'Voor Jansons doen we alles'

Mariss Jansons werd in Luzern internationaal gepresenteerd als de nieuwe chef van het Concertgebouworkest...

Repetitie in het Kultur-und Kongresszentrum Luzern. Het Concertgebouworkest maakt zich op voor de internationale presentatie van zijn nieuwe chef, op een festival waar de Wiener en Berliner Philharmoniker stuivertje wisselen met orkesten uit Dresden en Cleveland, en dirigenten als Rattle, Gergjev en Boulez elkaar de kleedkamer uitzwaaien. Mariss Jansons (61) verplaatst zich in de rol van honkbalcoach, en doet het Concertgebouworkest voor welke tekens hij vanavond zal geven bij de keus van de toegiften. Ewijsvinger voor de borst, dat betekent Wals uit Der Rosenkavalier van Richard Strauss. Wijsvinger plus middelvinger: Serenade van Haydn. 'Ik neem aan dat ik dit gebaar niet hoef te maken', grijnst de bonkige chef, en steekt de duim ostentatief tussen wijs-en middelvinger. Een groep Aziaten slaat het homerische gelach niet begrijpend gade vanuit het schemerdonker. Het zijn de Japanse Vrienden van het Festival van Luzern, legt de productiemanager van het KCO uit. 'Ze betalen indirect mee aan onze jaarlijkse residency in Luzern. Als we in Japan spelen, komen ze ook altijd.' Gerepeteerd wordt Ein Heldenleben, symfonisch gedicht van Richard Strauss en paradepaard van het orkest sinds 1899. Strauss droeg het semi-autobiografische werk op aan Willem Mengelberg, nadat hij in Amsterdam in de bloemen was gezet bij een ravissante uitvoering van zijn Also sprach Zarathustra, en zijn naam in gouden letters had zien schitteren aan het b alkon. Behalve zichzelf portretteert Strauss onder meer zijn 'echtgenote' (kokette vioolsoli) en een leger 'critici' (snaterende houtblazers). Hoewel een tweede violist zojuist naar het ziekenhuis is gebracht wegens nierklachten, is de stemming euforisch. Reacties op de Heldenleben-uitvoering bij Jansons' welkomconcert in Amsterdam logen er niet om. De Londense Times beval zijn lezers emigratie aan naar Amsterdam. De Morgenpost uit Berlijn, evenmin verstoken van symfonische cultuur, berichtte 'hoe grandioos de Hollanders hun muziekfeesten weten te vieren'. Bij de entree van de critici (staccato van de solofluit) tikt Jansons af. Celli graag 'iets markanter'. Die vioolsolo van concertmeester Alexander Kerr mag worden overgeslagen. 'Speel alleen die ene noot very lirico bedankt.' Geert van Keulen, basklarinettist, vindt het 'ongelooflijk, hoe effici deze man repetitietijd indeelt en puntjes op de i zet'. Applaustikjes van strijkstokken op lessenaars begeleiden de gang van trompettist Theo Wolters naar de dirigentenbok. Jansons loopt de zaal in om de klankbalans te beoordelen. Wolters neemt tijdelijk over. Besloten wordt tot verplaatsing van de harpen. Stoelen, etuitjes, stemsleutels en boodschappentasjes verhuizen mee naar voren, waarna andermaal de magie weerklinkt van gestreken en getokkelde akkoorden. Samenzweerderig vraagt Jansons een 'ietsje sneller vibrato' bij een pianissimo. Een orkestlid zegt 'dolblij' te zijn met Jansons, die zelf 'van huis uit violist' is. Volgens een ander hadden vooral de strijkers het na zestien jaar Chailly wel zo'n beetje gehad met een voormalige slagwerker. 'Voor Jansons doen we alles.' Tevredener dan zelden tevoren ('ontspannen zijn, dat vind ik moeilijk'), gaat Jansons op de foto met de Japanse Vrienden van Luzern. In de dirigentenkamer houdt echtgenote Irina een oogje op 's maestro's kreukvrije rokkostuum, en deelt orkestdirecteur Loot complimentjes uit. Ja, Jansons zelf heeft ook orkestleden geprezen na de verrichtingen in Amsterdam ondanks het bijgeloof dat een volgend concert dan minder goed uitvalt. 'Uiteindelijk zijn we allemaal ontzettend gevoelige mensen', zegt hij. Gewillig laat hij zich afvoeren naar de steiger van Goldene Rundfahrt voor een foto. Verderop aan het Vierwoudstedenmeer ligt Tribschen. Daar staat het huis waar Richard Wagner Tristan, de Meistersinger en Siegfried het licht deed zien, benevens de essays Oper und Drama en Das Judentum in der Musik. Jansons gaat er niet heen, 'want ik ben er al geweest, ook naar het graf van Mengelberg, de hele trits'. 'Zulke bezoekjes gaan ten koste van je energie', is zijn ervaring. 'Je weet niet half hoeveel energie er kan weglekken, ook door de kleinste afleiding.' Voor Jansons maakt het humeur deel uit van de discipline. 'Dat heb ik van Mravinski. Die hield zelfs geen repetitie op een concertdag in Petersburg. Deur op slot, telefoon van de haak. En maar thuis zitten. Met niemand een woord. Ik mocht er ook nooit, nooit bij.' Jansons had wel een kort gesprek met Bernard Haitink, die aan de voet van een Alp een hoeve heeft laten verbouwen. 'Ik vond dat bezoekje belangrijk.' In Den Haag bestudeerde Jansons Mengelbergs dirigeerpartituur van Ein Heldenleben. 'Natuurlijk. Deed Chailly dat ook? Het is een fantastisch museum, die Mahlers en Straussen, met al die aantekeningen van Mengelberg.' De opmerking dat Jansons' uitvoering een feeeke dimensie toevoegt aan de bekende Straussmelange van pompeusheid, Schmalz en ironie, laat hij van zich afglijden. 'Je moet als dirigent nooit origineel willen zijn. Als het ervan komt is het goed, maar het moet vanzelf komen. Mijn credo is, dat ik alleen uitdruk wat ik voel.' In het Palace Hotel wacht koffie met een zoetje. Een draconisch dieet heeft hem de afgelopen maand tien kilo doen afvallen. Onderdeel van de discipline. Waar komt de horzel vandaan, die Jansons achtervolgt met de opdracht dat elk van zijn optredens beter moet zijn dan het vorige, 'omdat men ook altijd steeds m verwacht'? 'Niet van mijn vader, of van mijn moeder, de zangeres', zegt hij. 'Ik ben opgegroeid in een vriendelijke omgeving.' Vader Arvid Jansons, ooit chef van de Opera van Riga, later dirigent naast Mravinski in Sint Petersburg, was 'eerder tarm'. 'Zo aardig, dat anderen er misbruik van maakten. Het enige moeilijke dat heb meegemaakt, was onze verhuizing van Letland naar Petersburg. Ik moest vechten. Iemand, ik weet niet meer wie, moet me een waarschuwing hebben gegeven. In Riga was ik lui geworden, toen ik een jaar of acht, nee een jaar of vijf was. Ik dank God dat ik nooit meer arrogant of lui ben geworden.' Jansons' vader stierf aan een hartaanval, in Manchester. 'We zaten allebei in Engeland, ik in Middlesborough. Een verschrikking. Hij stierf op de dag van mijn eerste concert van een tournee met het orkest van Oslo. Kun je je voorstellen wat dat betekent? Ik kon die tournee niet in elkaar laten storten. Eerste concert je vader dood wat moest ik doen?' Jansons schiet vol. 'Ik liet mijn moeder uit Manchester komen. Twee uur voor het concert was ze er. Ik had geen keus. In Manchester hebben ze hem gecremeerd. Hij werd in een urn gestopt, en zo hebben we hem meegenomen naar Sint Petersburg.' Nu is ook zijn moeder dood. Ze stierf in november, 92 jaar oud. 'Een ramp. Al heb je zelf kroost, al ben je grootvader, we blijven allemaal kleine kinderen.' Jansons' eigen hartkwaal hij vreest dat het 'iets genetisch' is. Het Russische bijgeloof van de pianist Svjatoslav Richter en de dirigent Rozdjestvenski, die jarenlang weigerden in Amsterdam op te treden nadat eerst David Oistrach en later de dirigent Kondrasjin er aan hartaanvallen overleden, doet hem schrikken. 'Misschien moet ik weg uit Amsterdam', gruwt hij. 'Of nee', klaart hij op. 'Voor een Let kan het anders liggen.' Hij noemt zich een 'halve Rus'. 'Ik heb Rusland van zijn beste kant meegemaakt. Russen hebben fantastische eigenschappen. Hartelijk. Behulpzaam. Die enorme humor! Ik vind het verschrikkelijk dat dat aan het verdwijnen is. Het wordt killer en meedogenlozer, net als in de rest van de wereld. En het enige dat 'ik eraan kan doen is. . . niet oppervlakkig zijn. . . ergens op ingaan, naturel zijn. Ik kan ook niet toveren, maar hopelijk blijft men nog een poosje gevoelig voor een Pathque van Tsjaikovski.' Concert in Luzern. Honeggers derde symfonie klinkt spannender dan in Amsterdam. Ein Heldenleben nog feeeker en briljanter. Onder het bravo roepende publiek, dat niet gewend is zich van zijn plaats te verheffen, rijst een bezoeker op rij tien van zijn stoel. Geheel alleen houdt hij een staande ovatie vol. Het is Bernard Haitink. Ja nsons keert zich naar het orkest en houdt twee vingers voor de borst.

Meer over