deze week is een eigen stichting opgericht, waaraan vooral familie van bewoners kan doneren.

Zo zijn er meer overeenkomsten tussen de winnaar en de verliezer. De Stichtse Hof en St. Elisabeth zijn gehuisvest op terreinen van vele hectares groot. De kloostertuin van St. Elisabeth is nog grotendeels intact, het terrein rond het Larense huis behoorde ooit toe aan een sanatorium. Beide huizen staan in de regio zeer goed aangeschreven en hebben een wachtlijst van ruim een half jaar. Het ziekteverzuim is laag. Problemen met het vinden van personeel zijn er ondanks de krappe arbeidsmarkt niet. Op de laatste vacature in St.Elisabeth kwamen zeventig reacties: allemaal mensen die graag in een kleinschalig huis willen werken.

Van beide huizen zijn de bewonerscommissies zeer tevreden. Hans Brave, voorzitter van de cliëntenraad van de Stichtse Hof, roemt de kwaliteit en de persoonlijke benadering van het verpleeghuis. De bewoners voelen zich thuis en de cliëntenraad wordt serieus genomen.

Zuster Margriet van der Vliet, secretaris van de cliëntenraad van St. Elisabeth, uit zich in dezelfde bewoordingen: de kleinschaligheid, de rustige sfeer en de gemeenschapszin maken dat ouderen veel liever voor de zorg in het klooster kiezen dan voor het enorme zorgcomplex om de hoek. Zuster Margriet is ‘erg geschrokken’ van de laatste plek op de ranglijst.

Maar bewoners zijn al snel dankbaar, erkennen de directeuren in Laren en Roosendaal. Weten zij veel van beleid bij doorligwonden of het aantal fouten met medicijnen? Arts: ‘Ik vraag me af of bewoners de waarde van een lekkere maaltijd wel kunnen afwegen tegen het belang van bijvoorbeeld een goede fysiotherapeut. Als ik mijn moeder van 86 vraag hoe het gaat, zegt ze: we hebben toch zo lekker gegeten. Dat is voor haar kwaliteit van leven.’

Terwijl in het vragenformulier van de Inspectie juist de richtlijnen voor verantwoorde zorg, scholing van personeel, ziekteverzuim en registraties van zorgproblemen een cruciale rol spelen. Indirect bepalen die factoren de kwaliteit van de zorg, want zaken als aandacht en bejegening laten zich niet in getallen vangen.

En daar ontstaat het grote verschil tussen Laren en Roosendaal.

De Stichtse Hof doet veel aan scholing van het personeel. Arts: ‘Van dementerenden wordt vaak gezegd dat ook een liefhebbende buurvrouw ze kan opvangen, maar dementie is een complexe aandoening, waarover veel kennis noodzakelijk is.’ Permanente bijscholing van het personeel noemt hij zijn belangrijkste doel. ‘Als ik morgen extra geld kreeg, zou ik dat daarvoor inzetten.’ Ondanks de benodigde bureaucratie is het huis zo snel mogelijk begonnen met de centrale registratie van zorgproblemen. ‘Ook om je te kunnen verantwoorden tegenover de familie. Je kunt wel zeggen: ik doe het met het blote oog, maar meten is weten.’

Het kleinschalige St. Elisabeth daarentegen dacht haar 33 bewoners zo goed te kennen dat centrale registratie van bijvoorbeeld doorligwonden en afwijkingen in het behandelplan overbodig leek. Bewoners werden weliswaar regelmatig gewogen om gewichtsafname te controleren, maar een overzicht daarvan ontbrak. Zuster Margriet van der Vliet van de bewonerscommissie zegt dat het personeel met de beste intenties vooral praktisch bezig is geweest: veel aandacht voor de bewoners en niet voor het maken van lijstjes.

Het huis had geen protocol voor het voorkomen van doorligwonden. Bovendien kon niet worden aangetoond dat het personeel geïnstrueerd was in de omgang met depressies of dat het werkte volgens vaste richtlijnen voor een verantwoorde vocht- en voedseltoediening. Bij het vaststellen van incontinentie was niet altijd een arts betrokken. Ook de aanwezigheid van slaapzalen levert Roosendaal strafpunten op.

De kritiek daarop is terecht, zegt directeur Klijn, maar inmiddels dus achterhaald. Vorig jaar behaalde het huis het HKZ-keurmerk – een vereiste overigens van het zorgkantoor. Het kostte het verpleeghuis veel tijd en geld om richtlijnen en registraties op orde te krijgen.

Uit de opmerkingen die verpleeghuizen konden achterlaten op de Inspectieformulieren blijkt dat de branche sinds vorig jaar massaal bezig is met het behalen van een van de vele keurmerken. Het onderscheidende vermogen van zo’n certificaat is daardoor zo klein geworden dat de Inspectie de verpleeghuizen er in de nieuwe kwaliteitslijst al niet meer naar vraagt.

Directeur Klijn noemt de Inspectieformulieren ‘een tamelijk technocratisch verhaal’. Hij wijst op de gebrandschilderde ramen in de hal, met daarop de waarden die zijn huis hoog acht: sterkte, matigheid, voorzichtigheid, rechtvaardigheid, eenvoud en zachtmoedigheid. Het Inspectieformulier, zegt hij, meet op geen enkele manier de interesse voor de bewoners, terwijl zijn huis juist dáár zijn kracht vindt. ‘Dat is toch waar het om draait in de zorg? Niet om protocollen in de kast maar om aandacht, tijd en bejegening?’

Meer over