Voor de schrijver is het nooit te vroeg

Naarmate het autobiografisch gehalte van de letteren toeneemt, wordt de opvoeding van literaire talentjes een precair proces. Vandaar onderstaande bespiegeling van JOOST ZWAGERMAN....

'HOE oud is jullie Frederik?'

'Hij is een half jaar geleden zes geworden. Heerlijke jongen, hoor. Frederik begint de laatste tijd echt met peilloos diepe concentratie te observeren. En als ik hem 's avonds in bed stop en hem een nachtkus geef, dan vraag ik wel eens: Frederik, was het vandaag een fijne dag? Best wel, mam, zegt 'ie dan. En dan kijkt 'ie me op zo'n bepaalde manier aan dat ik het voel, hè. Dan voel ik dat 'ie bezig is indrukken te verwerken. Op zo'n moment weet ik het zeker: ik word later een personage. Nou, dat is een heerlijk gevoel, dat kan ik je wel vertellen. Dan probeer ik iets pakkends tegen hem zeggen. Ga maar lekker slapen, kapiteintje, zeg ik dan. En dan maar hopen dat het blijft hangen in dat koppie.'

'Zo doen wij dat ook met Miranda. Pakkende dingen zeggen, telkens weer. Miranda is vijf, maar ik kan nu al merken dat haar literaire kracht ontbolstert.

'Stof geven, daar gaat het om. En af en toe mag je best confronterend zijn. Dus als we zitten te eten en ik zie dat Frederik met ingehouden weerzin kijkt hoe z'n vader een gehaktbal in vier gelijke stukken snijdt, dan geef ik mijn man een seintje, en dan weet 'ie dat 'ie met de jus moet aanrommelen en de aardappelen moet gaan prakken. Want dat slaan ze allemaal op, hoor. En tien tegen éen dat het een authentieke passage oplevert.'

'Gebruiken jullie ook vaste zinnetjes?'

'Ja hoor. Het is bij ons de hele dag Het bureau deel twintig. Dus mijn man snijdt die gehaktbal en zegt: die bal, die zal goed smaken. En dan zeg ik altijd: wat je zegt, Henk, wat je zegt. Tenenkrommend natuurlijk. Maar je doet het voor je kind. Want dát hoop ik later nooit te horen, dat ze tegen je zeggen: mam, je gaf me zo weinig materiaal.

'Ja, je draagt als ouders toch verantwoordelijkheid voor de Nederlandse literatuur. Mijn man kan Miranda behoorlijk op d'r sodemieter geven. Je kent het wel, blauwe plekken op haar ruggetje en zo. En dan daarna de verzoening tussen vader en dochter. Ik heb tegen mijn man gezegd, ga met dat knuffelen nou maar gerust nét over het randje. Dat Miranda later iets te verwerken heeft. Dat ze aan zelfonderzoek kan doen in een aangrijpend slothoofdstuk. Zo van, wat deed mijn vader nou precies bij me? Die vraag laten wij als ouders in het midden. Want je moet niet álles voorkauwen.

'Wij hebben laatst nog woorden gehad met de onderwijzer van Frederik. Dat is zo'n man van de oude stempel. Die jut de klas op als ze een opstel moeten schrijven. Zegt zo'n man: kinderen, gebruik je fantasie. Het gaat om je verbeelding. Tja, dat moet je er als ouders zijnde thuis weer helemaal uitpraten.

'Maar je moet ze ook niet te véél de autobiografische richting insturen. Kan averechts werken. Ik weet niet of je het hebt gehoord over die oudste zoon van de Van Schagentjes. Die jongen is nu zestien en zei op een ochtend plompverloren tegen z'n ouders: mam, pap, jullie kunnen trauma's kweken wat je wil, maar ik schrijf het later niét op. Bekijk het maar. Ik hou het allemaal voor mezelf.'

'Echt waar? God, wat vreselijk voor die ouders.'

'Ja, en weet je wat het ergste is? Toen die jongen een jaar of elf, twaalf was, leek alles prima in orde en hebben de Van Schagentjes een contract met een looptijd van twintig jaar voor hem getekend met uitgeverij Orakel. Alles perfect geregeld, inclusief Duitse en Franse vertalingen en de pocketrechten. Nou, dat contract kan dus in de prullenbak.'

'Hebben jullie al een uitgeverij voor Frederik gevonden?'

'We hebben thuis vier optie-contracten liggen. En ik weet niet of ik moet tekenen voor alleen het debuut of direct een romancyclus. Soms denk ik, onze Frederik is echt een jongen voor een cyclus. Het is moeilijk kiezen. Maar ja, uitgeverijen kunnen er niet vroeg genoeg bij zijn, dat zie je nu wel met die hype rond Johanna Beekbergen.'

'Wie?'

'Wat? Ken je I.M.M. van Johanna Beekbergen niet? Johanna is die zuigeling van zes maanden, de jongste debutant aller tijden. Mooi boek, hoor, I.M.M. In Mijn Moeder. Haar moeder is Elize Beekbergen, ook schrijfster. Toen Elize vier maanden zwanger was van Johanna, heeft ze een micro-laptop in haar baarmoeder laten inbrengen waar die foetus meteen mee aan de slag ging. Het is een prachtig autobiografisch verhaal geworden van de kleine Johanna die vooral heel gevoelig schrijft over wat er door haar heen ging of liever gezegd tegen haar aan kwam wanneer haar ouders het met elkaar deden. Al die turbulentie tegen die placenta en hoe ontzet zij daar als foetus op reageerde, dat heeft ze geweldig beschreven. Maar het einde, waarin Johanna haar eigen geboorte beschreef, vond ik het aangrijpendst. Johanna kwam typend ter wereld. Daar hebben nog foto's van gestaan in HP/De Tijd.'

'Heb ik gemist. Maar ik denk dat ik dat even oversla. Ik geloof niet in die hypes. Zo'n schrijfster als onze Miranda moet literair gezien in alle rust kunnen groeien. Daar ben ik een hele ouderwetse in.'

Joost Zwagerman schreef onder meer Gimmick!, Vals licht, De buitenvrouw, Chaos en Rumoer en Het jongensmeisje.

Meer over