Voor Hanna en Meta geen oplossing

'Ik dacht: zij heeft haar AAW-uitkering, ik mijn weduwenuitkering. We redden het wel.' Maar de Sociale Verzekeringsbank ziet het anders....

HANNA laat haar kamer zien. 'Grrruff', zegt ze. 'Grammofoon', vertaalt Meta. Dan wijst Hanna naar de foto van hen beiden op Meta's trouwdag: twee zusters op een blije dag naast elkaar.

Meta: 'Mijn man kon altijd goed met Hanna opschieten. Ik heb ook altijd gezegd: Hanna komt bij mij wonen als ons Moeke overlijdt.'

Dat moment kwam in 1990. Meta zou aan een nieuwe baan beginnen, fulltime. 'Er was een reorganisatie geweest. Er kwam een mooie baan. En toen overleed moeder plotseling door een hartstilstand. Ik moest er toch even over nadenken. Hanna bleef drie dagen bij mijn vader. Toen heb ik ontslag genomen en Hanna opgehaald. Ik dacht: zij heeft haar AAW-uitkering, ik mijn weduwenuitkering. We redden het wel.'

Dat was in 1990. Kan een bejaardenverzorgster uit Groningen dan weten dat vanaf 1998 alle weduwen die samenwonen hun uitkering moeten inleveren? En dat daarop geen uitzondering wordt gemaakt, als degene met wie je samenwoont voltijds moet worden verzorgd. En dat niet wordt gekeken of diegene met wie je samenwoont voldoende inkomen heeft? En dat rustig wordt gezegd dat je naar de bijstand kunt?

'Ze zitten er mee in hun maag, geloof ik', zegt Meta. 'Ze' is de Sociale Verzekeringsbank, de instelling die de nabestaandenuitkering uitbetaalt en de jongste wetswijziging moet uitvoeren. 'Er kwam een mevrouw langs, die wilde alles zelf zien. Ze zei: uw zus heeft 24 uur per dag hulp nodig. Dit klopt niet, ik maak hier verslag van. Misschien kunnen er uitzonderingen worden gemaakt'.

Hanna is 57 jaar. 'Een kind van 57', zegt Meta die vijf jaar ouder is. Hanna heeft een chromosoom teveel: het syndroom van Down. Ze kan wel wat zelf doen. 'Toen ze bij mijn moeder woonde, maakte ze haar eigen kamer schoon en ze veegde de straat. Dat soort dingen. Van mij moet ze dat ook. Dan zeg ik 's ochtends: ga je kamer maar schoonmaken. En dan zegt Hanna: domme, want ze is een beetje lui. Domme is verdomme. Of ze zegt: skrieven. Dat mag ze 's middags. Dan gaat ze op haar kamer zitten schrijven. 's Avonds kijken we televisie of we sjoelen. Ik ben de enige die verstaat wat Hanna zegt. Anderen begrijpen haar niet, ook mijn broers niet. En als ik het niet snap, dan zeg ik: Hanna, ik begrijp er niks van. Dan pakt ze een voorwerp of iets en maakt ze zo duidelijk wat ze wil'.

Meta's confrontaties met het GAK destijds, vond ze komisch. 'In het tweede jaar dat Hanna bij me woonde, werd ze opgeroepen door het GAK. Ze wilden weten of ze nog kon werken. Er werd toen bezuinigd op de WAO. Hanna moest ook worden herkeurd. Ik dacht, ben ik gek of zij.

'We zitten bij het GAK en de verzekeringsarts roept haar naam. Dus ik zei tegen Hanna: ga maar netjes met die meneer mee. Die arts komt even later vragen: wie is de verzorgster van mevrouw? Wat is dit voor onzin? Ik zei: ú heeft haar opgeroepen. Nou, hij zou er een dikke streep doorzetten. Een jaar later worden we weer opgeroepen.

'Weer zegt de arts: dit zal niet meer gebeuren. Het jaar daarop kwam het GAK op huisbezoek. Die man kwam met formulieren aanzetten.

Ik zei: probeer maar of Hanna ze wil invullen. Daarna heb ik niets meer van het GAK gehoord.'

De Sociale Verzekeringsbank zegt weinig voor Meta te kunnen doen. Uitzonderingen bestaan niet in de Nabestaandenwet. Meta heeft inmiddels een brief binnen met de aanzegging dat de uitkering vervalt omdat ze samenwoont. 'Het kost me kopzorg. Ik heb er een paar slechte nachten van gehad. Hanna's uitkering is niet genoeg om samen van te leven. Ik zou naar de bijstand moeten, maar dit is een eigen huis. Ik wil mijn huis niet verkopen. Ik denk nog steeds: we redden het wel. Ik heb al gedacht: dan ga ik weer werken. Net als vroeger in de nachtdienst. Maar dan heb ik evengoed oppas nodig. Ik kan haar niet alleen laten.

'Hanna is vaak wakker 's nachts. Dan ligt ze te zingen in bed. Zingen op haar manier. En dan wordt het stil in huis en juist dan denk ik, even kijken nog. Je weet nooit. Ik ga er meestal twee keer uit 's nachts.

'Omdat ik 62 jaar ben, val ik onder een overgangsregeling, zegt de SVB. Mijn uitkering wordt niet helemaal ingetrokken. Ik mag 300 gulden houden. Hanna gaat tegenwoordig een keer per maand vier nachten naar een logeerhuis.

'Dat kost 250 gulden. Daar ben ik dan die 300 gulden al bijna aan kwijt.'

HANNA GENIET van het logeerhuis. Eigenlijk wil ze nooit het huis uit. Mijn ouders gingen niet op vakantie. Eens een dagje naar de familie, verder niet. Hanna zat eerst op de dorpsschool. Tot ze haar gingen pesten. Ik heb wat voor haar gevochten, vroeger. Toen ging ze naar de speciale school, maar daar leerde ze alleen vloeken. Ik weet nog dat, toen Hanna achttien jaar was, er een professor uit Groningen kwam die zei dat Hanna naar een instituut kon en dat ze dan in de weekeinden thuis kon komen. Ik was er wel voor, want ze zou misschien meer leren. Mijn vader zei: we kunnen zelf wel voor haar zorgen.

'Vrij snel nadat ze hier kwam, heb ik haar opgegeven voor het logeerhuis. Er kan met iedereen wat gebeuren en ik wil niet dat mijn kinderen Hanna opnemen. Het zet ze teveel vast. Dus ik wou eens kijken hoe het met Hanna zou gaan bij anderen. Er zijn kinderen van alle leeftijden: zoals Hanna maar ook jonger, onder de tien. Ze vindt het gelukkig heerlijk. Voor haar is het vakantie, iedere keer weer. En voor mij betekent het een paar dagen per maand vrij. Het is ook goed te merken hoe anderen met haar omgaan. Hanna wil nooit naar buiten. In het logeerhuis verzinnen ze daar wat op. Dan gooien ze haar jas buiten op de grond en dan zeggen ze tegen Hanna: wat zonde! Dan gaat Hanna gauw haar jas pakken en gooien zij de deur dicht. Dan moet ze wel. En even later vindt ze het prima.'

Uit het overdrachtschriftje: 'Hanna heeft weer genoten hoor. We zijn naar de kinderboerderij gegaan en de speeltuin. Eerst mokt ze wat, maar later geniet ze. Ze was op haar knie gevallen hier voor in de tuin op het gras. Hier had ze een hele komedie over. Ze ging in de kamer op de grond liggen. In de speeltuin ging ze zelf op de draaimolen en moederde soms over de kleintjes of zat achter de jongens aan. We hebben wel een paar keer gezegd: dit moest Meta even kunnen zien. Prachtig. Verder zat Hanna elke avond met haar staatslot in de hand op haar miljoen te wachten. Verder geen bijzonderheden, groetjes Bouke.'

Meta zou, als ze in 1990 geen ontslag had genomen nu een VUT-uitkering hebben gehad. 'Die ben ik misgelopen. Ik heb mijn leven lang gewerkt in de zorg, op zes jaar na toen mijn kinderen klein waren. Ik werkte meestal in deeltijd. Veel nachtdiensten, stervensbegeleiding. Deeltijders mochten pas een paar jaar geleden in het pensioenfonds. Ik heb dus niks, straks. Ik vind het moelijk te accepteren dat ik financieel afhankelijk word van Hanna.'

In de AOW geldt óók de regel dat samenwonenden worden gekort, ook broers en zussen die samenwonen. Meta krijgt, als ze 65 jaar wordt, een halve AOW-uitkering. 'Ik ben daar helemaal niet zo op tegen. Mensen hier in het dorp zeggen tegen mij: jij wordt nu ook gekort, net als wij. Dan zeg ik: maar jullie zijn vrij om te gaan en staan waar je wilt. Als mijn zus goed was geweest, had ik gewoon doorgewerkt.'

META SCHREEF een brief aan staatssecretaris Terpstra en aan premier Kok. 'Aan Terpstra omdat zij zich altijd inzet voor gehandicapten. En aan premier Kok, want hij is tenslotte premier. En ik dacht, hij heeft zelf een gehandicapte zoon.'

Terpstra schreef zelf terug: ze zou de kwestie onder de aandacht van het ministerie van Sociale Zaken brengen. Namens Kok schreef een ambtenaar dezelfde boodschap. Een van de directeuren van het ministerie van Sociale Zaken schreef Meta wat de criteria zijn voor de vraag of iemand samenwoont. 'Dat is het geval als beiden het hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en elkaar wederzijds verzorgen. In uw geval kan de vraag worden gesteld of er sprake is van zodanige wederzijdse verzorging dat er sprake is van een gezamenlijke huishouding. De Sociale Verzekeringsbank beoordeelt of dat bij u zo is.'

Meta dacht nog: 'Wederzijds verzorgen? Hanna komt mij 's ochtends geen beschuitje op bed brengen.'

Op het hoofdkantoor van de Sociale Verzekeringsbank zegt Wim Thoen: 'Het is pijnlijk maar wederzijds verzorgen wordt beoordeeld op de financiële verstrengeling. Er is geen oplossing. Ik heb in de krant gelezen dat staatssecretaris De Grave van Sociale Zaken overweegt een zorguitkering te regelen. Dat moet hij regelen. Wij kunnen niets doen.'

Als het zomer is, is iedereen in de tuin bezig. De buurman plaagt Hanna weleens door met water te spetteren en Hanna gooit ook terug. Als de buurvrouw er is om op te letten, gaat Meta 's middags boodschappen doen. 's Middags zit Hanna meestal rustig te schrijven op haar kamer.

Op vierkante memovelletjes schrijft ze krulletjes, regel na regel. Als de stapel een centimeter dik is, gaat er een elastiekje omheen en dat gaat in een lege doos. Naast Hanna's bureau staan twee schoenendozen vol, de derde is half gevuld. 'Voor Sinterklaas', vertelt haar grote zus. 'Elk jaar komt hij langs en krijgt het mee.'

Meer over