Voor tot surveillant gedegradeerde agent zonder wapen is 'lol eraf' Reservisten moeten pistool inleveren

De vrijwillige politie-agenten in Zuid-Holland zijn kwaad omdat ze hun pistool moeten inleveren. De maatregel is elders ook ingevoerd. Volgens de belangenorganisatie van de agenten is daardoor al bijna de helft van de vrijwilligers met zijn werk gestopt....

Van onze verslaggever

Jelle Brandsma

ROTTERDAM

Na de Tweede Wereldoorlog werden reservisten aangesteld om bij rampen of oorlog de gewone politie te assisteren. Ze kregen een opleiding en bij veel politiekorpsen werden ze bij tijd en wijle ingezet om te helpen en om hun kennis en kunde op peil te houden. Met het afnemen van de oorlogsdreiging werd wat al praktijk was formeel: de reservisten werden officieel vrijwillige politie-agenten.

Ruim een jaar geleden kregen alle vrijwilligers de rang van politie-surveillant. Ze krijgen een kortere opleiding dan voorheen en ze mogen in het algemeen geen wapen meer dragen. Om die reden moeten ze gevaarlijke situaties mijden. Sommige reservisten die de overstap maakten naar de vrijwillige politie daalden in rang.

Volgens de voorzitter van de Landelijke Organisatie van Politie Vrijwilligers (LOPV), I. Keijzer, burgemeester van Vught, is een groot deel van de reservisten afgehaakt. Van de ruim vijfduizend reservisten zijn nu nog maar een kleine drieduizend actief bij de vrijwillige politie. Keijzer: 'Als je van reserve-brigadier zakt naar surveillant, kun je niet spreken over een fijne maatregel.'

Ieder korps heeft een eigen tempo en een eigen aanpak bepaald. In Hollands Midden, een verzameling gemeenten in het groene hart van Zuid-Holland, is de discussie over het pistool nog steeds niet ten einde. In het gebied, dat 35 gemeenten omvat, waaronder Alphen aan den Rijn, Leiden, Noordwijkerhout, Vlist en Moordrecht, wil de korpsleiding de tachtig reservisten eind dit jaar laten overgaan naar de vrijwillige politie.

De reservisten hebben het verzet tegen de maatregel gebundeld in een comité. Volgens woordvoerder J. van Herk gaat het om meer dan het verlies van het pistool. De vrijwilligers willen niet voor spek en bonen meedoen. Voor Van Herk geldt nog steeds het parool waarvoor hij reservist werd: Steunt Wettig Gezag.

De dienders bij de vrijwillige politie mogen nog wel bonnen uitschrijven en verdachten staande houden. Maar Van Herk vindt dat de reservisten voor alle politietaken inzetbaar moeten zijn. Van Herk besteedt veel vrije tijd aan het politiewerk. Eens in de vier weken heeft hij op koopavond dienst, maar ook in de weekeinden is hij regelmatig in touw.

Van Herk, in het dagelijks leven opleidingsfunctionaris bij een constructiebedrijf: 'De vrijwilligers zijn woest. Je hebt een klein legertje dienders dat je kunt gebruiken voor drankcontroles, toezicht op straat en surveillering. Er is veel geld gestopt in hun opleiding en daarom moet je gebruik maken van hun kwaliteiten.'

Het korps Hollands Midden heeft een beslissing over de positie van de vrijwilligers uitgesteld tot eind dit jaar. Korpsbeheerder C. Goekoop, burgemeester van Leiden, zegt dat hij een kosten-baten analyse wil maken. Hij betwijfelt of de kosten die gemaakt moeten worden om de vrijwilligers op te leiden voor alle politietaken, dus ook schieten, effectief besteed zijn. De vrijwilligers komen immers zo nu en dan in actie. 'De politie wordt steeds professioneler omdat zich hardere vormen van criminaliteit en geweld voordoen', aldus Goekoop.

Maar volgens Van Herk, vrijwilliger in Schoonhoven, moet er in ieder geval een overgangsregeling komen. In dat geval zouden vrijwilligers die al jaren hebben geoefend bij de reservisten hun rang en wapen kunnen behouden. De actie van hem en zijn medestanders moet wel netjes blijven, vindt hij: 'Wij willen het niet in de goot uitvechten.'

Volgens Van Herk is er bij de reservisten geen sprake van 'uniform-geilheid'. Hij zegt: 'Dat ben ik nooit tegen gekomen.' In het dagelijks leven zijn ze bijvoorbeeld leraar, ingenieur of loodgieter, vertelt Van Herk. De reservisten en vrijwilligers bij de politie typeert hij als 'mensen die dienstbaar zijn aan handhaving van de openbare orde'. Hij constateert: 'Het zijn niet de meest linkse mensen. Dat komt waarschijnlijk door de enigszins militaire organisatie van de politie.'

In Rotterdam had de korpsleiding een jaar geleden geen zin in een lange discussie. 'Meteen door de zure appel heen bijten', zegt een woordvoerder van het korps Rijnmond. De regio telde bij de overgang honderdvijftien reservisten. Van hen zijn honderdvier overgegaan naar de vrijwillige politie. Voor de afhakers was zonder pistool 'de lol eraf'. Bij het korps Rijnmond moet het aantal vrijwilligers groeien naar ongeveer vierhonderd. De belangstelling is groot: 'Wij hebben sollicitanten in de kaartenbak.'

In de gemeente Rotterdam deden de reservisten echter niet veel meer dan wat tegenwoordig behoort tot het takenpakket van de vrijwilligers: toezicht houden bij thuiswedstrijden van Feyenoord, surveilleren tijdens de koopavond en dranghekken plaatsen bij evenementen. Die vrijwilligers droegen ook voor de overgang geen pistool. 'De pijn zat meer bij de verandering van rang en het verlies aan status', aldus een politiewoordvoerder. 'Sommige vrijwilligers waren agent of hoofdagent en vallen nu terug tot surveillant, de laagste rang bij de politie.'

In de gemeenten rond Rotterdam had de verandering grotere gevolgen. Daar gingen reservisten, met pistool, regelmatig met een gewone beroepsagent op pad. Dat is afgelopen. 'Beroepsagenten willen niet meer met een vrijwilliger in de auto, omdat die niet in gevaarlijke situaties mogen belanden.'

Meer over