InterviewRechtsgeleerde Adriaan Wierenga

Vonnis Haagse rechter is geen verrassing voor staatsrechtgeleerde: ‘Niet zomaar shoppen in regelgeving’

Voor rechtsgeleerde Adriaan Wierenga, specialist noodrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG), kwam de uitspraak van de rechter in Den Haag om de avondklok buiten werking te stellen niet als een verrassing.

Lege straten in Amsterdam tijdens de eerste nacht van de avondklok. Beeld Joris van Gennip
Lege straten in Amsterdam tijdens de eerste nacht van de avondklok.Beeld Joris van Gennip

‘Dat klinkt misschien gek, maar ik heb al vanaf het begin gewezen op een grote discrepantie bij het nemen van deze maatregel. Daarvoor is gebruikgemaakt van de Wet bijzondere bevoegdheden buitengewoon gezag (Wbbbg). Dat is een wet die bedoeld is voor uitzonderlijke omstandigheden.’

‘Binnen de Wbbbg zijn twee procedures. Bij de eerste neemt de regering een besluit en legt dat voor aan de Eerste en Tweede Kamer en aan de Raad van State. De tweede is een spoedprocedure waarbij via een ministeriële regeling een maatregel wordt genomen die geen enkel uitstel duldt. Daar is bij de avondklok voor gekozen.’

‘Maar de avondklok is eerder al uitvoerig besproken en de regering heeft drie dagen de tijd genomen om de maatregel voor te leggen aan de Tweede Kamer voor steun. Dat gaat niet samen. Dat is wat de rechter in Den Haag ook zegt: het is van tweeën één: of het is spoed en dan doe je het meteen, maar daar past dan geen overleg met de Tweede Kamer bij. Of het is geen spoed en dan volg je de eerste procedure. Daar heeft de Raad van State ook al op gewezen.’

Aan wat voor calamiteiten moeten we denken bij een spoedprocedure waar deze procedure voor is bedoeld?

‘Dan gaat het om zaken van leven of dood. Zoals een dijkdoorbraak of een chemische ramp, omstandigheden waarbij de autoriteiten onmiddellijk moeten optreden om levens te redden. Dat is hier blijkbaar niet het geval, want men heeft de tijd genomen om de avondklok te bespreken in het parlement. Wat de regering heeft gedaan is op twee paarden wedden. Maar je kunt niet zomaar shoppen in de regelgeving. De avondklok had trouwens ook heel goed geregeld kunnen worden in het kader van de coronawet. Dat is ook niet gebeurd.’

Je mag veronderstellen dat er op het ministerie genoeg juridische kennis aanwezig is. Waarom hebben ze dan toch voor deze weg gekozen?

‘Ik denk dat het toch voortkomt uit onbekendheid met de regels. Een avondklok hebben we sinds de Tweede Wereldoorlog niet meer gehad. De huidige regeling voor het staatsnoodrecht dateert uit 1996. Die is nog nooit eerder gebruikt. Noodrecht is echt een niche in de juridische wetenschap, er zijn maar weinig mensen die daar verstand van hebben.’

De Staat heeft nu bij het Gerechtshof in Den Haag een procedure aangespannen om de uitspraak van de rechter te schorsen in afwachting van een hoger beroep. Is dat kansrijk?

‘Ik kan mij voorstellen dat het Hof de uitvoering van het vonnis opschort in afwachting van het hoger beroep. Dan blijft de avondklok voorlopig van kracht. In feite heeft het Hof drie keuzes: ze kunnen het eens zijn met de rechtbank. Dan wordt de avondklok afgeschaft. Ze kunnen het niet met de rechtbank eens zijn. Dan blijft de avondklok gewoon van kracht. Of ze kunnen het vonnis voorlopig schorsen en een paar dagen de tijd nemen om er zelf over na te denken.’

Van verschillende kanten is al gesuggereerd dat de avondklok ook kan worden opgenomen in de regionale noodverordeningen zoals die vorig jaar van kracht waren. Dan kan hij gewoon gehandhaafd blijven.

‘Dat zal niet gaan. De avondklok is geen variant van vrijheidsbeperking, maar een vorm van vrijheidsontneming, vergelijkbaar met detentie. Dat is een veel zwaarder middel. Om zoiets te kunnen opleggen, heb je een wettelijke grondslag nodig die verder gaat dan de noodverordening. Voor de noodverordening is dit een te vergaand middel.’

Sinds het instellen van de avondklok zijn 23 duizend boetes uitgedeeld van 95 euro. Kunnen alle mensen die beboet zijn hun geld nu terugkrijgen?

‘Als deze regeling onverbindend wordt verklaard, dan hebben de boetes geen goede juridische grondslag en kunnen ze niet worden geïncasseerd. Maar dat kan pas blijken als de hele juridische procedure is afgerond.’

Meer over