Vonnis bekrachtigd in hoger beroep UÇK-proces

Het vonnis van twee jaar terug in de eerste zaken van het Joegoslavië-Tribunaal tegen Albanese Kosovaren is donderdag door de beroepskamer van het tribunaal in Den Haag op alle punten bekrachtigd....

ANP

De vrijspraak van twee ex-leden van het Kosovo Bevrijdingsleger (UÇK) en de veroordeling tot dertien jaar cel van een derde UÇK-lid blijven overeind, zo oordeelden de magistraten van de beroepskamer van het tribunaal donderdag in Den Haag.

De voormalige UÇK-leden Fatmir Limaj en Isak Musliu werden vrijgesproken omdat de rechters in eerste instantie vonden dat niet voldoende was aangetoond dat de twee persoonlijk verantwoordelijk waren voor gruwelen tegen niet-Albanezen gepleegd in 1998 in een geïmproviseerd gevangenenkamp in Lapusnik in Kosovo.

Een derde beklaagde, Haradin Bala, kreeg eind 2005 dertien jaar cel wegens zijn rol in de misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden die in het kamp werden gepleegd, zoals marteling, mishandeling en moord. De beroepsrechters bekrachtigden het aangevochten vonnis op alle punten.

Het vonnis tegen Bala, die werd veroordeeld wegens zijn rol als kampbewaarder in Lapusnik, werd vergeefs aangevochten door zowel zijn verdedigers als zijn aanklagers.

De drie werden in maart 2003 aangeklaagd wegens de gruwelen in Lapusnik. Na hen zijn nog drie Albanese Kosovaren aangeklaagd, onder wie de voormalige premier van Kosovo Ramush Haradinaj.

Etnisch Albanese strijders van het UÇK poogden eind jaren negentig met steun uit het westen met geweld de macht te grijpen in de aan Servië ondergeschikte provincie Kosovo en Metohija. Ze claimden als plaatselijke etnische meerderheid de provincie te kunnen afscheiden en de Servische minderheid te kunnen verdrijven. Met hevige en langdurige bombardementen van de NAVO op toenmalig Joegoslavië werden de Serviërs in 1999 gedwongen Kosovo feitelijk op te geven. Officieel is de status van het gebied nog steeds omstreden.

Meer over