Analyse

Voor het eerst is er een staatssecretaris Digitalisering: hiermee moet ze aan de slag

Alexandra Carla van Huffelen Beeld Jiri Büller / de Volkskrant
Alexandra Carla van HuffelenBeeld Jiri Büller / de Volkskrant

Alexandra van Huffelen (D66) is de eerste staatssecretaris met digitalisering als expliciet benoemd beleidsterrein. Deze nieuwe portefeuille beslaat een reeks aan onderwerpen die zo lang is, dat het makkelijk verdrinken lijkt. Toch kan de staatssecretaris wel degelijk iets doen.

Pieter Sabel

Smalend kun je schrijven: het is 8 januari 2022 en voor het eerst staat er een bewindspersoon op het bordes met digitalisering als beleidsterrein, 34 jaar nadat de eerste internetverbinding in Nederland werd gemaakt. Smalend, want sinds begin jaren negentig werd de portefeuille ondergebracht bij andere bewindspersonen. In het aanstaande kabinet is het wel voor het eerst dat iemand expliciet staatssecretaris van Digitalisering is.

Alexandra van Huffelen (D66) krijgt de portefeuille, in de wat wonderlijke combinatie met Koninkrijksrelaties. Van wat ze precies gaat doen, zijn in het regeerakkoord alleen contouren zichtbaar: zo moet (in Europees verband) de marktmacht van grote Amerikaanse techbedrijven worden aangepakt, cybercriminaliteit bestreden en moet de gegevensuitwisseling tussen zorgaanbieders beter.

Daaruit blijkt al: digitalisering is niet iets van één staatssecretaris, of van één ministerie, zelfs niet iets van alleen de overheid. De kunst is, zeggen deskundigen, om niet te verdrinken in de poel van onderwerpen en vervolgens te denken dat het toch allemaal niets uitmaakt. De staatssecretaris kan wel degelijk iets doen. Drie voorzetten.

1. Denk niet dat data voor alles de oplossing is

Op de dag dat het onderzoeksrapport naar het toeslagenschandaal werd gepresenteerd, nam de Tweede Kamer betrekkelijk geruisloos een wet aan die potentieel net zo schadelijk kan zijn. De Wet gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden vergemakkelijkt uitwisseling van persoonsgegevens tussen verschillende overheidsdiensten en private partijen, zoals banken. Kenmerken als adres en inkomen naast elkaar leggen mag al bij ‘een signaal’. Welk signaal is veel te vaag, waarschuwde de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) in november vorig jaar. De Eerste Kamer moet de wet nog aannemen, wat de AP betreft stemt ze tegen.

Het grote risico bij de koppeling van gegevens is dat bijvoorbeeld de leefomstandigheden van een daadwerkelijke fraudeur (inkomen, woonplaats, bekendheid bij instanties) als mal gaan gelden. Een individu met dezelfde omstandigheden zou door ‘het systeem’ dan ook als fraudeur aangemerkt kunnen worden. Iets vergelijkbaars ging mis bij het toeslagenschandaal. Kom maar eens van het ‘verkeerde lijstje’ af.

Bijkomend probleem is dat de overheid dol is op data en technische oplossingen, vanuit een op z’n minst naïef idee dat computers neutraal en objectief zijn. ‘Het zou een goede boodschap zijn als de nieuwe staatssecretaris zou zeggen dat die wet van tafel moet’, zegt Kees Verhoeven, die tijdens zijn Kamerlidmaatschap voor D66 elf jaar de woordvoerder was voor digitale zaken.

2. Zorg dat iedereen de weg naar de digitale overheid kan vinden en begrijpt wat er gebeurt

Iets meer dan 450 duizend mensen hadden thuis geen internetaansluiting, de laatste keer dat het Centraal Bureau voor de Statistiek het telde in 2019. Dat getal zal geslonken zijn – dat doet het elk jaar. Maar deze mensen zijn onderdeel van een veel grotere groep die digitaal niet vaardig genoeg is, of dat dreigt te raken, om ‘mee te komen’. De CoronaCheck-app installeren en daar via DigiD een QR-code in laden is lang niet voor iedereen vanzelfsprekend.

De Raad van State publiceerde in mei vorig jaar een zogenoemd ‘toetsingskader van di­gi­ta­li­se­ring in wet­ge­ving’. Daarmee zou de wetgever zich bijvoorbeeld moeten afvragen of een burger wel begrijpt wat er van hem of haar op digitaal gebied wordt verlangd in een nieuwe wet, of de techniek voldoende gebruiksvriendelijk is en of er nog genoeg ‘zinvol’ contact is met de overheid. Soms wil je een mens spreken, niet een invoerveld zien. Zoals bijzonder hoogleraar ict en strategisch innoveren in de publieke sector Wolfgang Ebbers van de Erasmus Universiteit het noemt: ‘Een van de belangrijkste dingen voor Van Huffelen om zich af te vragen is wat het betekent voor burgers dat de overheid steeds verder digitaliseert.’

3. Zorg tenminste dat grote ict-projecten vooraf goed en echt onafhankelijk worden getoetst

Vraag oud-VVD-Kamerlid Ton Elias naar wat de nieuwe staatssecretaris als eerste moet doen en hij verwijst resoluut naar de conclusies en aanbevelingen uit het parlementair onderzoek onder zijn leiding uit 2014. Dat onderzoek kwam er na een reeks mislukte ict-projecten, en kwam tot de volgende conclusies: de overheid heeft geen grip op de plannen, beseft niet dat technologie overal is, en schat projecten consequent te rooskleurig in. Met als resultaat een verlies van tussen de 4 en 5 miljard euro per jaar.

Het rapport leidde tot de oprichting van een orgaan dat aanvragen voor grote ict-projecten vooraf toetst: het Adviescollege ict-toetsing. In het meest recente jaarverslag, over 2020, schrijft dat college dat er te veel aanvragen zijn om te behandelen, en dat het bedrag aan investeringen dat niet wordt getoetst steeds hoger wordt. Ook is, bijvoorbeeld, niet altijd duidelijk waarom een ‘verouderd’ ict-systeem nu zo nodig moet worden vervangen.

Het college is sinds de oprichting in 2015 ondergebracht bij het ministerie van Binnenlandse Zaken, hetzelfde ministerie waar de verantwoordelijk staatssecretaris onder valt. Dat is dubieus, vond Elias toen, en dat vindt hij nog steeds. ‘Daarbij heeft Binnenlandse Zaken een desastreuze reputatie op het gebied van ict-projecten.’

Oud-Kamerlid Verhoeven had liever een ‘regisserende minister’ gezien in plaats van een staatssecretaris, zegt hij, en ook hoogleraar Ebbers vindt een staatssecretariaat op z’n hoogst een goed begin. Laten ze het optimistisch bekijken: Van Huffelen kan iets betekenen. ‘Trek een paar specifieke zaken naar je toe en steek je licht op bij andere ministeries. Werk samen.’

Meer over