Voor Bush is het jaar van de revanche begonnen

2005 was niet een fijn jaar voor de president. Het begon glorieus, met een inauguratie waarin hij de toon zette voor een ambitieuze tweede termijn....

Voor de eigen landgenoten kondigde hij een nieuwe orde aan,de Maatschappij van Eigenaren, waarin de staat zou zijnopgehouden roofdier te zijn en de mensen zelf hun eigen rijkdomonder de eigen armen konden verdelen.

Om te beginnen moest de sociale zekerheid worden hervormd.De president reisde stad en land af. Overal oogstte hij staandapplaus, maar dat kwam doordat het publiek door de plaatselijkepartijafdelingen was geronseld. Toen het buiten de zalen almaarstil bleef, verstomde gaandeweg ook de president.

In zekere zin zag je hetzelfde proces in het geval-Irak. Depresident gaf keer op keer hoog op van de vorderingen. Hijnegeerde domweg de groeiende scepsis. De Irakezen verwelkomen hunbevrijding - dat was alles wat telde.

Pas toen de Amerikaanse bevolking in meerderheid in hem eenbedrieger begon te zien, draaide de president bij. Van harte ginghet niet, maar vanaf december werden zijn verhalen over Irakrealistischer. Nog altijd waren de vorderingen duizelingwekkend,maar alla, voor de azijnpissers wilde de president dan weltoegeven dat niet altijd alles fantastisch was verlopen.

Het was een beroerd jaar voor George W. Bush en dat was het.

Dit jaar moet het jaar worden van de revanche. Hij lijktvastbesloten het initiatief te heroveren. Hij is al opnieuwjaarsdag van zijn boerderij in Crawford, Texas teruggekeerdnaar Washington - ongebruikelijk vroeg voor zijn doen. Hij komtnog voor zijn jaarlijkse State of the Union, eind januari, mettwee grote toespraken over de economie en opnieuw over Irak.

Maar wat het fascinerende is: hij lijkt gebruik te maken vandezelfde stijlmiddelen die hem vorig jaar de das om deden.Opnieuw ontpopt de president zich als een colporteur: aanbellen,ogenblikkelijk de voet tussen de deur zetten en jeWereldtijdschrift door de strot wringen.

In het geval van Bush lijkt het soms een kwestie vankarakterdwang. Newsweek maakte eind vorige maand een tussenbalansop. Op de omslag werd gerept van een president in isolement: 'Kanhij veranderen?'

Er komt een politiek gevecht aan over wat in de Amerikaansemedia al the imperial presidency wordt genoemd, het keizerlijkpresidentschap. Er zijn een paar aanleidingen; de belangrijksteis de onthulling, begin december, over het afluisteren van eigenburgers, zonder goedkeuring van de rechter. De president heeftin 2002 in het geheim de allergeheimste dienst van de geheimediensten, de NSA, de opdracht gegeven. Was de president welbevoegd? Waar liggen de grenzen van zijn macht? Het Congres wileen onderzoek.

De kwestie is belangrijk genoeg. Het gaat om vragen die rakenaan het wezen van een open samenleving en de bescherming daarvan:is die in tijden van terrorisme het meest gediend met juist eenmaximale respectering van burgerrechten of moeten sommigeklassieke rechten wijken voor het hoge doel van de nationaleveiligheid? Het is een netelige kwestie, een waarachtig dilemma.

Dat is niet de benadering van de president. Van afstand zieje hoe gemotiveerd, hoe gretig bijna het Witte Huis deconfrontatie opzoekt met de mensen die het wagen te twijfelen.

Vice-president Dick Cheney zei op 20 december: 'Of we zijnserieus over de oorlog tegen het terrorisme of we zijn het niet.De president en ik geloven heilig dat er een geweldige dreigingis; iedereen die dat wil, kan het zien. En dat het onze plichten verantwoordelijkheid is, vanwege onze baan, om alles te doenwat in ons vermogen ligt de terroristen te verslaan. Als daaraaniets onbehoorlijk is, denk ik dat de grote meerderheid van deAmerikaanse bevolking steunt wat wij doen.'

Voor het Witte Huis, voor de president is er geen dilemma.Er is politieke tegenstand en die dient tot zwijgen te wordengebracht, desnoods met een beroep op de stem van het volk.

Het zijn inmiddels bekende elementen in het presidentschapvan Bush. Hij bouwt een politieke positie op uit bravoure enrancune. Vorig jaar liep hij vast. Nu probeert hij het opnieuw.Het zijn angstige tijden, is andermaal zijn verhaal, het landheeft een opperbevelhebber nodig; wie dat betwijfelt is in wezeneen vijand van de natie.

Het kan zijn dat Bush de slag wint. Dan is zijnpresidentschap buitengewoon machtig. Het kan zijn dat hijverliest. Dan valt hij terug op de krampachtigheid van vorigjaar. Beide opties stemmen onbehaaglijk.

Meer over