Volksraadpleging

'DE BINNENSTAD is van iedereen', hoor je de laatste weken in Amsterdam zeggen - en dat blijkt...

Afgelopen weekend ben ik nog even gaan kijken, en verdomd: van Diemen en Halfweg tot aan het Paleis op de Dam (waar iedereen voor de deur hoopt te parkeren) stond de boel vast. Ongeveer driemaal zoveel buitenlui als volgende week naar Meppel en Hoogeveen zouden zijn gekomen rijden elke zaterdag en zondag naar de hoofdstad om er boodschappen te doen, en dan niet in de Pijp, of bij een goedvoorziene supermarkt in de Bijlmer of Buitenveldert, maar in het centrum.

Je kunt het gerust een mirakel noemen dat dat deel van Amsterdam tot dusver gespaard is gebleven voor het mond-en klauwzeer-virus. Ik zag op zondag nog een afgehuurde rondvaartboot voorbijstomen vol bierdrinkende leden van de biljartclub 'Het laatste stootje' uit Sint Nicolaasga. Sint Nicolaasga ligt precies halverwege Dokkum en Wijhe, en ik had niet de indruk dat die mensen eerst hun voeten hadden geveegd op de desinfecteermat.

Het is natuurlijk goed voor de middenstand, zoals het sneu is voor Reel Uster Bee K dat het volksfeest in zijn provincie is afgeblazen. Het Journaal had een Drentse melkboer in beeld gebracht, die een reusachtige kaas aan twee zware, oranje draagriemen om z'n hals had hangen. Bedoeld voor Máxima. 'Maar nu moet ik 'm zelf maar aansnijden en zien te verkopen', sprak hij terwijl hij met een lege blik recht in de camera keek. Dan besef je ineens weer wat verdriet betekent.

Moet de binnenstad van Amsterdam een eigen deelraad krijgen?

Dat wil het gemeentebestuur, en vooruitlopend op de uitkomst van een referendum dat morgen wordt gehouden, hebben ze alvast het oude kantoor van de Nederlandsche Handel Maatschappij aan de Vijzelstraat opgekocht - een gebouw (de laatste schepping van architect De Bazel trouwens) dat groot genoeg is om er het bestuur van een hele stad van de omvang van New York in onder te brengen. Het Amsterdamse deelraaddenken is ontwikkeld in de dagen dat Walter Etty wethouder was, dus de megalomanie kent geen grenzen.

Dat is ook wat ik er gevoelsmatig op tegen heb. Een pand vanwaaruit Nederland in z'n goeie dagen de wereldhandel organiseerde, nu ingericht om een handjevol bewoners van de grachtengordel te administreren - dan weet je wat er gebeurt: om duizenden vierkante meters te vullen heb je veel ambtenaren nodig. Aardig is dat Cohen er zo laconiek onder blijft - dorpsburgemeester met acht onderburgermeesters; dat kom je niet vaak tegen.

Tot de voorstanders behoren vooral ondernemers, die de stad zien als een groot bedrijf waarvan de raad van bestuur z'n taken moet kunnen delegeren aan werkmaatschappijen ('werkmijen', in het jargon) - en als Slotervaart en Watergraafsmeer al een eigen directeur hebben, moet er vanzelf ook een chef-Damrak worden aangewezen.

Zelf zou ik me als geraadpleegd volk misschien alsnog aan hun zijde willen scharen, als er iets tegenover komt te staan.

Dat de binnenstad van iedereen is wil ik graag beamen - maar dan niet voor iedereen op dezelfde zondagmiddag. Dat moet geregeld kunnen worden. Amsterdammers van buiten het centrum mogen bijvoorbeeld eens per maand naar de Kalverstraat of de Wallen, Nederlanders uit de provincie een keer per kwartaal. Ze krijgen een strippenkaart die per bezoek wordt afgestempeld door strenge deelveldwachters onder toezicht van strenge deelwethouders.

Auto's zijn uiteraard taboe. Begrijp me goed: ik ben niet voor een autoluwe binnenstad, maar ik wil er als bewoner zelf behoorlijk kunnen rondrijden. En wie als niet-bewoner toch de centrumgrens probeert te overschrijden zal het moeten bezuren: onbevoegde wagens exploderen als ze binnendringen, of raken anderszins onklaar. Vraag me niet hoe we dat praktisch precies moeten opknappen - maar ik weet zeker dat Roel Pieper het technologisch kan oplossen.

Meer over