Volleybalklassieker siert programma tijdens EK

PAPENDAL - Nederland - Italië, vandaag in de achtste finales van het EK volleybal in het Deense Aarhus, wordt een herhaling van de roemruchte klassiekers uit de jaren negentig. Bas van de Goor, de 2 meter en 9 centimeter lange middenaanvaller uit de gouden ploeg van Atlanta in 1996, analyseert de botsing van culturen.

De volleybalklassieker

Van de Goor (42): 'Het grote verschil met de huidige Nederlandse ploeg is dat het overgrote deel van onze selectie toen in Italië speelde. Blangé, Zwerver, Held, Görtzen, Van der Meulen en ik speelden wekelijks met en tegen de Italianen in de belangrijkste volleybalcompetitie ter wereld. In de zomer trokken wij een oranje shirt aan, maar we wisten alles van elkaar. Je kon complete spelpatronen voorspellen.

'Ik vond de tactische voorbereiding op grote wedstrijden in Italië beter dan bij ons. Ik weet nog dat ik hepatitis had gehad en pas twee maanden later weer voor Modena kon spelen. Kreeg ik een stapel videobeelden om me alvast voor te bereiden op de finale tegen Treviso. Het is ook een mentaal spel om tegenstanders het idee te geven dat je exact weet wat ze gaan doen.

'Ik kreeg van mijn Italiaanse spelverdeler nooit een set-up om de bal via de grond tegen het plafond te slaan, zoals Peter Blangé dat wel deed. Dat noemden ze in Italië de Braziliaanse stijl, ofwel dom en spectaculair. Nederland wilde slim en spectaculair spelen, Italië alleen maar slim. Maar die ploeg is met drie wereldtitels in de jaren negentig wel de slimste van de klas geweest.'

De zeperds

Het was voor de volleyballers van de gouden generatie om gek van te worden: op het EK in 1993 in Finland, het WK (1994) en het EK in Griekenland (1995) verloor Nederland de finale van Italië. In de WK-finale van 1994 liep de Italiaan Cantagalli bij een 14-1-voorsprong in de vierde set zelfs lachend naar de achterlijn. Hij wees zijn slachtoffer bij de opslag al aan.

Even later plofte de bal tussen Van de Goor en Ron Zwerver op de grond. 'We hebben nog steeds discussie over dat punt', zegt Van de Goor lachend. 'Er is een foto waarop je mij een vreemde duik ziet maken. Ik zeg dat Ron had moeten ingrijpen, hij houdt vol dat het mijn bal was. Het waren dramatische cijfers: 15-1. Zelfs in 1996 hebben we zes van de acht wedstrijden tegen Italië verloren. Het was onze angstgegner.'

De gouden triomf

In de finale van de World League in 1996 brak Nederland in Ahoy eindelijk de ban door Italië na vijf sets te verslaan. De toon voor een olympische machtsgreep was gezet. Van de Goor: 'Achteraf is het cruciaal geweest dat Italië zich op de Spelen van Atlanta al in de poule had kunnen uitleven tegen ons.

'De Italianen namen revanche door ons van het veld te slaan. Wanneer ze dat gevoel hadden moeten bewaren voor de finale, had het er voor ons anders uitgezien. Wij zeiden meteen: die energie zijn ze nu kwijt.

'De marges waren minimaal: 22-20 in de vijfde set in Ahoy, 17-15 in de vijfde set in de olympische finale. We zaten in Atlanta zo in een roes dat vier van de zes spelers bij de laatste time-out niet eens wisten dat Italië een matchpoint had. We hadden geen coach meer nodig, Van der Meulen duwde Alberda even weg. We hadden een missie, hielden vast aan onze strategie.

'Hoewel ik op 14-14 niet had gescoord, gaf Peter de bal op matchpoint voor Italië weer aan mij. Het eerste tempo was een belangrijk wapen, zo konden we Ron Zwerver op de buitenkant ontlasten. De Italiaan Toffoli dacht juist iets leuks te doen op 15-14 door plotseling een combinatie met Giani te spelen. Onder die druk was Italië dus niet langer het slimste jongetje meer.'

De Italiaanse pijn

'Op het EK in 1997 in Nederland waren we in de halve finale superieur tegen de nieuwe Italiaanse ploeg. Toen konden we de finale tegen Joegoslavië al niet meer verliezen. In 1998 werden de Italianen wel weer wereldkampioen, maar ze leveren hun drie gouden WK-medailles zo in voor de olympische titel.

'Goud voor de volleyballers moest in Atlanta de bekroning worden voor heel Italië. Bij de huldiging reikte de Italiaanse evenknie van Anton Geesink de zilveren medailles uit. Hij keek de spelers niet eens aan en smeet ze zo naar hen toe. Te gênant voor woorden.

'Ik heb vorig jaar nog geprobeerd om een nieuwe versie van de finale van Atlanta te organiseren. Ik heb alle Italianen gebeld, maar slechts twee spelers waren bereid om naar Nederland te komen. Ik voelde dat die steen uit 1996 nog vol op hun maag lag. Het is een trauma voor de Italianen. Die pijn is nooit meer verdwenen.'

undefined

Meer over