Voor regelgevers in VS is zand vergif

AMERIKANEN WORDEN nog altijd gezien als door de wol geverfde pragmatici die hun zaken soepel en efficiënt regelen zonder bureaucratische poespas....

Uit The Death of Common Sense van Philip K. Howard blijkt dat deze visie achterhaald is. Burgers en bedrijven zijn volgens Howard verstrikt geraakt in een warnet van wetten en regelgeving. Voorbeelden zijn er genoeg. Sinds de jaren zestig zijn de Verenigde Staten verwikkeld in wat Howard de 'rechten-revolutie' noemt. Om de emancipatie van minderheidsgroepen te bevorderen strooit de overheid kwistig met wetgeving zonder op de financiële gevolgen en de praktische haalbaarheid te letten.

In 1987 bepaalde New York City dat niet alleen openbare gebouwen, maar ook alle nieuwe en gerenoveerde woningen toegankelijk moesten zijn voor rolstoelgebruikers. Elke badkamer en elke keuken moest worden aangepast. Critici berekenden echter dat het enkele miljarden dollars goedkoper zou zijn alle rolstoelgebruikers gratis huisvesting te geven dan alle aanpassingen door te voeren.

Het bedrijfsleven ondervindt eveneens hinder van de toenemende regelzucht van de overheid. De Amerikaanse versie van onze arbeidsinspectie, de in 1970 opgerichte Occupational Safety and

Health Administration (OSHA), heeft meer dan vierduizend voorschriften omtrent de veiligheid in fabrieken tot zijn beschikking. Daarin zijn de kleinste details beschreven. De hoogte van hekken die naast machines staan die gevaar kunnen opleveren, is tot op de centimeter vastgelegd; één centimeter minder betekent onverbiddelijk een boete, want Amerikaanse inspecteurs werken precies volgens het boekje.

Er wordt geen enkel risico genomen met de gezondheid. Bij een opslagplaats van een steenfabriek in Pennsylvania staat een groot waarschuwingsbord met het woord 'vergif' erop. Het blijkt dat hier zand is opgeslagen. De Amerikaanse arbeidsinspectie beschouwt zand als vergif, merkt Howard op, want zand, ook het zand op de stranden waar we allemaal wel eens in gelukzalige onwetendheid liggen te zonnebaden bevat een mineraal met de naam kiezelaarde. Sommige geleerden geloven dat kiezelaarde, onder omstandigheden die alleen voorkomen bij graafwerkzaamheden in mijnen, wellicht kanker zou kunnen veroorzaken.

Dergelijke bureaucratische hoogstandjes zijn volgens Howard geen uitwassen. Sinds de oprichting van de OSHA heeft het bedrijfsleven verscheidene honderden miljarden dollars uitgegeven om zich aan de regels te houden, maar de veiligheid in de fabrieken is sinds 1970 niet toegenomen.

De problemen doen zich bij de gehele Amerikaanse overheid voor. De Verenigde Staten hebben een starre en uniforme milieuwetgeving, waarin geen rekening wordt gehouden met bijzondere situaties in bedrijven. In bepaalde steden moeten politieagenten gedragscodes van meer dan duizend pagina's uit het hoofd leren. Toen de federale overheid een aantal jaren geleden hamers moest aanschaffen, stuurde men niet gewoon iemand naar een winkel, maar ontwierp men eerst een 33 pagina's tellende waslijst van kwaliteitseisen waaraan de hamers moesten voldoen.

In vergelijking met Westeuropese staten bezitten de Verenigde Staten een log bureaucratisch apparaat, concludeert Howard. De arbeidsinspectie in Zweden is minder aan regels gebonden dan haar Amerikaanse tegenhanger, terwijl de veiligheid in Zweedse bedrijven niet onderdoet voor die in de Verenigde Staten.

De verklaring voor de vloedgolf van paperassen en procedures, die de Verenigde Staten overstroomt, wordt door Howard opgediend in een betoog dat niet erg strak is opgebouwd en waarin argumenten vaak worden herhaald. Waar het op neerkomt is dat de oorzaken volgens hem vooral gezocht moeten worden in het wantrouwen tegen de overheid, dat zowel door links, in het bijzonder de democratiseringsbeweging van de jaren zestig, als door rechts is aangewakkerd. Merkwaardig genoeg betrekt hij niet de grote politieke schandalen van de jaren zeventig en tachtig in zijn betoog. Door Watergate en Irangate is de angst voor corruptie een volksziekte geworden in de Verenigde Staten.

Het gevolg van die angst is dat de overheid ambtenaren geen bevoegdheden geeft, maar hen aan nauwkeurige voorschriften bindt. Niemand durft verantwoordelijkheid te dragen. Een andere belangrijke oorzaak is volgens Howard dat de overheid scherp op de vingers wordt gekeken door de gerechtshoven. De Amerikaanse gerechtshoven worden vaker in politieke conflicten ingeschakeld dan hun Europese tegenhangers. Howard karakteriseert de Verenigde Staten als een 'vechtdemocratie'. Elke overheidsmaatregel en elke wet wordt, veel meer dan in West-Europa, voortdurend door politieke tegenstanders betwist. Vandaar dat ambtenaren de procedures tot op de letter volgen, want anders worden ze van corruptie en vriendjespolitiek beschuldigd en voor de rechter gesleept.

Het aardige aan het boek is dat Howard niet voor de modieuze oplossing kiest en een pleidooi houdt voor een terugtredende overheid. De overheid heeft in zijn opvatting juist belangrijke taken te vervullen op het terrein van de emancipatie, het milieu, de economie en de arbeidsverhoudingen. De regels aanscherpen helpt evenmin volgens Howard, want gedetailleerde procedures zijn kostbaar.

Zo keerde het Amerikaanse ministerie van Defensie in 1994 twee miljard dollar uit aan reiskostenvergoedingen en besteedde het 2,2 miljard dollar aan procedures om die reiskostenvergoedingen te controleren. Gedetailleerde procedures zijn bovendien geen garantie tegen corruptie.

Door smeergelden te betalen wist een aantal ondernemers in 1988 informatie te verkrijgen over de ingewikkelde richtlijnen die het ministerie van Defensie hanteerde bij de aanbesteding van bepaalde wapencontracten. Daardoor konden ze offertes indienen die op een schijnbaar legitieme wijze als beste uit de doolhof van procedures kwamen.

De oplossing is volgens Howard natuurlijk het aantal wetten en regels drastisch te verminderen. Of dat kan in een land waar elke politicus en ambtenaar met argusogen wordt gevolgd en waar een ziekelijk wantrouwen heerst jegens de overheid, is de vraag. Howard's pleidooi om het gezonde verstand weer te laten spreken doet dan ook enigszins machteloos aan, maar is daarom niet minder sympathiek.

Jos van der Linden

Philip K. Howard: The Death of Common Sense - How Law is Suffocating America.

Random House, import Van Ditmar; ¿ 39,60.

ISBN 0 679 42994 8.

Meer over