Volkstypetje

John Leddy (82), vooral bekend als Koos Dobbelsteen, is vanaf 4 februari te zien in Krasse Knarren waarin oudere BN'ers terugkijken op de jaren zeventig. 'Ik was liever topacteur geweest.'

Krasse knar of bejaarde?

'Krasse knar! Ik vind dat een leuk woord, bedacht door Kees van Kooten. Bejaard is maar bejaard. Ik ben wel bejaard natuurlijk, ik ben 82, alleen het woord is een beetje in onmin geraakt. Nu noemen ze het senioren.

'Ik heb een stuk geschreven samen met een student van de Koningsacademie over een man die niet naar het bejaardentehuis wil. Dan maak je maar zin, heet het. Zelf wil ik ook liever niet naar een bejaardentehuis.

'Ik vond het trouwens heel leuk om mee te doen aan Krasse Knarren van Omroep Max, met z'n allen in zo'n huis. Dat had wel iets. Ik heb voor de mensen gekookt, in de winter maak ik altijd linzen- en erwtensoep. En ik heb stoofvlees en gehaktballen gemaakt. Dat rook toch lekker!'

Theater of televisie?

'Geen voorkeur. Toen ik naar de toneelschool ging in 1953, bestond de televisie net. Ik ben er nauwelijks voor opgeleid, maar ik bleek ook geen opleiding nodig te hebben. Het ging vanzelf, ik voelde me meteen thuis.

'Ik hou ontzettend van de camera, omdat je heel subtiel kunt acteren. Als een rol hier (wijst op zijn hoofd) en hier (wijst op zijn hart) goed zit, kun je spelen zonder verder na te denken. De camera ziet het allemaal, voelt het ook. Dat is heerlijk.

Maar bij een theaterpremière... oh, die spanning. Want ja, er zaten critici in de zaal, met schrijfblokjes. En die konden opschrijven dat John Leddy een lul was.'

'Toneel was vroeger echt moeilijker omdat de geluidstechniek slecht was ontwikkeld. Dat was een ramp. Je moest (hij verheft zijn stem en articuleert overdreven) zorgen dat alles verstaanbaar was. Ja. Tot helemaal bovenin de zaal. Roeptoneel! En dan moest het er voor het publiek uitzien alsof het heel normaal was. Maar het leuke van theater, vooral bij comedy en klucht, is de reactie van duizend schaterende mensen.

'Veel theaterdirecties keken in die tijd op televisie neer, maar ze waren ook jaloers. Gezelschappen verboden hun acteurs televisie te maken. Je had De Haagse Comedie, die mensen speelden ook televisie, maar zo toneelmatig, zo overdreven.

'Er was daar één persoon bij wie ik dacht: goh, wat natuurlijk. Dat was Willeke Alberti. Daar heb ik later De Kleine Waarheid mee gespeeld.'

Zeg 'ns Aaa of Oppassen?

'Zeg 'ns Aaa. Oppassen was de opvolger van dezelfde makers. Als ik denk welke rol ik in Oppassen zou spelen, was het een van die twee opa's geweest. Nou, dan vind ik de rol van Koos Dobbelsteen leuker.

'Het succes van Zeg 'ns Aaa is een combinatie van goed geschreven en met plezier gespeeld. De situaties waren voor iedereen herkenbaar, maar toch was het verrassend.

'De allereerste opname weet ik nog goed. Ik zat niet in de beginscène, dus ik stond in de coulissen te wachten. In de studio was een tribunetje voor het publiek, vijftig man ofzo. Terwijl de anderen aan het spelen waren hoorde ik ze lachen. Hè, dacht ik. Zo leuk is het toch ook niet? Maar ze sloten ons direct in de armen.

'Ik wilde niet aan de herhaling meedoen. Ze hadden het vertaald naar deze tijd, het moest moderner. Met seksdingen erin enzo, dat vond ik maar niks.'

Sjoukje Hooymaayer of Carry Tefsen?

'Carry Tefsen. Ja, daar heb ik nauwer mee samengewerkt. Vorig jaar speelde ze opoe in Het Spaanse Schaep. En dan zie je dat ze een ras-actrice is. Mindere actrices willen er zo mooi mogelijk uitzien, maar zij maakte zich juist lelijk voor die opoerol.

'Ze komt uit Nieuwendam, Amsterdam Noord. Een schat van een mens. Ik zie of spreek haar zelden hoor, ook omdat ik zo decentraal woon, maar na het zien van die opoe moest ik m'n enthousiasme even kwijt. Dus dan bel ik.'

Hoofdrol of bijrol?

'Nou... ik was liever topacteur geweest, zoals Ko van Dijk en Pierre Bokma. Of onder de jongere acteurs: Daan Schuurmans. Op televisie ben ik vaak getypecast. Ik speelde altijd volkse types. Het voordeel van topacteur zijn, is dat iedereen denkt dat je alles kunt spelen. Dat je verheven bent boven die typetjes.

'Op het toneel heb ik meer verschillende rollen gespeeld. Een paar keer in mijn leven heb ik het initiatief genomen, ben ik zelf een stuk gaan maken. Samen met zangeres Gerrie van der Klei heb ik een paar jaar geleden een reeks Amerikaanse, Joods-Amerikaanse, verhalen bewerkt van Philip Roth. We kregen heel goede kritieken.'

John Lennon of John Leddy?

'Wat? Mezelf. John Leddy. Ik zou niet beroemder willen zijn dan ik ben. Ik houd erg van mijn privéleven. Als je wereldberoemd bent zoals John Lennon, komt daar niet veel van terecht. Geef mij maar het talent van Pierre Bokma en mijn eigen privéleven.

'Maar ik vond het ook niet erg hoor, beroemd zijn. Het is nou eenmaal zo dat mensen je herkennen. Mijn kinderen vonden dat vroeger wel erg. Die zeiden: pap, ga jij maar niet mee naar het zwembad, dan gaan de mensen zo raar doen.

'Mijn beroemdheid begint nu af te nemen. Dan komt er een moeder met een kind langslopen en de moeder fluistert: Shht kijk, die meneer is van de televisie. Zegt dat kind: die ken ik niet, nooit gezien. Daar moet ik wel om lachen.'

Amateurs of professionals?

'Ja, professionals natuurlijk. Die kunnen in het algemeen beter acteren. Ik heb veel amateurtoneel geregisseerd omdat ik vind dat ook daar veel talent zit. Alleen zijn professionals er geconcentreerder mee bezig, hebben meer routine, verstaan het vak beter.

'Toen ik in Amsterdam woonde heb ik twee stukken geregisseerd voor een amateurgroep uit Zaandam. Daar ben ik mee opgehouden. Leuke mensen, duidelijk getalenteerd, een week voor de première kenden ze hun tekst nog niet. Ik werd gek. En ik werd nog gefrustreerder omdat ik vond dat ik het hen niet kwalijk mocht nemen. Toneel was voor die mensen immers een hobby.'

Amsterdam of Heusden?

'Heusden, om te wonen in elk geval. Ik kom wel graag in Amsterdam, drie van mijn kinderen wonen er. En ik vind het een mooie stad. Laatst ben ik in Laren naar het Singer Museum geweest. Daar hangt een prachtig schilderij van Jan Sluijters. Het Koningsplein bij avond, gezien vanaf de Heiligeweg. Verder zie je een tram met mensen erin, en lampen, en op de achtergrond kijk je de Leidsestraat in, schitterend. Dat moet je echt zien. Ik heb op verschillende plaatsen in Amsterdam gewoond, aan de Amstel, vlakbij de Kleine Komedie, in een studentenhuis op de Kloveniersburgwal nummer 141, in de Van Breestraat, aan het Westeinde waar nu de Nederlandsche bank staat. Dat was boven een linkse studentensociëteit De Olofspoort.'

20ste- of 21ste eeuw?

'In de televisiewereld? Ik vind het zo flauw om te zeggen dat vroeger alles beter was. Het is anders, ook al klinkt dat misschien ook flauw. Nu heb je ook goede series. Mijn lievelingsprogramma is Vrije Geluiden op zondagmorgen, geweldig goed.

'Ik kijk niet idioot veel televisie. Ik houd meer van lezen. In het weekend heb ik Het Parool en de Volkskrant. Overdag kranten, voor het slapengaan een boek. Ik herlees veel boeken. Laatst heb ik, naar aanleiding van Krasse Knarren, Van oude mensen, de dingen, die voorbij gaan herlezen.

John Leddy heeft vier kinderen en woont met zijn vrouw in Heusden.

undefined

Meer over