Voor kantongerecht geldt klein maar fijn

Ondanks het negatieve advies van de Raad van State lijkt het kabinet vooralsnog te willen vasthouden aan de opheffing van de kantonrechtbanken....

IN september 1995, zo is het voornemen van minister Sorgdrager van Justitie, zal in de Tweede Kamer een wetsvoorstel worden behandeld dat de opheffing beoogt van de kantonrechtspraak. De rechterlijke macht is de laatste jaren onderhevig aan een ingrijpend proces van reorganisatie, een stille revolutie die grotendeels ontsnapt aan de aandacht van de buitenwereld.

Alle 19 arrondissementsrechtbanken zijn de laatste twee decennia sterk gegroeid. Dit is vooral het gevolg van de in die periode aanzienlijke vergrote vraag naar rechtshulp en rechtshandhaving. Een aantal rechtbanken telt nu bijna 100 rechters. De meeste rechtbanken hebben rond de 50 rechters, bijgestaan door een groot aantal medewerkers zoals griffiers, administratief personeel en managers.

De 61 kantongerechten in Nederland met in totaal niet meer dan 160 kantonrechters zijn daarbij vergeleken kleine organisaties.

Wat doet een kantonrechter?

De kantonrechter behandelt de belangrijkste rechtszaken waarmee de gewone burger te maken kan krijgen. Het gaat daarbij om geschillen met een belang tot f 5000,- (in de toekomst: f 10.000,-). Verder (bijna) alle arbeids- en huurzaken, ongeacht de hoogte van het bedrag van de vordering. Kantonrechters zijn voorts belast met de bestraffing van overtredingen, zij houden toezicht op de belangenbehartiging door curatoren, bewindvoerders en mentoren, aangesteld over hen die wegens hun leeftijd of geestelijke vermogens niet of minder in staat zijn tot eigen belangenbehartiging.

Ongeveer 75 procent van alle geschillen en strafzaken die in eerste instantie aan een rechter worden voorgelegd, komen bij de kantonrechters terecht. In civiele zaken volgt doorgaans een uitspraak binnen enkele maanden, in spoedeisende gevallen binnen enkele weken. Een aanzienlijk kortere termijn dan bijvoorbeeld rechtbanken voor vergelijkbare civiele zaken nodig hebben.

De werklast bij de rechterlijke macht neemt nog altijd toe, de laatste jaren overigens zonder dat deze groei wordt opgevangen door een evenredig aantal extra rechters. De kantonrechters kunnen deze toenemende werklast tot dusver aan, dankzij de kleine omvang van hun organisatie. Kantongerechten zijn kleine en daardoor eenvoudig beheersbare, soepel op veranderingen inspelende, organisaties. Illustratief hiervoor is de wijze waarop de kantongerechten een verdubbeling van het aantal behandelde zaken over de laatste drie à vier jaar vrijwel zonder personeelsuitbreiding hebben opgevangen, zij het hier en daar met de grootste moeite.

Ook de grotere kantongerechten zijn 'platte' en niet hiërarchisch bestuurde organisaties. Het aantal binnengekomen zaken wordt eerlijk onder de rechters verdeeld, er zijn geen of nauwelijks werkachterstanden. Dankzij de kleinschaligheid van het kantongerecht is er sprake van een goed en informeel contact tussen de kantonrechters en het hen ondersteunend personeel.

Het enige nadeel van deze kleinschaligheid is dat de kleinste kantongerechten kwetsbaar zijn ingeval van (bijvoorbeeld) ziekte of een andere calamiteit. Dat probleem heeft de vereniging van kantonrechters recent opgelost door te besluiten dat de kantongerechten voortaan nauwer zullen samenwerken zodat naburige kantongerechten indien nodig elkaar hulp en ondersteuning kunnen geven. De kantonrechters zijn dus best bereid om hun organisatie aan te passen waar dat werkelijk nodig is.

De wetgever erkent de grote voordelen van de kantonrechtspraak en somt deze in het (ontwerp)wetsvoorstel op:

1. Een hoge produktiviteit (op het kantongerecht worden inderdaad per rechter ongeveer vijf keer zoveel zaken behandeld als op de veel grotere rechtbanken).

2. Snelle afdoening van zaken (een kantongerechtsprocedure is aanzienlijk sneller afgewikkeld dan de gemiddelde rechtbankprocedure).

3. De rechtzoekende hoeft zich bij het kantongerecht niet te laten bijstaan door een advocaat en kan daardoor goedkoop zijn recht halen.

4. De bereikbaarheid van de kantonrechtspraak is groot dankzij het grote aantal landelijk gunstig gespreide kantongerechten. Een rechtzoekende hoeft zelden langer dan een kwartier te reizen om een kantongerecht te bereiken.

Bijna al deze voordelen van de kantonrechtspraak zullen verdwijnen als de kantongerechten worden opgeheven en geïntegreerd in de rechtbanken. Voordelen staan daar niet tegenover. Financiële voordelen worden niet beoogd, en zijn er ook niet. De kantonrechters zullen de tragere werkwijze van de veel grotere rechtbanken overnemen. De produktie van de voormalige kantongerechten zal drastisch dalen en er zullen grote werkachterstanden ontstaan waar deze op dit ogenblik nog afwezig zijn.

Het wetsvoorstel gaat uit van het achterhaalde idee dat concentratie van alle in rechtpraak in eerste aanleg vanuit grote (supermarkt)rechtbanken leidt tot verbetering.

Het streven om steeds grotere rechtbanken te ontwikkelen staat haaks op het reeds lang bekende gegeven dat niet vergroting, doch juist verkleining van organisaties, niet concentratie maar juist decentralisatie, leidt tot verbetering. Het zou beter zijn de kantonrechtspraak juist meer zelfstandigheid te geven, bijvoorbeeld door deze tak van rechtspraak een eigen budget toe te kennen opdat de gevoelde eigen verantwoordelijkheid voor het werk wordt versterkt.

Het ministerie van Justitie heeft door een extern onderzoeksbureau een evaluatierapport laten schrijven over een 2,5 jaar geleden plaatsgevonden samenvoeging van de bestuursrechtspraak met de rechtbanken. Uit dit rapport blijkt dat het aanvankelijk optimisme over de effecten van deze integratie aanmerkelijk is bekoeld.

Gebleken is dat van werkelijke samenwerking - een van de beoogde doeleinden van de integratie - tussen de rechters van de sector bestuursrecht en de andere sectoren van de rechtbank geen sprake is. De in het kader van dit onderzoek geraadpleegde rechtbankpresidenten spreken hun grote zorg uit over de opgetreden schaalvergroting en de daardoor ontstane onbeheersbaarheid van de organisatie.

De Raad van State heeft onlangs een negatief advies uitgebracht over het (voor)wetsontwerp tot integratie van kantongerechten en de rechtbanken. De Raad van State adviseert de wetgever daartoe niet over te gaan, doch zich eerst deugdelijk te bezinnen omtrent 'de wenselijke omvang van de grote rechtbanken die uit het oogpunt van beheersbaarheid vraagtekens oproept.'

Zelden gaat de wetgever in tegen een advies van de Raad van State over een wetsontwerp. Toch dreigt dat dit keer te gebeuren. Beleidsambtenaren van het ministerie van Justitie hebben al te kennen gegeven dat het wetsontwerp op tijd, dat wil zeggen in september, zal worden ingediend. Daarmee zou men het uitvoerige en weloverwogen advies van de Raad van State aan de laars lappen.

Het woord is na het zomerreces aan het parlement. Laat ze de snelwerkende, produktieve en doelmatige kantonrechtspraak verdwijnen en opgaan in de logge, bureaucratische organisatie van de arrondissementsrechtbanken? Dan zal de duur van de kantongerechtsprocedure aanzienlijk worden verlengd. Werkgevers en werknemers zullen voortaan jaren in plaats van maanden (of in spoedgevallen thans weken) moeten wachten voordat ze een beslissing in hun arbeidsgeschil (bijvoorbeeld een ontslag of loonvorderingskwestie) vernemen.

Dan kan de stelselmatig wanbetalende of zijn buren terroriserende huurder jaren in plaats van maanden zijn gang gaan voordat hij door een vonnis tot ontruiming wordt gedwongen. Dan kan het jaren in plaats van maanden gaan duren voordat de 'modale burger' zijn of haar gerechtvaardige, niet of nauwelijks betwiste, vordering toegewezen ziet.

ALS dat alles na enige jaren de uitkomst van de thans op stapel staande opheffing van de kantongerechten zal blijken te zijn, zullen natuurlijk weer stemmen opgaan om meer gebruikersvriendelijke, sneller werkende en beter bereikbare vormen van rechtspraak te ontwerpen. We zijn dan weer terug bij af, doch wel ten koste van veel financiële schade, ergernis en moeite.

M. W. C. de Jonge is kantonrechter in Utrecht.

Meer over