Voor God lijkt altijd wel ergens plek te zijn

God voegt niets toe

Met God kun je alle kanten op. Dat lijkt - misschien onbedoeld - de belangrijkste conclusie van godsdienstfilosoof Taede Smedes. Stel, zegt Smedes, stél dat de aarde de enige planeet in het heelal is waarop intelligent leven voorkomt. Wat is dan 'rationeler': dat we een onwaarschijnlijke toevalstreffer zijn, of dat er een Schepper in de weer is geweest? Smedes kiest voor optie twee. 'Klinkt plausibeler', zegt hij, en het alternatief 'bevredigt niet'. Beetje gevoelsmatige argumenten als je het mij vraagt, maar goed. Smedes lijkt zelfs medelijden te hebben met atheïsten: als wij echt uniek zijn, zitten die mooi in de piepzak.

Maar aan het eind van zijn betoog schrijft hij net zo gemakkelijk dat hij zijn godsdienstfilosofische kaarten op een volledig bevolkte kosmos zet. Niet uit mededogen met ongelovigen, maar omdat hij zich 'gewoon niet kan voorstellen dat God zoveel ruimte zou verspillen alleen voor ons mensen'. Dus het maakt niet uit of er nou weinig of veel intelligent leven in het heelal is: voor God is altijd wel ergens plek. Lekker makkelijk.

Uitkijken

Het is een beetje uitkijken geblazen wanneer mensen dingen over God gaan beweren omdat ze zich bepaalde zaken 'gewoon niet kunnen voorstellen'. Smedes is ongetwijfeld een efficiënt iemand die zelf niet van verspilling houdt, maar zijn Schepper heeft al eerder laten zien daar weinig moeite mee te hebben. Waarom zou Hij anders drie miljard jaar lang eencelligen op aarde hebben laten rondkruipen voordat de evolutie eindelijk eens goed op gang kwam? Allemaal tijdverspilling, toch?

Eerst maar eens de feiten. Ons Melkwegstelsel telt vele miljarden aardeachtige planeten - dat is inmiddels duidelijk. De bouwstenen van het leven zweven overal rond in de kosmos, en het lijkt zeer onwaarschijnlijk dat alleen hier leven is ontstaan. Maar in het heelal wemelt het niet van de intelligente ruimtereizende en roeptoeterende beschavingen - anders waren we die al lang op het spoor gekomen. Dus hoewel het nog veel te voorbarig is om het woord 'uniek' in de mond te nemen, ziet het er inderdaad naar uit dat intelligentie zoals wij die kennen relatief zeldzaam is.

Maar om je daarover te verbazen getuigt wel van een flinke dosis antropocentrisme. Er zijn miljarden andere planeten met oceanen en continenten, maar nergens ziet de wereldkaart er exact hetzelfde uit als hier; dat vindt ook niemand gek. En als je naar het grillige, ongerichte verloop van de biologische evolutie kijkt, verwacht je op die andere planeten ook niet per se lange giraffenekken, kleurige pauwestaarten en rimpelige olifanteslurven aan te treffen. Waarom dan wel een hoge mate van intelligentie - het onderscheidende kenmerk van de diersoort homo sapiens?

Handen uit de mouwen

En trouwens, zelfs als leven in zijn algemeenheid extreem zeldzaam is - zou kunnen, we weten het niet - schiet je er niks mee op om God erbij te halen. Er zijn (gelukkig) nog veel onopgeloste raadsels in de wetenschap; het ontstaan van leven is er een van. Maar als je iets nog niet weet of begrijpt, kun je maar beter gewoon de handen uit de wetenschappelijke mouwen steken en aan de slag gaan met gericht onderzoek. Het wordt er allemaal bepaald niet rationeler of plausibeler van als je ter verklaring van raadsel 'één een tweede mysterie uit de hoge hoed tovert.

De ontwerpargumenten waar Smedes het over heeft zeggen meer over ons onvermogen om de kosmos te begrijpen dan over een eventuele Schepper. Omdat het bestaan van God bijna per definitie niet valt te bewijzen of te weerleggen, voegt het hele idee niets wezenlijks toe aan het doorgronden van het universum. Met God kun je alle kanten op; wetenschap gaat altijd in de richting van meer kennis en dieper inzicht.

Govert Schilling is wetenschapsjournalist

Merkwaardige sprongen

In 'Tuur eens naar boven en de twijfel slaat weer toe' van Taede Smedes betoogt de godsdienstfilosoof (O&D, 24 december) dat nieuwe kosmologische ontdekkingen de mens dichter bij het geloof in een schepper zouden kunnen brengen. Hiertoe nam Smedes een aantal merkwaardige sprongen die ons deden afvragen of hij wellicht tijdens zijn studie een aantal colleges kansberekening, logica en argumentatieleer heeft overgeslagen.

Ten eerste maakt Smedes meteen in een van zijn premisses al de vreemde aanname dat - omdat er naar schatting zo'n veertig miljard aardeachtige planeten in onze Melkweg zouden zijn - de kans op leven dan ook grofweg een op veertig miljard is. De enige manier om iets dergelijks te kunnen beweren is als we zeker zouden weten dat van alle veertig miljard mogelijke aardes er alleen leven op onze eigen aarde bestaat.

Interstellaire reis

Afgaande op zijn stelligheid is Smedes afgelopen zomer vermoedelijk op een interstellaire reis langs miljarden zonnestelsels geweest. (Overigens zegt dit alleen iets over de kans op intelligent leven, gegeven een aardeachtige planeet. Dus over de kans dat - als je daadwerkelijk een aardeachtige planeet zou vinden - er op die planeet dan ook intelligent leven te vinden is. Het zegt verder niets over de kans op leven in het Melkwegstelsel in zijn algemeenheid.)

De constatering van deze 'kans' leidt bij Smedes tot een van zijn meest dubieuze bevindingen. Over de mens schrijft hij namelijk: 'Een wezen dat uiteindelijk in staat blijkt om op basis van waarneming en gezond verstand te ontdekken dat de kans 1 op 40 miljard is dat ze bestaat.'

Loterij

De fout die hier wordt gemaakt is misschien het makkelijkst uit te leggen als we net als Smedes het voorbeeld van de loterij nemen. Er zijn veertig miljard loten. In dat geval zal iedereen het erover eens zijn dat de kans om te winnen één op veertig miljard is. Echter, ná de trekking is de kans voor de winnaar niet één op veertig miljard, maar één. Het is namelijk gebeurd.

Het heeft geen zin om over jezelf na te denken en tot de conclusie te komen dat de kans een op veertig miljard is dat hij bestaat. De kans dat je bestaat is een. Het is volgens Descartes zelfs de enige kans die een is: 'Ik denk dus ik ben.' Smedes' hypothetische wezen zegt eigenlijk: 'Ik denk, dus heeeel misschien ben ik wel?'

Hierin zit hem het lastige van de ontwerpleer. Het typische argument is: 'Maar kijk dan hoe X werkt, hoe groot zou die kans zijn als dat toevallig is ontstaan? Dat moet toch wel ontworpen zijn.' Nee dus, het is niet toevallig ontstaan. Het is ontstaan. Je kijkt ernaar, de kans dat het is ontstaan is niet klein meer, maar één.

Zaadcel

Zoals het onzinnig is om te pochen dat juist jouw zaadcel en eicel tot jouw leven hebben geleid, of dat juist jij net behoort tot de organismen op aarde mét bewustzijn; het feit dat je je erover kunt verwonderen is het gevolg van dat absolute gegeven, niet die kans van één op veertig miljard of een ander onwaarschijnlijk getal. Voor het betoog van Smedes geldt dus: er zitten geen niet-bestaande wezens op niet-bestaande planeten opiniestukken te schrijven in niet-bestaande kranten met de strekking: 'Hè bah, we bestaan niet.'

In zijn betoog - dat tot dusver nog de schijn ophield van een soort wetenschappelijke analyse - gaat Smedes lukraak verder met allerlei gevolgtrekkingen, overpeinzingen en vermoedens waar je makkelijk in kunt verdwalen.

Smedes beredeneert op basis van zijn klungelig berekende kans op intelligent leven, dat de aanwezigheid van buitenaards leven een noodzakelijke voorwaarde tegen het ontwerpargument (een schepper) is. Hij neemt daarbij geen definitieve houding aan ten opzichte van het wel of niet bestaan van buitenaards leven.

Het bizarre conflict dat zich in Smedes' hoofd afspeelt lijkt nog het best tot uiting te komen in zijn, door zijn artikel geenszins ondersteunde, conclusie: 'Ik kan mij gewoon niet voorstellen dat God zoveel ruimte zou verspillen alleen voor ons mensen.' Dus als er volgende week Vulcans landen in Montana, dan kan Smedes in ieder geval zijn godsdienstweblog gewoon voortzetten.

Arjen Lubach is schrijver,

Joost Lubach is softwarearchitect

Rattenhersenen

Gard Simons waarschuwt ons in zijn opiniestuk van 23 december voor de gevaarlijke onzin van een Amerikaanse arts die meent een Bijna Dood Ervaring (BDE) te zijn ondergaan. Hij argumenteert dat de wetenschap een beter verstaan geeft van dit fenomeen dan de bovennatuurlijke verklaring van de arts en meent zelfs dat religie niets wezenlijks bijdraagt aan een beter begrip van mens en wereld. Hij overspeelt hier echter de hand van de wetenschap.

Hartstilstand

De wetenschappelijke verklaring van BDE's waar Gard Simons naar verwijst (al vermeldt hij geen experimenten bij naam) komt voort uit experimenten op ratten. Men veroorzaakte een hartstilstand bij ratten en stelde vervolgens de hogere hersenactiviteit vast. Los van het feit of men zomaar resultaten op ratten mag extrapoleren naar mensen, geven deze resultaten erg weinig redenen om aan te nemen dat BDE's kunnen gereduceerd worden tot deze hersenactiviteit.

Mogelijk spelen de hersenen een rol bij de aanvang van een BDE of mogelijk geeft dit iets anders aan. Het fenomeen is, doordat het weinig voortkomt, bijzonder moeilijk te onderzoeken door neurowetenschappers en algemene conclusies over Bijna Dood Ervaringen kunnen niet worden getrokken. Simons schrijft dat de hersenvliesontsteking van de arts wellicht diens Bijna Dood Ervaring veroorzaakt heeft; en dit is in feite alles wat hij kan beweren. Omdat hij er waarschijnlijk al vanuit ging dat BDE's niet echt zijn, concludeert Simons dat er niets meer aan de hand is dan overactiviteit van de hersenen. Uit wetenschappelijke studie volgt deze conclusie echter niet.

Hocus pocus

Ten slotte merkt Gard Simons nog terecht op dat het feit dat we niet alles begrijpen inderdaad niet impliceert dat er sprake is van bovennatuurlijke hocus pocus. Het feit dat we iets begrijpen van de lichamelijke onderbouw van bepaalde ervaringen betekent echter ook niet dat ze hiertoe kunnen worden gereduceerd.

Hans Van Eyghen, promovendus VU

Hoezo zuurstoftekort

Als we het artikel van Gard Simons ontdoen van alle niet ter zake doende en beledigende franje, dan blijft er maar één bewering over, namelijk dat Bijna Dood Ervaringen (BDE) het gevolg zijn van zuurstoftekort in de hersenen. Die bewering is eenvoudig te weerleggen met de ervaringen van mensen die wel een BDE hebben beleefd, maar niet hebben geleden aan zuurstoftekort in de hersenen.

Mijn vader heeft dat in 1956 ervaren, lang voordat dokter Moody het verschijnsel BDE beschreef in zijn boek Leven na dit leven. Hij kwam in het ziekenhuis terecht met een verwaarloosde hersenvliesontsteking. De artsen daar dachten dat hij nog dezelfde dag zou komen te overlijden. Toen hij in leven bleef, hebben ze hem geopereerd, waarna hij nog 25 jaar een goed leven heeft gehad. In het ziekenhuis heeft hij beleefd dat hij in een groen dal liep.

Authentieke Bijna Dood Ervaring

Van de overkant kwamen hem zijn beide overleden ouders tegemoet, die hem wenkten en riepen. Bij een soort hek aangekomen hebben ze met elkaar staan praten en daarbij heeft mijn vader te kennen gegeven dat hij nog bij vrouw en kind wilde blijven.

Dit was een authentieke BDE. Er was geen sprake van zuurstoftekort, want het hart van mijn vader is vitaal blijven kloppen, reden voor de artsen om een operatie aan te durven. Vijfentwintig jaar later was mijn vader dement door alzheimer. Hij sprak niet meer, maar op een dag verraste hij de familieleden met de mededeling dat morgen zijn ouders zouden komen en dat hij met ze mee zou gaan. De volgende dag is hij gestorven.

Hallucinaties

Als Gard Simons de moeite had genomen wat relevante literatuur over dit onderwerp door te nemen, dan zou hij weten dat het door mij beschreven geval met mijn vader absoluut niet uniek is. Ik heb overigens in het boek van Eben Alexander, de Amerikaanse neurochirurg die door zuurstofgebrek veroorzaakte hallucinaties zou hebben verward met BDE's (Simons spreekt van het zien van lichtflitsen tot het 'zien' van overleden dierbaren) nergens een aanwijzing gevonden dat er in zijn geval sprake was van zuurstoftekort. Gard Simons maakt zich daar niet druk over. 'De hersenvliesontsteking van Alexander zal, wellicht in combinatie met medicatie, een soortgelijk effect hebben veroorzaakt', schrijft hij. Waar blijft hij nou met zijn zuurstoftekort?

Ir. P. van der Wurf, Heerenveen

undefined

Meer over