Voor de gezelligheid werken bij Albert Heijn

Topsport is een kwestie van veel én hard trainen; van leven onder permanente prestatiedruk. Dat vraagt in zowel lichamelijk, geestelijk als sociaal opzicht veel van de topsporter en zijn omgeving....

'DE KWART kun je nu zonder meer het Mekka van de triatlon-sport noemen. Nu deze discipline de Olympische status heeft verworven is dáár de roem te vergaren. De klassieke lange afstand, de Ironman, krijgt momenteel veel minder aandacht. Dat is misschien jammer, maar zo werkt het in de sport. De Spelen zijn heilig.'

Triatleet Eric van der Linden (23) specialiseert zich op de kwart-triatlon, de discipline waarbij 1.5 kilometer gezwommen, 40 kilometer gefietst en 10 kilometer moet worden gelopen. De afstand staat voor het eerst op de Olympische kalender, in het jaar 2000 beleven de Spelen van Sydney de primeur.

Samen met andere toppers als Dennis Looze, Ralph Zeetsen en Rob Barel is Van der Linden een van de gegadigden om in de baai van Sydney van start te gaan. 'Al verwacht ik niet dat Rob er dan nog bij is, hij is dan al dik in de veertig. Maar met hem weet je het nooit.' Maximaal drie Nederlanders mogen in Australië aan de start verschijnen, mits ze op dat moment in de mondiale Top-35 staan.

Vanaf dit jaar kunnen al punten worden verzameld tijdens World Cup-wedstrijden. Van der Linden pakte in augustus meteen stevig uit tijdens de triatlon van Embrun. In deze plaats in de Franse Alpen won hij - als eerste Nederlander in de geschiedenis - een wereldbekerwedstrijd. Het leverde hem flink wat punten op, die alle meetellen in de richting van 'Sydney'. 'Ik sta nu twaalfde op de wereldranglijst.'

De komende weken maakt de Schagenaar voor het eerst kennis met Australië. Hij start eind deze maand in Sydney tijdens een wereldbeker-wedstrijd op het Olympisch traject, op 16 november volgt de WK in Perth. Ook tijdens het laatste evenement zijn punten te verdienen voor '2000'.

Twee jaar geleden hakte aankomend fysiotherapeut Van der Linden, die tot zijn zestiende 'gewoon' gevoetbald had, de knoop door. Hij brak zijn studie in Utrecht af en werd full-prof. 'Als je deze sport serieus wilt beoefenen, dan móet je professional zijn. Anders lukt het niet. Ik kon die beslissing nemen, omdat mijn ouders er achter stonden. Ik woonde thuis, om de financiën hoefde ik me dus geen zorgen te maken.'

Een gok, zegt hij achteraf, die goed uitpakte. Hij won sindsdien nationale titels, Europa Cup-wedstrijden en werd negende bij het EK 1996. Inmiddels zou hij op zich zelf kunnen wonen. De bijdragen van NOCNSF (de rode Olympische auto staat voor de deur), sponsors en het prijzengeld garanderen een 'modaal' inkomen.

Van topsport word je geen sociaal wezen, meent Van der Linden. Een vaste vriendin? Geen tijd voor. Stappen? Nou, nee. Een patatje? Vrijwel nooit. Drank? Heel soms een slok, 'maar nooit emmers tegelijk'.

Trainen, rusten, vroeg naar bed: eigenlijk is dat het wel. '95 procent van mijn leven bestaat uit die triatlon.' Om niet helemaal 'asociaal' te worden, staat hij enkele uren per week bij de lokale Albert Heijn op de groente-afdeling. 'Voor het geld hoeft dat niet, ik doe het voor de gezelligheid, ben ik ook eens onder de mensen.'

Achttien trainingen telt de gemiddelde werkweek, keurig verdeeld over de drie disciplines van de triatlon, driemaal per dag. Het is een twintig- à dertigurige werkweek, behalve als de wedstrijd nadert, dan wordt er bijtijds gas teruggenomen naar tien uur trainingsarbeid per week. En altijd 's middags een uurtje slapen, vrijdag atv. Ziehier de CAO van een top-triatleet.

Van der Linden stelt zijn eigen trainingsschema's samen, in nauw overleg met bondscoach Louis Delahaye. In de nabije toekomst hoopt hij ook profijt te hebben van de wetenschappelijke begeleiding van de Rijksuniversiteit Limburg, die deze maand samen met de Nederlandse Triathlon Bond (NBT) en NOCNSF een ambitieus triatlonprogramma startte, in de richting van Sydney 2000. 'Dan zal ik me dus vaker laten keuren, wordt de begeleiding veel wetenschappelijker. Ik denk dat het erg leerzaam zal zijn.'

Vooralsnog is de training echter voornamelijk individualistisch, zegt Van der Linden. 'Mijn ervaring is dat ik vooral op omvang moet trainen, minder op pure snelheid. In de week voor de wedstrijd ga ik intensiever trainen, om de spieren voor te bereiden op de snelheid.'

Hij houdt geen vaste volgorde aan. De Schagenaar moet wel rekening houden met de openingstijden van het zwembad, maar 'verder ben ik zo vrij als een vogeltje'. Eenmaal per week hardlooptraining op de baan, een paar kortere duurloopjes op het asfalt plus een langere loop van twee uur in de duinen bij Schoorl, 'in een tempo van 13, 14 kilometer per uur'. 'Veel atleten maken de fout ook dan te snel te gaan, maar dat is te belastend. Ik blijf altijd veertig slagen onder mijn aërobe drempel.'

Hij rent zeventig kilometer per week. Dat zouden er meer kunnen zijn, maar de Noord-Hollander wil niet te hard van stapel lopen. 'Volgend jaar kan ik naar de honderd, dan zal ik mijn snelheid ook opvoeren.' Hij doet nu 32 minuten over de tien kilometer binnen de kwart-triatlon, die in totaal zo'n één uur en vijftig minuten duurt. 'Als je in 2000 echt mee wil doen om de beste plaatsen dan moet dat lopen nog zeker anderhalve minuut sneller.'

In het bad traint hij vooral op techniek. 'Daar is nog winst te halen. Techniek en coördinatie zijn in het water erg belangrijk.' Hij zwom als jochie al wedstrijden, dus hij moest niet, zoals zoveel Nederlandse triatleten, de borstcrawl op latere leeftijd aanleren. 'Wat dat betreft liggen we achter bij de Australiërs. Die leren op jongere leeftijd die slag al, wij dwepen met de schoolslag.'

Het fietsen bestaat vooral uit kilometers-maken, van ritten tot en met 160 kilometer. Tegenwoordig is de tactiek op het rijwiel ook belangrijk, sinds het stayeren bij grote wedstrijden is toegestaan. 'Je moet in elkaars wiel kunnen rijden, dus moet het waaierrijden geoefend worden.'

In de wedstrijd komt de nadruk na de introductie van het stayeren meer te liggen op het zwemmen en op het lopen, aldus Van der Linden. 'Je moet met de eersten uit het water komen, zodat je daarna in de kopgroep zit. Als die goed samenwerkt, komt er niemand meer bij. Bij het lopen moet je dan je slag slaan.'

Slechts als er venijnige klimmetjes in het parkoers zitten, dan is het op de fiets weer ieder voor zich. Zoals in Embrun, waar liefst vijf kilometer geklommen moest worden. Net als streekgenoot Steven Rooks ooit, kan ook Van der Linden goed bergop. 'Het was een van de redenen waarom ik in Embrun won. Nee, helaas is het Olympisch parkoers niet bergachtig. . .'

Hard trainen, natuurlijk, het ís belangrijk. Maar rust, zegt de triatleet, is nog veel belangrijker. 'Veel atleten denken dat ze door de vele trainingen sterker worden.' Het is niet waar. 'Juist door veel en op tijd te rusten, word je beter.'

Dit is de zesde aflevering uit een serie over topsport en training.

Meer over